- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Johannes Noteman overleed in 1812, waarna zijn weduwe Dingema Giltaij het bedrijf voortzette. Na haar overlijden in 1835 kwam de grutterij in de handen van Johannis Recourt (Dordrecht 1821 – 1888). Hij de grutterij te koop aan in de Dordrechtsche Courant van 2 maart 1870. In het kort:
1. Een WINKELHUIS en ERF, waarin eene Grutters- en Kruideniers-Affaire wordt uitgeoefend aan de Vleeschhouwerstraat, A263, kadaster F-486
2. Een GEBOUW en ERF, ingerigt tot Grutterij, met een Paarden-Grutmolen, staande naast het vorige perceel, A264, kadaster A264, kadaster F-487
3. Een GEBOUW en ERF, ingerigt tot Chocolade-Fabriek met wagenhuis en woning, A265, kadaster F-488 en F-489, met pakhuis en koffijbranderij
Op 12 oktober 1879 werd de grutterij opnieuw te koop aangeboden in de Dordrechtsche Courant:
“Vrijwillige en Openbare Verkooping te Dordrecht, ten overstaan van den Notaris D.W. Stoop, van een tot Grutterij gediend hebbend GEBOUW en ERF te Dordrecht aan de Vleeschhouwersstraat A264, kadaster F-487, ter groote van 77 centiaren.
Bevattende beneden: woonkamer met bedstede, drie kasten en stookplaats, grote Lokaliteit met Grond- en Regenpomp en Schoorsteen, in welke Lokaliteit vroeger geplaatst is geweest de Paardengrutmolen en thans een deel daarvan is ingerigt tot Stalling van 3 paarden en boven: Drie hoge Zolders en Vliering, terwijl op de tweede zolder nog is een Slaapkamertje met Bedstede en Kast”.
UIt deze advertentie blijkt dat in 1879 de paardengrutmolen niet langer in gebruik was.
- bronnen
-
Onderzoek dooor Anton Bom, juli 2026