bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Arie Dam werd geboren in 1740 in Heerjansdam, de zoon van Aris Arisse Dam en Grietje Jacobsze Klippanus

Hij trouwde hij in 1764 in Oudshoorn met Neeltje Walingsdr Lelijveld.

Hij was de eigenaar van de korenmolen “De Smalle Juffer” (gebouwd in 1767) en de naastgelegen grutterij.

Zijn oudste zoon Waling trouwde in 1800 met Alida Kooij uit Nieuwkoop.

In 1802 hij het bedrijf over van zijn vader.

Arie Dam overleed op 27 december 1808. Waling verhuisde datzelfde jaar naar Nieuwkoop, waar zijn eerte dochter geboren werd.

Het bedrijf werd overgenomen door zijn broer Klaas.

 

De familie besloot het bedrijf op te splitsen en in de Opregte Haarlemsche Courant van 8 januari 1814 verscheen de volgende advertentie: 

08-01-1814: Opregte Haarlemsche Courant

“Uit de hand te koop: Een florisante en wel ter Neering staande GRUTTERIJ, binnen den Dorpe van Oudshoorn, gelegen langs de Rivier den Rhijn, waarin die Affaire zedert onheugeliike Jaren met goed succes is geëxerceerd en nog wordt gecontinueerd; alsmede nog zes Morgen allerbest en wel toegemaakt WEI- en HOOILAND, met een Kaagberg, Koestal en Wagenschuur daarop staande; te bevragen bij Pieter Oosthoek te Boskoop, en bij de Weduwe Arij Dam, te Oudshoorn voornoemt. Kunnende de helft der Kooppenningen (des begerende) tegen een matigen Intrest op de voornoemde Panden gevestigd blïjven”

.

Dit had niet het beoogde succes en de grutterij werd te huur aangeboden in een advertentie: 

17-02-1814: Opregte Haarlemsche Courant

“Te Huur tegen primo Mei 1814, en wel beklant en goed ter nering staande GRUTTERY, waarin de Grutters Affaire zedert geruime Jaren met goed succes is geëxerceerd, mitsgaders nog zes Morgen allerbest zoo WEI- als HOOI-LAND, staande en gelegen in den Ambagte van Oudshoorn aan den Rhijn, nabij Alphen. Te bevragen bij JAN ROOKHUIZEN, in gemelde Grutterij”.

 

Neeltje Walingsdochter Lelijveld overleed in 1822, waarna het hele bedrijfscomplex (windmolen en grutterij) te koop werd aangeboden in een advertentie

05-12-1822: Rotterdamsche Courant 

“PUBLIEKE VERKOOPING te Oudshoorn, ten Huize van P. J. Sundorff, Kastelein in het Logement de Star aldaar, op Saturdag den 28 December 1822, des avonds te vijf uren, van eene allezins florisante en voordeelig gesitueerde WINDKORENMOLEN, met deszelfs wel ingerigte WOONHUIZING en ERVE, staande en gelegen aan den Lagen Rijndijk onder Oudshoorn; van eene mede zeer bloeijende GRUTTERIJ, met eene ruime en gemakkelijke WONING, STALLING en ERVE, staande nevens gemelden Korenmolen; van nog Twee HUIZEN en ERVEN, insgelijks staande en gelegen aan den Lagen Rijndijk voormeld; voorts van diverse partijen LAND, gelegen in de groote en kleine Polders onder Oudshoorn, te zamen groot circa 15 en een half Bunders of 18 Morgen Rijnlandsch, en laatstelijk van eene HUISMANSWONING met diverse partijen LAND staande en gelegen in den Vier Ambachts-Polder onder Oudshoorn, te zamen groot ongeveer 14 en een half Bunder of 17 Morgen Rijnlandsch; alles nagelaten door wijle Mejufvrouw de Wed. A. Dam, en breeder bij Biljetten omschreven. Wegens de minderjarigheid van sommige der Erfgenamen, zal de Verkooping allezins volgens de bestaande wetten geschieden. Nadere informatien te bekomen bij A. DAM te Oudshoorn, Wm. DAM te Aarlanderveen en ten Kantore van den Notaris L. KALKOVEN te Oudshoorn, alwaar de Bewijzen van Eigendom en Koop-Conditien acht dagen vóór de Verkooping ter visie zullen liggen”.

 

Men slaagde er niet in de windmolen te verkopen, maar de grutterij werd verkocht aan Hendrik Staal.

 

Hendrik Staal was geboren in 1791 in Oudshoorn. Bij zijn trouwen met Aaltje Veraar in 1815 was zijn beroep nog wagenmaker, maar vanaf 1816 wordt in de geboorteakten van zijn kinderen grutter als beroep genoemd.

Uit een notariële akte van 1836 blijkt dat Hendrik Staal, voorheen grutter te Oudshoorn, nu kastelein is in Zwammerdam.

 

De volgende eigenaar was Johan Gerard Kop, zoon van grutter Jacob Kop (zie molendatabase). Hij werd geboren in 1817 in Alphen.

Hij trouwde in 1838 met Annigje Verduijn. Zij overleed twee jaar later.

In 1841 trouwde hij met Hendrika Oosthoek.

Johan Gerard Kop overleed in 1849 te Oudshoorn.

 

Hij werd opgevolgd door Arie Verduijn, geboren in 1851 in Boskoop

In 1873 trouwde hij in Rijswijk (ZH) met Huiberdina Hendrika Cornelia Verhagen, dochter van Willem Verhagen en Maria Helena Burgersdijk.

 

In 1876 vroeg Arie Verduijn toestemming voor het oprichten van een stoomwerktuig in zijn grutterij, maar dit werd door burgemeester en wethouders geweigerd. Hij ging hiertegen in beroep en er verscheen op 11 juli 1876 een Koninklijk Besluit, waarin alsnog toestemming gegeven werd (Nederlandsche Staatscourant; 31 augustus 1876). Men was bezorgd dat vonken uit de schoorsteen een brandgevaar opleverde voor de naastgelegen molen. Maar na een onderzoek van experts bleek dat dit gevaar niet bestond. Het betrof een stoommachine van 12 pk, die later in 1906 vervangen werd door een zuiggasmotor van 25 pk.

 

In 1878 overleed Maria Helena Burgersdijk, waarna Arie in 1879 trouwde met Anna Wilhelmina van der Linden. De grutterij werd uitgebreid met een graanmalerij.

In 1906 werd het bedrijf een Naamlooze Vennootschap met de naam: “Stoommeelmolen en Handel in Koloniale Waren, voorheen Arie Verduyn”. Bij de oprichting van deze NV was het startkapitaal 35 duizend gulden (bijvoegsel Nederlandsche Staatscourant, nr 289, 11 december 1906).

 

Arie Verduijn overleed in 1931 in Alphen aan den Rijn.

 

 

bronnen

Informatie van Anton Bom, 02-05-2026