bouwjaar
herbouwd
1862 / 1905
wederopbouw
Zowel in 1862 als 1905 is de molen ingrijpend hersteld na te zijn uitgebrand.
bestemming

Het malen van graan, thans op vrijwillige basis

omwentelingen
molenaars
geschiedenis

Deze molen is in 1852 voor J.F. Pompen gebouwd; oorspronkelijk als "Wind-, Graan-, Schors- en Oliemolen". De oliemolen was naast de huidige romp gesitueerd op "een stuk van 1 a. 10 ca." Al in 1887 werd de oliemolen afgebroken; deze verhuisde vervolgens naar Nuenen. De schorsmolen werd afgebroken rond 1920 (enkele restanten zijn nog zichtbaar).
De Pompens bezaten de Heerlijkheid Sterksel en hebben de molen wellicht als beleggingsobject gebouwd, goed vrij op een zeer hoge molenberg, waardoor de tweede zolder op berghoogte kwam te liggen.

Tweemaal brandde de molen uit: in 1862 en 1904. Beide keren volgde snel herbouw. Na de laatste brand werd de familie Van Asten, die de molen sinds 1901 pachtte, ook eigenaar (en zou dat tot 1922 blijven). In laatstgenoemd jaar verkreeg P.H.H. "Pierre" Trouwen uit Nederweert de molen. 

In 1942 werden de roeden voorzien van het systeem Van Bussel. In 1946 werd oorlogsschade hersteld, maar al heel snel daarna kwam het windbedrijf tot stilstand. Louis Trouwen hield hier daarna, samen met zijn broer Jan (ofwel Sjang), een maalbedrijf. 

In 1983/1984 werd de molen, die inmiddels in behoorlijk vervallen staat verkeerde, geheel gerestaureerd. Sindsdien wordt er weer regelmatig gemalen.

Op 23 mei 2005 werd de kap van de molen gehaald i.v.m. een korte, maar flinke restauratie. Vele balkkoppen werden aangestort, de kap voorzien van nieuwe dakbedekking en een nieuwe (bilinga) lange spruit. Verder werden de roeden verlengd en opnieuw opgehekt (en wederom voorzien van Van Busselwieken). De romp kreeg weer de zwart-witte coating in de verdeling zoals het voor de restauratie van 1983 het geval was. Reeds op 9 juli werden kap en roeden weer aangebracht door de fa. Adriaens en kort daarop kon er als vanouds gemalen worden.

In 2011 werd er ca. 20.000 kg. meel op windkracht vermalen; in 2013 was dat ruim 38.000 kg.; allemaal consumptief: tarwe, rogge en spelt.

Medio 2025 moest de molen stilstaan vanwege ingrijpend herstel aan het metselwerk. Er is heel wat werk verricht, zeker ook qua stuc- en schilderwerk. 
Hierna kwam iets nieuws en ingrijpends: de (verzakkende) molenberg werd grotendeels weggegraven om te worden hersteld en verzwaard. In het voorjaar van 2026 stond er aldus een molen met een keurig verzorgde en geschilderde romp, waarvan wiekenkruis en staart evenwel in de lucht hingen! 

Een paar opvallende details nog:
- De halssteen is zeer groot van formaat en aan de buitenzijde ruw behakt.
- De vangstukken zijn niet verbonden door maanijzers, maar door een grote band aan de buitenzijde.
- De lange zwaarden (schoren) zijn niet gezaagd maar met de hand gedisseld en wel door Frans Hagenaars uit Leende. Ook de korte zwaarden (die in 1984 niet vervangen hoefden te worden en vermoedelijk zeer oud zijn) zijn op die manier bewerkt. Deze techniek wordt tegenwoordig niet meer toegepast. 

 

trivia

Vóór 1922 was Hendrik van Asten ("Driekske de mulder") hier molenaar. Hij had de reputatie dat hij "stevig" maalde. Janus Kees (de latere molenaar/molensteenmaker te Leende) kwam in zijn jonge jaren met zijn vader, lopend van Budel naar Eindhoven, langs deze molen. De molen maalde met vier halve. Toen vader Kees Driekske bewonderend aansprak/uitdaagde, gebood Driekske de knecht de molen maar rond vol te leggen. De molen liep toen zo hard, dat de pet van Janus Kees' hoofd vloog door de wind die het spoorwiel veroorzaakte!