bouwjaar
bestemming

Het malen van graan op professionele basis

molenmaker
B. Ipema, Niezijl (1855)
voorganger
omwentelingen
molenaars
geschiedenis

De huidige molen kwam in de plaats van een in 1789 ten zuidwesten van de kerk gebouwde achtkante bovenkruier. Hij werd gebouwd door molenmaker B. Ipema van Niezijl voor rekening van H.J. Wouthuis.

Jarenlang bleef de molen in gebruik en werd er volop gemalen en gepeld. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog ging het hier echter mis en dat kreeg een lange nasleep.
Het begon toen op 30 december 1944 tijdens het malen de buitenroede brak. Of de molen tijdelijk met één roede verder maalde is niet helemaal duidelijk maar de fa. Bremer regelde dat scheepswerf Vos & Zonen te Groningen een nieuwe roede maakte. Het werd een gelaste roede, die gestoken werd in augustus 1945. Tegelijk bracht Bremer -bij wijze van experiment- toen neusremkleppen aan bij het Dekkersysteem op de binnenroede. 
Helaas: de nieuwe buitenroede haalde de jaarwisseling niet eens, want op 23 december 1945 brak zij, in haar val een deel van de stelling vernielend. 
M. Bok, eigenaar sinds 1911, was hierover zeer ontstemd en kreeg het met de firma Bremer aan de stok over wie de schade zou betalen. Noodgedwongen maalde Bok daarna een tijd met alleen de binnenroede (Bremer had de stelling kennelijk snel hersteld). 
De oude, in 1944 gebroken, Potroede 2317 werd hierna met laswerk opgelapt, maar pas in juni 1947 gestoken. Daarbij kreeg een deze roede een Ten-Haveklep. 
In juni 1950 brak deze roede opnieuw. Vervolgens bestelde men bij Gorter te Hoogezand een nieuwe (waarschijnlijk geklonken) roede. Deze werd gestoken door molenmaker Huberts uit Coevorden; tussen eigenaar Bok en de firma Bremer was het nog niet goed gekomen! 
Geluk bij zoveel ongeluk moet zijn geweest, dat eigenaar Bok ronduit bemiddeld was en bovendien een molenvriend. Anders had de molen deze rampspoed vermoedelijk niet overleefd.  

Tussen 1967 en de restauratie in 1974-1976 is de molen buiten gebruik geweest. U.J. Slump, eigenaar vanaf 1959, verkocht in 1972 de molen aan de toenmalige gemeente Oldehove. Bij de zeer zware storm van 12/13 november 1972 liep het wiekenkruis behoorlijke schade op: veel kleppen waaiden weg en ook het Dekkersysteem op de binnenroede verloor een aantal platen. 

Na een uitvoerige herstelbeurt werd op 23 september 1976 de molen officieel heropend en iets later, 1978,  werd er weer bedrijfsmatig gemalen en gepeld. 

Gemalen wordt er nog steeds, maar in 1998 kwam aan het pellen een einde, toen de enige (en zeer grote) klant het contract niet verlengde. 

In de zomer van 2010 werd de binnenroede gestreken en vervolgens gerepareerd. Na het verwijderen van het Dekkersysteem ontdekte men dat het de Bremer 213 was en niet de 209. In het voorjaar van 2011 vernieuwde men de gehele pelvloer.

Een detail over de bovenas
Bij het doorboren van deze as (lang geleden, vanwege de zelfzwichting) is de boor verlopen: het boorgat is duidelijk naast de walpen uitgekomen. Men heeft kennelijk van de nood een deugd gemaakt: het zelfzwichtsysteem werkt tot op de dag van vandaag goed (hoewel de zwichtstang dus duidelijk scheef zit).