bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Peter de Roock (Zaltbommel 1748 – 1827), grutter, probeerde in 1817 zijn grutterij in de Waterstraat en Steigerstraat te verkopen, maar dit liep op niets uit. Op de kadasterkaart van 1823 is Otto Jan van Tricht (Zaltbommel 1799 – 1846), grutter in het pand A-150 in de Waterstraat. Dit was waarschijnlijk de grutterij van Peter de Roock.

Ida van der Kaaij, de weduwe van zijn overleden oom van moederskant, Christiaan van de Garde, beurtschipper, bezat het Pand A-142 in de Lange Steigerstraat en pand A-147 in de Waterstraat. Deze panden waren winkels, maar zijn later waarschijnlijk omgezet tot grutterij.

In 1843 kocht Otto Jan van Tricht een huis in de Boschstraat. Zijn broer Hendrik Walraven van Tricht (Zaltbommel 1810 – 1856) is dan landbouwer en grutter in de Waterstraat.

In 1849 verkochten de erfgenamen de grutterij voor fl.2500.- te verkopen aan Willem van der Linden (Amsterdam 1816 – Zaltbommel 1885). In 1851 begon hij te werken in de grutterij maar besloot in 1856 deze te verkopen, zoals blijkt uit deze advertentie in het Algemeen Handelsblad van 14 april 1862:

“VERKOOPING VAN WINKELHUIS EN GRUTTERIJ" De Notaris HERMANUS VERMEULEN te Zalt-Bommel, zal namens zijn principaal, in het Stads-Koffijhuis op de Markt te Zaltbommel, publiek veilen en verkoopen, als: Op Dingsdag den 22sten April 1862, tot een inzet en op Dingsdag den 6den Mei 1862, tot den slag:

I°. Een WINKELHUIS, waarin steeds eene affaire met goed succes is gedreven, staande aan de Waterstraat binnen Zalt-Bommel, kadastraal bekend in sectie A, N°. 147, groot 1 Roede 26 Ellen. en 2". met eene daarachter gelegen sedert weinige jaren geheel nieuw gebouwde GRUTTERIJ, ingerigt volgens de laatste uitvindingen, staande aan de Steigerstraat, binnen Zalt-Bommel, kadaster Sectie A, N°. 142, groot 69 Ellen. Dadelijk te aanvaarden en inmiddels uit de hand te koop”.