- bouwjaar
- verdwenen
-
1914 over op stroomkracht
- molenaars
- geschiedenis
-
Casparus Lockemeijer (Dordrecht 1753 - 1817) werkte hier als grutter. In 1814 verkocht hij de grutterij aan Jeremias Koekelis (Dordrecht 1789 – Ommerschans 1839). Op zijn beurt verkocht hij in 1828 de grutterij aan Adrianus Bemolt (Dordrecht 1806 - 1888).
In 1843 besloot Adrianus de grutterij te koop aan te bieden in een advertentie in de Dordrechtsche Courant van 7 januari 1843:
“PUBLIEKE VRIJWILLIGE VERKOOPING. In het Koffijhuis van Zahn, tegen over het Marktplein te Dordrecht, ten overstaan van den Notaris SCHULTZ VAN HAEGEN, van eene goedgelegen en welbeklante GRUTTERIJ in de stad Dordrecht, in de Vriesestraat, gelegen belend een huis van P. Driessen aan de eene en dat van de weduwe Scheij aan de andere zijde. Kadaster Sectie H, no 739. Bestaande in een HUIS en ERF, met ruime Winkel en Kantoor, nagenoeg nieuwe Molen, ééne Grut – twee ruime Bergzolders, Stalling en Hooizolder voor drie Paarden; voorts goede Woonvertrekken, Droogzolder, Bergloods en Keuken. Zoo mede de VASTE en LOSSE GEREEDSCHAPPEN tot de uitoefening der Grutterij behorende. Te aanvaarden met 1 Maart 1843, of vroeger bij de betaling der kooppenningen. Te bezigtigen 2 dagen voor de veiling en afslag, des namiddags na 3 ure, met een Consent-Biljet van voornoemden Notaris. Waarvan de veiling en provisionele toewijzing in voormeld Koffijhuis zal geschieden, op Zaturdag den 21 Januarij 1843. En de afslag en definitieve toewijzing op Zaturdag den 28 Januarij daaraanvolgende, beide des voormiddgas ten half twaalf ure”.
Jan van der Veer de Bondt (Dubbeldam 1817 – Dordrecht 1890) werd de nieuwe eigenaar.
Zijn zoon Adrianus Wilhelm van der Veer de Bondt (Dordrecht 1848 – 1914) volgde hem op. Na zijn overlijden werd zijn weduwe Johanna Adriana Blom (Dordrecht 1859 – 1932) de nieuwe eigenaar.
In het kader van de Hinderwet, plaatsten Burgemeester en Wethouders van Dordrecht op 17 maart 1914 een advertentie in de Dordrechtsche Courant:
“HINDERWET. BURGEMEESTER en WETHOUDERS van DORDRECHT brengen ingevolge art. 6 der Hinderwet ter algemeene kennis, dat heden ter Secretarie der Gemeente (4e Afd.) ter inzage is gelegd: een verzoekschrift met bijlagen van de Weduwe A.W. de BONDT, handelende onder de firma VAN DER VEER DE BONDT alhier, om vergunning tot het uitbreiden der grutterij door het plaatsen van een maalstoel en een electromotor van 17 PK in het pakhuis achter het pand aan de Vriesestraat no 63 alhier, kadaster Sectie H nr 2345; dat op Dinsdag 31 maart 1914, in het Raadhuis der Gemeente, des namiddags te drie uren gelegenheid zal worden gegeven om tegen dit verzoek bezwaren in te brengen en deze mondeling of schriftelijk toe te lichten en dat volgens de bestaande jurisprudentie niet tot beroep gerechtigd zijn zij, die niet van die gelegenheid gebruik maken, om hunne bezwaren mondeling toe te lichten; dat zoowel de verzoekster, als zij, die bezwaren hebben in te brengen, gedurende drie dagen voor evengenoemd tijdstip ter Secretarie der Gemeente (4e Afd.) van de ter zake ingekomen schrifturen kunne kennis nemen. Dordrecht 17 Maart 1914, Burgemeester en Wethouders voornoemd, de Burgemeester H.J. WICHERS, de Secretaris D. VAN HOUTEN Jzn”.
Het bedrijf bleef bestaan en op 13 april 1949 verscheen nog de volgende advertentie in De Boerderij:
“J. van der Veer de Bondt – Dordrecht – Granen, Zaden, Peulvruchten – Opgericht 1843. prima gedroogde Kippengrit in balen van 50 kg à fl.3.80 franco huis, na storting op giro 118993”.
Onderzoek gedaan door Anton Bom, juli 2026