- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
In 1685 erfde Maeijke Cloet (Steenbergen 1657 - 1712) van haar in Antwerpen overleden echtgenoot Guilliam Rapperier een huis, erf en grutmolen staande aan de oostzijde van het stadhuis ter waarde van fl.900.-.
In 1686 gaf de Prins van Oranje haar nieuwe echtgenoot Johan Libert een octrooi voor 30 jaren voor exclusief gebruik van een grutmolen.
Na zijn overlijden in 1692 werd het complex getaxeerd op fl.700.-.
Zij hertrouwde met de grutter Antonij Huijbregts van Velthoven, die in 1699 overleed.
Zij hertrouwde hierna met Andries van Eekelen in 1700. Na zijn overlijden in 1707 werd het complex, plus een huis aan de noordzijde hiervan, getaxeerd op fl.850.-
Na haar overlijden liet zij een huis, timmerage en grutmolen, genaamd “Den Orangieboom”, gelegen aan de oostzijde van de Markt, na. De inventaris van de grutmolen vermeldde: bakken, maten, zakken, gewichten, zeven, herpe etc. Zij bezat ook een huis ten noorden van de grutmolen met de naam “De Drij Beijlen”.
De totale waarde werd getaxeerd op fl.3200.- (behalve het paard voor de rolmolen).
Haar zoon Huybregt van Velthoven werd de nieuwe eigenaar.
In 1729 verkocht schepen van Velthoven deze panden aan Jan Engelsen voor fl.2100.-
Voor de inventaris van de grutterij betaalde hij fl.900.-
Na het overlijden van Jan Engelsen in 1754 werd de erfenis verloot onder de erfgenamen.
Aart Matthijsen, de echtgenoot van Catharina Engelse, dochter van de overledene, verkreeg het huis, erf en grutmolen met paard (genaamd “Trui”), gewichten, maten, schalen en ziften tesamen met een Schansblok ter waarde van fl.3200.-.
In 1792 verkopen de erfgenamen van Aart Matthijs het huis, de schuur, hof en erf, zijnde een herberg en grutterij voor fl.4800.- aan de commies Salomon van Campen en zijn vrouw Adriana Ketelaer
Na het overlijden van Salomon van Campen in 1793 verkochten de weduwe Adriana Ketelaer en haar kinderen het complex aan Daniel van de Meebergh voor de som van fl.4385.-
Het bestond uit een ter nering staand huis, schuur met grutterij en inboedel, ruime stalling voor rijtuigen en paarden en een hof en erf. Het logement had de naam “Het Wijn en Koffijhuis”.
In 1805 gaat Daniel van de Meebergh failliet en het gemeentebestuur verkoopt het complex met de naam “Het Stads Wijn- en Koffijhuis” voor fl.2350.- aan Anna Catharina Baselier, de minderjarige dochter van Johannes Baselier.
De grutterij hield op te bestaan. Anna Catharina Baselier trouwde in 1806 met Christoffel Stoffels. Zijn naam komt voor op de eerste kadasterlijst (W-127).