bouwjaar
verdwenen
verbrand Omstreeks 1933 werd het wiekenkruis verwijderd, even later ook de kap.
eigendomshistorie

De eerste molenaar was Jan Hendrik Sellink

molenaars
geschiedenis

Op 6 mei 1873 verkregen enkele boeren uit Meddo en omgeving vergunning voor de bouw van de molen. Aannemer Ten Broeke en molenbouwer Maas, beiden uit Winterswijk bouwden de molen.

De eerste molenaar was Jan Hendrik Sellink, die daarvoor molenaarsknecht was geweest op de Meenkmolen te Miste. 

31-01-1925: Zutphensche courant
WINTERSWIJK. 30 Jan. De oude molen, die in Meddo staat, loopt gevaar afgebroken te worden. Pogingen worden aangewend, om zooveel geld bij elkaar te brengen, dat hij blijft.

05-07-1935: Nieuwe Winterswijksche courant
Gegund. Bij onderhandsche aanbesteding is het verbouwen van een molen te Meddo onder architectuur van den heer G. J. Konings gegund aan den heer G. J. J- te Kronnie.

 

Eveneens als de andere stenen molen van Meddo, de Sevinkmolen. Bezat deze molen een Ruston motor. In de Rijksinventarisatie van 1943 wordt de in 1927 onttakelde molen genoemd. Deze werd toen onttakeld vanwege de hoge onderhoudskosten en geringe capaciteit. Vanaf dat moment was de molen in gebruik als maalderij. Deze maalderij werd aangedreven voor een Ruston ruwoliemotor. De maalderij en vermoedelijk de motor waren in onderhoud bij molenmaker J.H. ten Have in Aalten. Het is bekend dat Ten Have ook zich bezig hield met Ruston motoren, hij zou naar verluid ook de Ruston bij de Venemansmolen in Winterswijk hebben geplaatst.

Informatie van William Bouter, 29-05-2026

nog waarneembaar

opslagruimte