bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Na zijn huwelijk in 1753 maakten Matthijs de Koker (Bergen op Zoom 1722 – 1794) en zijn echtgenote hun testament op, waaruit blijkt dat hij grutter was.

Zij woonden in het huis “Het Wapen van Zeeland” in de Blauwehandstraat op de hoek van de Kettingstraat, maar de grutterij stond in het Boevenstraatje.

In 1766 was hij deken van het grutmolenaars gilde.

Na zijn overlijden maakte zijn weduwe Johanna van der Schriek haar testament op waarin zij naliet:

“aan haaren zoon Jacobus Laurentius de Koker, de huisinge door de Testatrice bewoond woordende, genaamd “Zeeland”, staande en gelegen in de Blaauwhandstraat, met de grutterije en al hetgeen dat tot derzelve behoord, niets daarvan uitgezonderd, staande en gelegen in het Boevenstraatje, beiden binnen deeze Stad.”

Het pand “Het Wapen van Zeeland” was later kadastraal bekend als G-779 en G-778 en de grutterij als G-587.

 

Na haar overlijden in 1803 werd Jacobus Laurentius de Koker (Bergen op Zoom 1772 -1843) de nieuwe eigenaar. In 1830 woonde hij met zijn gezin in een pand in de Blaauwehandstraat 20 genaamd “De Gulden Hand” (kadastraal G-638).

 

Zijn zoon Petrus Joannes Adrianus de Koker (Bergen op Zoom 1808 - 1886) volgde hem op. Bij de registratie voor de Nationale Militie in 1827 noemde hij zich nog grutter, maar bij zijn huwelijk in 1836 was hij “koopman in granen”.

 

Informatie van Anton Bom, 13-06-2026