bouwjaar
bestemming

Het malen van graan, thans op vrijwillige basis. 

molenmaker
Hunse, Assen (1873)
omwentelingen
eigendomshistorie

Eigenaren van de voorganger en de huidige molen waren achtereenvolgens:
Smit,
Koops,
Joh. Rijkens (1875),
J. Schuiling (1892),
Gebr. Schuiling (1944 - 1968) 
Gemeente Rolde (1968 - 1998)
Gemeente Aa en Hunze (1998 -    )

geschiedenis

Deze molen werd in 1873 gebouwd (niet in 1863, zoals vaak is aangenomen) als koren- en pelmolen door molenmaker Hunse (Assen), als opvolger van een op 26 augustus 1872 afgebrande koren- en pelmolen.
Hoewel de molen op een berg gelegen is, is dit, door het ontbreken van een inrijpoort, geen beltmolen, maar een grondzeiler.

In 1939 attendeerde Vereniging de Hollandsche Molen de gemeente op de zeer matige staat. Zo moest de molen het al sinds 1928 met één houten (buiten)roede doen (de binnenroede was op 16 november dat jaar bij een storm gebroken). Molenaar Schuiling had toentertijd nog maar vier bakkers als klant, de concurrentie van de zuivelfabriek met maalderij werd te groot, hij wilde liever stoppen met de molen (en bood zijn molen voor de sloop te koop aan), maar dacht ook na over behoud. 
In 1939 bood Schuiling zijn molen opnieuw voor de sloop te koop aan. Er gebeurde evenwel niets, mogelijk heeft de oorlog verhinderd dat iets dergelijks kon gebeuren. 

In 1946 kwam de financiering rond voor een herstel dat geraamd werd op ƒ 2047,--. Bijdragen leverden de molenaars G. en H. Schuiling, het Rijk, de gemeente Rolde, de vereniging de Hollandsche Molen, de ANWB en de Bond Heemschut.
Die restauratie zelf vond pas plaats in 1948: ter vervanging van de in 1928 verdwenen binnenroede kwam er een tweedehands Potroede en deze kreeg van molenmaker Bremer meteen een Van Bussel-achtige stroomlijn. Ook werd de kap grondig hersteld en wilde men de veldmuren opnieuw opmetselen. 

In 1955 rapporteerde A.J. de Koning (van De Hollandsche Molen) dat de houten buitenroede onderhand erg slecht was en dringend moest worden vervangen. Bijdragen tot een totaal van ƒ 4125,-- werden geleverd door dezelfde personen en instellingen als in 1948, ditmaal aangevuld door de provincie Drenthe en de Coöperatieve stoomzuivelfabriek en korenmalerij te Rolde. Er kwam een geheel nieuwe gelaste buitenroede die nu ook meteen een stroomlijnneus kreeg. 
In 1961 stelde men vast dat de staartbalk moest worden vervangen. Dit vond plaats in 1963. 

Het verhaal wordt eentonig, maar in 1967 moest weer het nodige vernieuwd worden tot een begroot bedrag van ƒ 3125,--. Dit leidde er tenslotte toe, dat de gemeenteraad op 11 april 1968 besloot de molen aan te kopen. Dit kostte ƒ 4900,--.
Nadien draaide de molen regelmatig, bediend door oud-eigenaar Schuiling. Ook werd hier 1968 het Rolder VVV-kantoor gehuisvest, maar dat werd wegens gebrek aan accommodatie geen succes: in 1971 verhuisde men naar een ander pand.

Begin jaren ‘70 vond in fasen een grote restauratie plaats. De bedekking van de romp werd vervangen en in de zomer van 1974 werd de kap grotendeels vernieuwd (o.a. nieuwe voeghouten) en werd een nieuwe binnenroede gestoken. Molenaar Hendrik Schuiling overleed op 12 mei 1976.

In 2000 begon weer een restauratie: Vaags heeft het achtkant opnieuw bekleed, nu met polyester en daaroverheen een mastieklaag. Ook zijn alle kistramen vervangen en is een nieuwe korte schoor geplaatst. 
In 2001 was de kap aan de beurt: de windpeluw werd vervangen, evenals steenbed, voor- en achterkeuvelens en de kruisarmen van het bovenwiel. In 2002 werd het kruirad voor een groter exemplaar verruild.

In het najaar van 2008 werd de molen voorlopig stilgezet en heeft men bovenas en roeden grondig onderzocht op mogelijke gebreken. De bovenas werd vervolgens afgekeurd, waarna een nieuwe moest worden gegoten; de roeden bleven gehandhaafd. 

Geruime tijd later, november 2022, diende zich een nieuwe grote herstelronde aan: nadat de roeden en staart waren verwijderd, ging de kap eraf en plaatste men die op de Brink. Hierna kon het boventafelement worden vervangen, alsmede de pennen van twee achtkantstijlen en het bovenste gedeelte van een derde achtkantstijl. 
Van de kap zelf werd veel houtwerk vervangen: een stuk spantring, een roosterhout, stormluiken, zwaardplanken, etc. Ook vond herstelwerk plaats aan het gepotdekselde dak met fleece en een nieuwe deklaag. Begin april werd de herstelde en geschilderde kap en een deel van de staart weer geplaatst. In mei nieuwe lange schoren, vangstok geplaatst en tot slot de nieuwe roeden.
In juni maakte het nieuwe gevlucht zijn eerste omwentelingen. Ook het hekwerk was vernieuwd, evenals de stroomlijnneuzen. Het oude model van Bremer is gekopieerd en -vanwege de slechte omgeving- van neusremkleppen voorzien.

Hiermee was deze molen weer maalvaardig. Alleen heeft men het verzakken van de veldmuren, iets wat in 1947 al een probleem was, nog niet afdoende kunnen verhelpen. Begin 2025 heeft men enige veldkruisen en de bijbehorende regels vernieuwd met hout dat, opmerkelijk, afkomstig was van schoren van een Duitse molen.