bouwjaar
bestemming

Vh. het malen van graan, thans buiten bedrijf

molenmaker
J. Kortholt, Ruischerbrug (1851)
omwentelingen
eigendomshistorie

Eigenaren van deze molen
B.G. Oosterhuis (1851 - 1862)
R.H. Nanninga (1862 - 1866)
J.A. Kraaima (1866 - 1891)
Jb. Vennema (1891 - 1892)
Tiddo A. Edens (1892 - 1925)
B. Ridder (1925 - 1931)
L. Smith (1931 - 1941)
A.J. Hazekamp (1941 - ?)
H. Wieringa (? - 1960) 
Doede Kruijer (1960 - 1988) 
Fam. Reintjes (1989 - 1992) 
G. Tóth (1992 - 2019)
Molenstichting Winsum (2019 - heden).

molenaars
geschiedenis

Deze molen is in 1851 door Jacob Kortholt van Ruischerbrug voor rekening van B.G. Oosterhuis gebouwd. Tijdens de bouw gebeurde iets onverwachts: de onderbouw zakte in zuidelijke richting weg; om het bovenachtkant toch recht te krijgen metselde men vervolgens een wigvormig tussenstuk! Vanaf de straat gezien maakt het gehele molenlijf daardoor een geknikte indruk. Beide pelstenen liggen evenwel precies waterpas onder de schuin aflopende stellingzolder.
Dit was niet het enige dat bij de bouw van deze molen misging: Jaap Jacobs Kortholt, 74 jaar oud maar nog steeds actief als molenmaker, maakte hier op 29 september 1851 tijdens het werk een zware val en overleed enige dagen later aan de gevolgen ervan. 

Tot 1895 was er een houten as met zeilroeden; in dat jaar werd een ijzeren as gestoken en kreeg de molen op één roede zelfzwichting.

In 1926 bestelde molenmaker Aaltjo Dreise uit Woltersum een nieuwe binnenroede. Evenwel lijkt het, uit latere krantenberichten, dat niet Dreise, maar Bremer deze roede heeft gestoken. Misschien vond deze verschuiving plaats omdat de fa. Bremer zich in 1926 in Adorp had gevestigd en er als het ware bovenop zat. 

In 1946 volgde herstel door Bremer voor ƒ 3000,--. In 1956 voerde deze molenmaker een forsere restauratie uit, ditmaal voor ƒ 11.363,--: beide roeden werden toen zelfzwichtend.
Min of meer hierop aansluitend nam de Stichting Electriciteitsopwekking door Windmolens, in samenwerking met een aantal Groninger gemeenten, hier een proef met automatisch kruien en zwichten langs elektrische weg. Het resultaat hiervan is altijd een beetje stil gebleven: aan te nemen is dat het geen geweldig succes was. 

Daarna ging het snel minder goed met deze molen: zo vlogen tijdens de storm in de nacht van 9 op 10 november 1969 (diezelfde storm waarbij de Fraeylemamolen te Slochteren ondersteboven woei en De Eolus te Aduard behoorlijk beschadigd raakte) de kleppen van de binnenroede grotendeels weg. De schade werd niet hersteld en in 1977 verwijderde men om veiligheidsredenen ook het resterende hekwerk. 

In november 1980 begon een (fl. 266.538,-- kostende) restauratie door de fa. Doornbosch. Op 4 december 1981 volgde de officiële ingebruikname en daarna was de molen ook weer geregeld in bedrijf. 

In latere jaren werd de bedrijvigheid minder, mede omdat de zaak niet goed werd bijgehouden. Vanaf 2000 stond de molen weer stil en in november 2014 werd de molen naar het westen gekruid, waarna beide roeden werden kaalgezet. Daar bleef het voorlopig bij. 
Na veel onderhandelen kon de Molenstichting Winsum de molen tenslotte in 2019 van de particuliere eigenaar aankopen. De stichting stond daarmee voor een flinke opgave, want de molen verkeerde inmiddels in zeer slechte staat en diende opnieuw grondig te worden gerestaureerd. 

Op 26 november 2020 maakte men evenwel een duidelijk begin: nadat beide roeden waren gestreken, heeft men de kap van de romp getakeld.
In 2019 hadden al proefboringen tot 26 meter diepte plaatsgevonden. Daaruit was gebleken dat de bodem niet geheel stabiel was. Aldus kreeg men alsnog bewijs voor wat er tijdens de bouw, door het verzakken, was gebleken.
Men besloot de Aeolus een nieuwe fundering te geven, mét handhaving van de scheefstand van de onderbouw (een situatie die dus al sinds de bouw in 1851 zo is). 
Los hiervan heeft men het metselwerk van diezelfde onderbouw nu wel grondig hersteld, iets wat in 1980/81 niet was gebeurd.

Op 8 juni 2023 werd de geheel herstelde kap geplaatsten niet lang daarna zaten ook beide (nieuwe) roeden erin. De volledige afwikkeling nam kennelijk toch wat meer tijd in beslag, want de feestelijke ingebruikname vond pas plaats op 6 september 2024.