bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Het Romeinhuis in de Nieuwstraat was een gasthuis uit circa 1350, gesticht door de “broederschap der Romeinen” (pelgrims die naar Rome reisden).

In 1618 werd er een bombazijnweverij in gevestigd. 

 

In 1668 verkocht Hendrick van Staebrouck het Romeinhuis in de Nieuwstraat aan Rutger Schouwhamer.

In 1697 verkocht Anthonij Robaij het Romeinhuis voor de som van fl.1500.- aan Pieter Helwigh

Tussen 1697 en 1734 werd waarschijnlijk de grutterij opgericht.

 

In 1734 werd de grutterij, huis en erf, “Sint Pieter en Paulus” ook wel “Romeinhuis” genaamd, in de Nieuwstraat tegenover de Hofstraat, door Johanna van Wijck verkocht aan Lucia van Havenbeeck voor fl.1140.-

 

In 1736 schenkt Lucia van Havenbeek, de grutterij, huis, erf, paard en slee in de Nieuwstraat aan Cornelis Klerq.

 

In 1815 verkoopt Cornelis de Klerk de grutterij en huis in de Nieuwstraat aan Johannes Deegens (Dordrecht 1780 - 1857).

 

In een advertentie in de Dordrechtsche Courant van 25 april 1843 werd de grutterij te koop aangeboden:

OPENBARE VERKOOPING TE DORDRECHT. J.L. VAN RIJSOORT, Notaris in het Arrondissement Dordrecht, standplaats Charlois, zal op Vrijdag den 28 April 1843, des middags ten 12 ure, in het Nederlandsch Koffijhuis van Jilles Zahn, bij afslag verkoopen:

Een hecht en sterk HUIS en ERVE, staande en gelegen te Dordrecht in de Nieuwstraat, letter C nr 1302, ingerigt tot GRUTTERIJ en PAARDEN-MOLEN. Zijnde breeder bij Biljetten omschreven.

Warvan de veiling heeft plaats gehad op Vrijdag dn 21 April 1843, des middags ten 12 ure.

Zijnde inmiddels nadere information te bekomen bij den Heer J.P. BREDIUS, Procureur te Dordrecht, en ten kantore van voornoemden Notaris te Charlois”.

 

Hierna werd besloten de grutterij te ontmantelen, zoals blijkt uit deze advertentie in de Dordrechtsche Courant van 18 januari 1844:

PUBLIEKE VERKOOPING, Door een bevoegd Persoon, in de voormalige Grutterij in de Nieuwstraat, tegenover de Hofstraat, op Donderdag den 25 Januarij 1844, des voormiddags ten half twaalf ure, van al hetgeen tot het inwendige dezer Grutterij behoort, als: EEST, DOPBUUL, GRUT- EN MAALSTEENEN met TOEBEHOOREN, WAAIJERS, KROON, enz, benevens den OPSTAND VAN DE WINKEL, alles genummerd te zien Woensdag en Donderdag voor de verkooping”.

 

Onderzocht door Anton Bom, juli 2026