bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

In 1702 werd beschreven: “een huijs metten erve, staande & leggende in de Achter ofte Dijkstraet tegens over de Wijde ofte Oliphants steegh van outs genaamt “Rotterdam”, sijnde voor desen geweest een bierhuijs vande gewesene brouwerije vande Oliphant, beneffens een stallingh, staande in de blekers gangh”. (Blekersgang is mogelijk de Beeksteeg)

 

In 1705 werd beschreven: “een huijs metten Erve, staende ende leggende in de Achterstraet sijnde een grutterije genaemt “Rotterdam”, aen de oostsijde d' oliphants thuijn, ten suijden de blekers gangh daerinne desen Huijsinge een vrijen uijtgangh & osingdrop heeft”. (een ozingdrop is een smalle strook grond tussen twee huizen voor de opvang van regenwater van het dak).

 

In 1712 werd beschreven: “een huijs metten erve en een stal daer nevens staande ende leggende in de Achterstraet, sijnde een grutterye genaemd “Rotterdam”, aende oost sijde de oliphants thuijn, ten suijden de blekersgangh daerinne desen huijse een vrijen uijgangh & osingdrop heeft.

 

Rond 1775 was Hendrik Doijer (Zwolle 1747 – 1800) werkzaam in deze grutterij.

Na zijn overlijden zette zijn echtgenote Maria Doijer het bedrijf voort.

In 1807 verkocht de weduwe van Hendrik Doijer de grutterij aan Harmen Sterken.

Na het overlijden van Harmen Sterken in 1808 nam zijn weduwe Grietje Wijngaard het bedrijf over.

In 1821 verkocht Grietje Hansen Wijngaard, weduwe van Harmen Sterken, de Grutterij genaamd “Rotterdam” voor fl.4000.- aan Willem Wesselman (Haarlem 1795 - Naarden 1873).

 

In 1826 verkocht Willem Wesselman, eigenaar van de grutterij “Rotterdam” in de Achterstraat Wijk 2 nrs 233 en 234, het bedrijf aan Johannes Gerardus Eberson (Amsterdam 1804 - Arnhem 1875), wonende in Amsterdam voor de som van fl.6000.-

 

In een advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van 13 augustus 1831 bood hij de grutterij te koop aan:

“UIT de HAND te KOOP: Eene wel ter Nering staande GRUTTERIJ, met deszelfs wel onderhoudene HUIZING, hebbende behalven de Lokalen voor de Grutterij geapproprieerd, 4 behangen Kamers, Keuken, groote Graanzolders, Stalling voor vijf Paarden, een apart naast aangelegen Pakhuis, en eene fraaije aangelegde Tuin achter de Huizing, alles staande en gelegen te Haarlem, wordende dit Perceel gepresenteerd met alle de losse en vaste GEREEDSCHAPPEN tot de Grutterij behoorende, hebbende die Affaire, in dat Perceel sedert onheuglijke Jaren bestaan, en wordende nog met het beste succes gecontinueerd ; de aanvaarding kan plaats hebben met November dezes Jaars, en men zal zich kunnen verstaan om een gedeelte der Kooppenningen op dat Perceel gevestigd te laten. Te bevragen met franco Brieven bij den Eigenaar J. G. EBERSON, te Haarlem. — Voorts worden alle de genen, die van gemelde J. G. EBERSON iets te pretenderen hebben verzocht, hunne pretentiën bij hem inteleveren voor primo November aanstaande, ten einde in dezelve maand Nov., het beloop van hunne vorderingen bij hem te ontvangen”.

 

Hierna gaf hij het grutterschap op en werkte hij vanaf 1839 bij de spoorwegen.

De grutterij kwam hierna in handen van Josephus Antonius Andreas Althoff (Amsterdam 1818 – Haarlem 1898)

In 1866 besloot hij de grutterij te verkopen:

De Heer Josephus Antonius Andreas Althoff, grutter, wonende te Haarlem.

Die verklaarde uit de hand te hebben verkocht, en bij deze in vollenen vrijen eigendom, onder vrijwaring volgens de wet, en vrij van hijpotheken over te dragen aan den Heer

Jacobus Antonius Lourentius Peskens zonder beroep, wonende te Leijden, die ten deze mede Comparerende verklaart in koop en deze overdragt aan te nemen:

Een Huis en Erve, zijnde eene Grutterij met deszelfs getimmerten, en daarnevens gelegen wagenhuis en paardenstalling mitsgaders tuin daarachter, uitkomende in de Beeksteeg, staande en gelegen binnen de Stad Haarlem, in de Achterstraat in Wijk 2. Numero's 233 en 234, kadastraal bekend Sectie D Numero's. 2210, 3928 en 3929, met alle de losse en vaste gereedschappen daarbij behoorende, welke de wet door bestemming als onroerend goed beschouwd”.

 

De latere kadasterkaart geeft de locatie goed aan.

De Achterstraat is op de kadasterkaart van 1898 omgezet tot Spaarnwouderstraat!

Jacobus Antonius Lourentius Peskens (Leiden 1841 – Rotterdam 1914) besloot in 1872 de grutterij te verkopen, zoals blijkt uit de advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van 20 december 1872:

H. C. TOMBERGH, Makelaar, zal op Zaturdag den 21sten December 1872, des namiddags na 5 ure, in het Verkooplokaal de Gouden Leeuw, in de Zijlstraat, te Haarlem, in publieke veiling verkoopen , ten overstaan van den Notaris B. A. VAN DER MADEN: Eene in volle werking zijnde GRUTTERIJ, bestaande uit woon- en winkelhuis, waarin tevens Kruideniers-Affaire wordt uitgeoefend, met annex pakhuis, wagenschuur, paardenstalling en erve, staande en gelegen te Haarlem, in de Achterstraat, tusschen de Hondesteeg en Burgwal, waaraan hetzelve een uitgang heeft, wijk 2. nr 329 en 328, sectie D. nr 2392 en 2393, groot 2 roe, 99 el. Inmiddels uit de hand te koop, te bevragen bij bovengemelden Makelaar”.

 

De nieuwe eigenaar werd Johannes Gerardus Bernardus Randshuijzen (Amsterdam 1836 – Schoten 1906).

In 1905 vestigde de Zuivelfabriek “De Landbouw” zich in deze panden onder de

koepelorganisatie “Coöperatieve Veehoudersbond Gemeenschappelijk Belang”.

 

De panden Spaarnwouderstraat 32 -34 zijn gemeente monumenten.

Informatie van Anton Bom, juli 2026