- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Jan Daniel Hoekwater (Delft 1798 – Rotterdam 1856) trouwde in 1824 met de grutster Margarita Elisabeth van Megchelen. Zij overleed in 1827, waarna hij een jaar later hertrouwde hij met Cornelia Groeneveld.
Van 1834 tot 1852 komt zijn naam voor in de Rotterdamse adresboeken. Hierna spreekt men over De Erven J.D. Hoekwater. De weduwe Groeneveld zette het bedrijf voort.
Vanaf 1875 spreekt men van een stoomgrutterij.
In 1844 was er brand in de grutterij:
“ROTTERDAM, 3 Julij 1844. Aan de Redactie van de Nieuwe Rotterdamsche Courant Verzoeke UEd. onderstaande in UEds. Courant, te willen plaatsen:
Maandag avond, den eerste dezer, omstreeks 11 uur, de Westewagenstraat passerende , ontdekte ik eene verschrikkelijke rook, welke voortkwam uit een der zolderluiken van eene grutterij, doch geen tijd hebbende om mij bij dezelve op te houden, alzoo vernam ik den volgenden morgen, terwijl ik dezelfde straat passeerde, naar de oorzaak van dezelve, en alstoen werd ik geinformeerd, dat de rook hoogstwaarschijnlijk van den eest, welke zich op die zolder bevindt, kwam, en dat deze rook dikwijls met een verstikkende zwavellucht bezwangerd was, zoodat het alsdan niet mogelijk was er voorbij te passeren , zonder dat dezelve op de borst van de voorbijgangers sloeg; of dit met de keuren der stad strookt, betwijfel ik, en het ware hoogstwenschelijk, dat de Regering dezer Stad in dit zoo hoogstnadeelig misbruik liet voorzien. Een Geabonneerde”
Een advertentie in de Rotterdamsche Courant van 19 maart 1879 meld het einde van deze grutterij:
“De ondergeteekenden hebben de eer UEd. te berichten, dat zij hunne Grutterszaak en daaraan verbonden Handel tegen 12 April a.s. hebben OVERGEDAAN aan den Heer P. VAN DEN ENDE, Stoomgrutter, Achterklooster 125, alhier.
Dankbaar voor het zoovele jaren aan hen geschonken vertrouwen, nemen zij de vrijheid hun opvolger beleefdelijk in UEd. gunst aan te bevelen. Hoogachtend, UEd. dw. Dienaren. De Erven J. D. HOEKWATER Jr., Stoomgrutters, Weste Wagenstraat 79. Rotterdam, Maart 1879”.