bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Arie Boogaerdt werd geboren in 1805 in Kralingen, zoon van de houtzaagmolenaar Meindert Boogaardt en zijn vrouw Cornelia Agatha Eickma.

In 1829 trouwde hij in Ouderkerk aan den IJssel met Elizabeth van de Rotte, dochter van Johannes van de Rotte en Neeltje Wegman.

In 1837 was er een grote brand in Stolwijk, waardoor een groot deel van het dorp verwoest werd. De grutterij bleef gelukkig gespaard.

Arie Boogaardt overleed in 1843 in Stolwijk, 38 jaar oud.

Zijn vrouw Elizabeth nam de leiding van het bedrijf over. In het Stolwijkse bevolkingsregister van 1847 is haar beroep grutterin. De gruttersknecht Leonardus Ketel woonde bij haar in.

Elizabeth van der Rotte overleed in Stolwijk in 1871, 65 jaar oud.

 

Jan van Dam was geboren in 1811 in Stolwijk. Hij trouwde in 1837 in Stolwijk met Teuntje Kok, geboren in 1814 in Utrecht. Haar ouders Aart Kok en Aartje Verschoor waren bouwlieden (boer en boerin) te Bergambacht.

Hun huis was door de brand in 1837 verwoest en een jaar later ontvingen zij een compensatie van 260 gulden uit een noodfonds dat door de gemeente was opgericht.

Volgens de geboorteaktes van hun kinderen werkte Jan van Dam als timmerman tot 1840. Hierna werkte hij als grutter in Stolkwijk tot 1851, waarna hij weer timmerman werd.

Hij werkte waarschijnlijk in de grutterij van de weduwe Elizabeth Boogaerdt.

 

In 1880 arriveerde de grutter Herman Hendrik Bekker in Stolwijk. Hij werd geboren in 1851 in IJsselmonde. In 1878 was hij getrouwd in Heinenoord met Trijntje Johanna Dronkert, de dochter van Dirk Johannes Dronkert en Willempje de Belder.

Tussen januari 1880 en januari 1884 was hij grutter in Stolwijk en woonde in hetzelfde huis waar Elizabeth van de Rotte gewoond had. In 1884 vertrok hij naar Leiden en de grutterij werd te koop aan geboden.

 

14-04-1884: In “Het Nieuws van den Dag” verscheen op 14 april 1884 de volgende advertentie: 

“Openbare Vrijwillige Verkooping, ten huize van C. F. VAN DEN BERGH, aan Stolwijkersluis, bij Gouda, bij Veiling en Verhooging, op Donderdag den 1 Mei, en bij Afslag en Toewijzing, op Donderdag den 8 Mei 1884, beide dagen des middags te 12 uren, van: Eene goedbeklante, sedert jaren gedreven en nog in volle werking zijnde GRUTTERIJ, met Woonhuis, Paardenstalling, enz., benevens nog een Woonhuis met Schuur en Erf, daarnevens; alles gelegen te Stolwijk, in het Dorp. Bij Biljetten breeder omschreven. Betaling der Kooppenningen op 30 Juni 1884. Inmiddels uit de hand te Koop. Nadere informatien zijn te bekomen ten Kantore van den Notaris G. J. SPRUIJT, te Ouderkerk a/d IJsel”.

 

05-05-1884: Op 5 mei 1884 verscheen er opnieuw en advertentie in “Het Nieuws van den Dag”:

 “Bericht van Inzet. De Onroerende Goederen, op den 1 Mei 1884, ten huize van C. F. VAN DEN BERGH, aan Stolwijkersluis, onder Stolwijk, ten overstaan van den Notaris SPRUYT, geveild, zijn het hoogst in bod gebracht: Perceel Nr. 1 (de Grutterij met Woonhuis) op ƒ3500, Perceel Nr. 2 (het Huis daarnevens) ƒ2050, Te zamen ƒ 5550, en zullen den 8 Mei aanstaande, des middags te 12 uren, ter zelfder plaatse worden afgeslagen en gecombineerd”.

 

De koper was Jacobus de Vreugt. Hij was geboren in 1865 in Stolwijk, de zoon van Gijsbert de Vreugt, metselaar, en Johanna Kramer. Jacobus trouwde in 1888 in Lekkerkerk met Janna Braanker, de dochter van Pieter Braanker en Magrieta Oskam.

Vanaf 1917 komt hij voor in de registers als graanhandelaar.

 

 

 

 

 

 

 

 

nog waarneembaar

De grutterij stond aan het Dorpsplein. Het pand is nu een modehuis genaamd “de Maalderij”, Wijdstraat 2. Het heeft een ingemetselde eerste steen met de datum 1826.