- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Jan Claeszoon gaf tussen 1518 en 1549 zijn pand op de hoek van de Hofstraat en de Vischmarkt (huidige Sint-Catharinaplein) de naam het “Hof van Gelre”.
In 1658 vloog het pand in brand en de eigenaar, Engel Willemszoon Cogeel (Cocquel), liet het herbouwen. Dit bracht hem in financiële moeilijkheden. Om hem te helpen gaf de Markiezin van Bergen op Zoom hem octrooi tot het “stellen van een grutmolen” met vrijdom van betaling voor 12 jaar. Voorwaarde was dat alleen boekweit gebroken en gemalen mocht worden, maar geen andere granen. Engel Willemszoon was niet alleen grutmolenaar, maar tevens commandant van kanonniers. Na zijn overlijden in 1688 besloot zijn weduwe Cornelia van der Meer de grutterij te koop aan te bieden. Op 9 juli 1697 verkocht boekweitmeel handelaar Willem van Haemsteede, namens de weduwe, de grutterij aan Cornelis Brouwers.
Cornelis overleed in 1703, waarna zijn echtgenote Elisabeth Jaduel de eigenaar werd. In 1719 trouwde haar dochter Willemina met Evert Sinsum. Hij overleed in 1748, waarna hun zoon Cornelis in de grutterij werkte. In december 1764 werd de grutterij voor fl.2900.- verkocht aan Johannes Vergroesen (Zundert 1729 – Bergen op Zoom 1778). Zijn zoon Willem (Bergen op Zoom 1765 – 1846) volgde hem op. Na zijn overlijden werd hij opgevolgd door zijn zoon Adrianus (Bergen op Zoom 1807 – 1870). Zijn weduwe Elisabeth Asselbergs (Bergen op Zoom 1815 – Breda 1897) zette het bedrijf voort, zoals blijkt uit de advertentie in De Tijd van 19 juli 1871:
“De Bloemfabriek, Grutterij en Handel in Kruidenierswaren van wijlen den Heer ADRIANUS VERGROESEN Wzn. te Bergen op Zoom, door diens Weduwe en Kinderen in gemeenschap voortgezet wordende onder haar beheer met magt van substitutie; zoo verzoekt de ondergeteekende hare Begunstigers en Correspondenten, voortaan alle bescheiden betrekkelijk gemelde onderneming te willen adresseeren aan de Weduwe A. VERGROESEN-Asselbergs, onder welken naam en teekening de zaken in het vervolg zullen gedreven worden; en brengt zij tevens ter algemeene kennis, dat hare volmagt, tot nu toe verstrekt op haren Zoon WILLEM PETRUS VERGROESEN, wegens diens vertrek buiten 's lands, is overgegaan zijnen Broeder JOHANNES ANTONIUS VERGROESEN te Bergen op Zoom. Wed. A. VERGROESEN-Asselbergs”.
Na zijn terugkeer uit het buitenland richtte Willem Petrus Vergroesen (Bergen op Zoom 1844 – Tilburg 1929) een vennootschap op met de horlogemaker Bartholomeus Veraart:
“Bij acte, voor notaris M. Bax te Bergen op Zoom, den 1sten Maart 1877, is tussen de Heeren Wilhelmus Petrus Vergroesen, grutter, en Bartholomeus Veraart, meester horlogiemaker, beiden te Bergen op Zoom, aangegaan eene Vennootschap onder de Firma Vergroesen en Veraart, voor allen Commissiehandel en voor Agentschappen van alle Brand- en Andere Assurantien, Levens- en Andere Verzekeringen, waarvan uitgesloten is alle handel in Tarwe, Rogge en Boekweite Bloem en Meel en Boekweite Grutten; neemt aanvang met de datum der Acte en eindigt zes maanden na gedane opzegging of zes maanden na het overlijden van een der Vennooten, in welk laatste geval alle zaken tot ien tijd door den overblijvenden Vennoot wordt voortgezet en vereffend. Elk der Vennooten kan de Vennootschap aan derden en derden aan de Vennootschap verbinden. Alleen tot het opnemen van gelden is beider handteekeining verpligtend “. (Nederlandsche Staatscourant 3 maart 1877).
Elisabeth Asselbergs hield een vinger in de pap, zoals blijkt uit deze advertentie in de Nederlandsche Staatscourant van 28 augustus 1886:
Bij onderhandsche akte van den 21sten Augustus 1886 is de tusschen de ondergeteekenden Elisabeth Asselbergs, weduwe van den heer Adrianus Vergroesen Willemszoon, particuliere, wonende te Bergen op Zoom, en Willem Petrus Vergroesen, koopman, thans wonende in ‘s Gravenhage, bestaan hebbende vennootschap onder de firma Weduwe Vergroesen & Zoon, gevestigd te Bergen op Zoom, door hen opgericht blijkens akte, den 27sten Juni 1879 verleden voor den notaris Hubertus Antonius van Goch, resideerende te Bergen op Zoom, zooals die vennootschap is uitgebreid en in hare bepalingen opnieuw geregeld bij akte van den 17den Maart 1882 voor denzelfden notaris Van Goch verleden, ten doel hebbende het drijven eener fabriek van bloem en aanverwante artikelen, onder de naam van “De Nijverheid”, en het verkoopen dier producten, alsmede de uitoefening eener grutterij en winkelzaak in koloniale waren en aanverwante artikelen, ontbonden, te rekenen van den 21sten Augustus 1886. Geschiedende hiervan openbare aankondiging ingevolge de bepalingen van het Wetboek van Koophandel. E. Asselbergs; W.P. Vergroesen”.
Informatie van Anton Bom, 13-06-2026