- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Wouter Hoogwinkel (Gorinchem 1787 – Dordrecht 1839) verzocht de autoriteiten in 1811 voor een vergunning om naast grutten ook zout te mogen verkopen. In hetzelfde jaar kocht hij een koethuis en stallen van Adriaan Lacoste. Een jaar later kocht hij een stal aan de Voorstraat van Leendert Hoogwinkel.
In 1816 kocht hij een pakhuis in de Lombardstraat van Cornelis Melchior van Nievervaart en in 1819 een huis in de Tolbrugstraat van Hendrik van Dieppenbruggen.
Hierna kocht hij twee huizen in de Voorstraat, in 1820 van Arnoldus Tijssen en in 1821 van Johannes Broekert.
Hij verkocht zijn stal in de Lombardstraat in 1823 aan Albert Monfoort.
In 1828 verzocht hij om toestemming tot het optrekken van een schoorsteen aan de zijmuur van zijn huis staande op de hoek van de Tolbrugstraat en de Voorstraat.
Wouter Hoogwinkel, grutter, kocht een huis in de Voorstraat in 1829 van Pieter Schippers.
Hij verkocht zijn pakhuis in de Voorstraat in 1832 aan Pieter Verschuur en zijn huis in de Tolbrugstraat in 1833 aan Wouter Nugteren.
Hierna gaf hij het grutterswerk op en bij zijn overlijden was hij handelaar in effecten.
onderzoek door Anton Bom, juli 2026