bouwjaar
Hier gebouwd met een achtkant dat van elders kwam en dateerde uit ca. 1608.
herbouwd
1941
wederopbouw
Weer van roeden voorzien en in bedrijf gesteld na in 1925 te zijn onttakeld.
bestemming

Bemalen van de polder De Berkmeer, thans op vrijwillige basis.

omwentelingen
molenaars
geschiedenis

De Berkmeermolen is een achtkante binnenkruier die hier in 1803 werd gebouwd met een achtlkant dat van elders kwam en dateerde uit ca. 1608. Hij bemaalt de 225 ha. grote polder De Berkmeer op de Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem.

Al in 1609 was het plan opgevat om het in open verbinding met de Heerhugowaard staande Berkmeer droog te maken. Alvorens dit echter plaats zou vinden werd al eerder de Heerhugowaard bedijkt en drooggemaakt, krachtens octrooi van maart 1625, waardoor de bedijking en droogmaking van het Berkmeer eenvoudiger was geworden.
Voor deze laatste onderneming werden in de loop der tijd twee octrooien verleend. Het ene op 14 december 1626 aan Reinoud van Brederode als Heer van Veenhuizen en Spanbroek. Het andere op 21 maart 1633 aan Johan van Mathenes, Heer van Mathenes, Riviere, Opmeer, Souteveen etc. en de voogden van de kinderen van wijlen de Heer van Obdam, onder welke genoemde heerlijkheden het meer zich uitstrekte. In 1635 was de ca 255 ha grote polder al droog en kon de grond worden opgemeten en verkaveld.
Tot 1725 vond de bemaling plaats door middel van een gang van drie wipmolens met scheprad. In dat jaar werd de bovenmolen omgebouwd tot vijzelmolen en werd naar deze molen een nieuwe aanvoertocht gegraven. De onder- en middelmolen werden in 1726 of 1727 voor afbraak verkocht.

In of kort voor 1740 is de vijzelmolen zwaar beschadigd of zelfs omgewaaid, hetgeen in november 1802 nogmaals gebeurde. Op de plaats van de wip-vijzelmolen werd in 1803 de huidige molen gebouwd. Deze was afkomstig uit de polder De Wogmeer bij Hensbroek en was vermoedelijk een door vervijzeling overcompleet geworden schepradmolen uit omstreeks 1608.

In 1877 werd naast de molen een hulpstoomgemaal gebouwd bestaande uit een locomobiel met centrifugaalpomp. Die stoominstallatie werd in 1925 vervangen door motoraandrijving en dat betekende het voorlopige einde van de windbemaling: het wiekenkruis, toen nog bestaande uit houten roeden, werd verwijderd.

In het oorlogsjaar 1941 besloot men evenwel de windmolen in ere te herstellen: deze werd met derdehands roeden maalvaardig gemaakt en fungeerde daarna zelfs als hoofdgemaal. Dit laatste duurde tot 1990, sindsdien is de molen regelmatig op vrijwillige basis in bedrijf. 

In juli 2022 begon een flinke opknapbeurt: zo werden beide oude Potroeden gestreken om elders grondig te worden hersteld. In november 2022 zijn zij opnieuw gestoken en in februari 2023 was de molen weer geheel maalvaardig. 

Bouwkundige details:
Het eiken achtkant is in het verleden al eens verstijfd met een extra veldkruis in vier velden. Veldkruisen, boventafelementen, rolvloer, kuip en kap lijken al eens vernieuwd, vermoedelijk bij de herbouw in 1803.
De oude telmerken en het totaalbeeld dat de molen biedt, geven aan dat de bouw in het begin van de 17de eeuw moet hebben plaatsgevonden.
Dat het ooit een schepradmolen is geweest kan onder andere worden gezien aan de beide naast elkaar gelegen aangelaste achtkantstijlen op de noordoostkant. De lassen moeten al vóór 1803 in de Wogmeer zijn aangebracht.
Het wiekenkruis bestaat uit twee ijzeren roeden, indertijd gemaakt voor molens van de Schermer. Nadien zijn ze gestoken in Strijkmolen L te Rustenburg. Daar werden zij, na de buitenbedrijfstelling in 1941, gestreken om vervolgens in de toen wiekloze Berkmeermolen aangebracht. Zij moesten daar worden verlengd (en kwamen zo weer op hun oorspronkelijke lengte!) en werden meteen voorzien van Dekkerwieken. Bij de restauratie in 1965-1966 zijn de Dekkerwieken vervangen door fokken.
In 1986 werd de molen onderkelderd, deels voor de bewoning, deels voor het (in 2002 verwijderde) elektrische gemaal. 

Technische details:
Opmerkelijk is dat het Engelse kruiwerk, dat hier in 1952 werd aangebracht, in 1994 weer werd vervangen door gewone rollen. Bij deze molen voldeed het namelijk niet: de rollen kantelden en liepen vast. Bij die gelegenheid zijn ook enige tafelementstukken vervangen.

De molen heeft sinds 1986 een stalen vijzel (daarvoor een houten), die lange tijd een 'licht' en een 'zwaar' werk kende. De overgang van licht naar zwaar en omgekeerd kon hier niet anders plaatsvinden dan door de spil te lichten middels een op de eerste zolder opgestelde dommekracht en hefboom. De eenvoud of onvolmaaktheid van dit systeem maakt het aannemelijk dat deze vinding hier voor het eerst is toegepast, vermoedelijk in of omstreeks 1887. Door een wijziging in het interieur was het echter al lange tijd niet meer mogelijk, de molen in het 'lichte' werk te zetten: de molen kon óf zonder vijzel óf met de vijzel in het zware werk draaien.
Deze constructie is in januari 2026 definitief gewijzigd: toen zijn namelijk, nadat de vijzel een keer was vastgelopen, onder- en vijzelwiel vernieuwd. Hierbij is besloten om licht en zwaar werk niet langer toe te passen: beide wielen hebben een overbrenging gekregen die vrijwel gelijk is aan het 'oude' zware werk.