bouwjaar
verdwenen
1773/1774 verbrand
molenaars
geschiedenis

Geschiedenis Houtzaagmolen De Salamander

In 1643 krijgen Huijbert Crijnen van Eijk en Vincent Palensteijn in de heerlijkheid van Veur (even ten noorden van ‘den Leytschen Dam’) aan de Vliet toestemming voor de bouw van ‘een seeckere wintsaechmolen mitsgaders een huysinge dienende totte neeringe van de houtcooperije omme daerinne bequamelijck te moogen woonen’: molen De Salamander.

Er is vanaf dan sprake van een houtkoperij, ook wel houtnegotie of compagnonschap in hout en later, vanaf de 20e eeuw, houtzagerij, fijnhouthandel e.d. De eigenaren zijn koopman in hout, houtkopers. Zaagmolens zijn nodig voor het zagen van stammen tot planken en balken.

Gozewijn van Dijk (sinds 1735 eigenaar van de houtkoperij) wil zijn houtkoperij uitbreiden en krijgt daarvoor in 1739 toestemming. Molen De Hoop wordt dan - direct gelegen aan de trekvaart De Vliet - gebouwd, beide molens zijn dan vermoedelijk paltsrokmolens.

De Haagse timmerman A.T. Zoodaar koopt in 1768 de helft van de houtkoperij en de zaagmolens en in 1769 de tweede helft van de weduwe van Van Dijk. Beide molens zijn rond 1774 door brand verwoest.