- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Jacobus Krijnen 1 (Princenhage 1706 – Breda 1770) werd poorter van Breda in 1738. Zijn schoonvader Jan de With stond borg voor hem. In 1742 gaf Jan de With zijn dochter Helena de With, huisvrouw van Jacobus Kreijnen, het pand “De Drij Keersen” (de drie kaarsen) met de bijbehorende grutterij gelegen aan de Havermarkt.
Zijn zoon Jacobus Krijnen 2 (Breda 1739 -1787) volgde zijn vader op.
Hij werd op zijn beurt opgevolgd door zijn zoon Jacobus Krijnen 3 (Breda 1774 – 1835).
Na zijn overlijden bood zijn weduwe de grutterij te koop aan in de Bredasche Courant van 25 december 1835.
25-12-1835: Bredasche Courant
“DOOR OVERLIJDEN EN HET VERLATEN VAN AFFAIRE UIT DE HAND TE KOOP, om met primo Mei 1836, of vroeger, in gebruik te aanvaarden: Eene hechte, sterke en weldoor-timmerde HUIZING en ERVE, voorzien van ruime Zolders, groote Kelders, een volkomen Bovenhuis met Keuken en Beneden-Kamers, waarin sedert onheugelijke jaren eene Grutterij en andere Nering is uitgeoefend; staande en gelegen te Breda, op de Zuidzijde van de Havermarkt. Zjjnde de daarin gevestigde GRUTTERIJ met toebehoorende WERKTUIGEN, te gelijk met het Huis, of wel afzonderlijk verkrijgbaar. Nadere onderrigting te bekomen bij Mejuffrouw de Weduwe J. KRIJNEN, alsmede ten kantore van den Notaris Mr. DE ROY, residerende te Breda”.
Tot 1839 betaalde zij het patentrecht voor de grutterij.
Informatie van Anton Bom, 13-06-2026