- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
Teunis Beket werd geboren in 1774, de zoon van Cornelis Beket en Trijntje Teunissen Blanken, wonende op het Haringvliet te Rotterdam
Rond 1800 trouwde hij met Petronella de Hor. Omstreeks 1805 verhuisde het gezin naar de grutterij in Haastrecht. Volgens het bevolkingsregister van Haastrecht van 1829 woonde de grutter Beket met zijn gezin op het adres Grote Haven 184.
29-12-1836:
In de Rotterdamsche Courant van 29 december 1836 werd de grutterij te koop aangeboden:
“UIT DE HAND TE KOOP de GRUTTERIJ te HAASTRECHT, met WOONHUIS, STALLING voor 3 Paarden en 10 Koeijen, mitsgaders al de Vaste en Losse GEREEDSCHAPPEN, tot de uitoefening der Grutterij behoorende; zijnde deze de eenige Grutterij binnen die volkrijke Gemeente; terwijl de Gegadingde daarbij ook tevens zal kunnen koopen twee en een half Bunders uitmuntend en weltoegemaakt LAND, mede aldaar liggende. Alles te bevragen bij den Eigenaar, Bewoner en Gebruiker, TEUNIS BEKET”.
Hierna verhuisde het gezin naar Gouda, waar Teunis meelverkoper was op de Raam nr 79.
De volgende eigenaar was Pieter Teunis van Lit. Hij was geboren in 1802 in Bergambacht en trouwde daar in 1824 met Lena Ceelen. Het echtpaar had 18 kinderen, waarvan er 14 op jeugdige leeftijd overleden. In 1824 was hij nog ijzersmid, maar tussen 1827 en 1837 werkte hij als korenmolenaar in Bergambacht. Pas vanaf 1837 was zijn beroep grutter in Haastrecht. Volgens het bevolkingsregister van 1839 werkte hij samen met de gruttersknecht Hendrik Wijnroks, afkomstig uit Schoonhoven.
11-06-1844: Zoals blijkt uit een advertentie in de Opregte Haarlemsche Courant van11 juni 1844 probeerde Pieter Teunis de grutterij te verkopen:
“UIT de HAND te KOOP te Haastrecht, om met den 1e November 1844, of des verkiezende eerder te aanvaarden: Eene GRUTTERIJ met WOONHUIS, Paarden- en Koestalling en des verkiezende twee en een half Bunder puik WEI- en HOOILAND. Te bevragen bij den Eigenaar P. T. van LIT, aldaar”.
Dit scheen niet te lukken want vanaf 1847 werkte Nicolaas Donkersloot, geboren te Everdingen, als knecht in de grutterij. Zijn zoon Andries, geboren in 1824, werkte ook in het bedrijf mee.
Hierna werd het bedrijf overgenomen door zijn zoon Adriaan, geboren in 1827.
Hij trouwde in Stolwijk in 1860 met Aaltje van Dam. Adriaan overleed in 1880 te Haastrecht.
28-08-1876:
Zijn weduwe Aaltje hertrouwde in 1882 in Haastrecht met Jacob Willemse, afkomstig uit Goes. In 1876 werd de grutterij opnieuw te koop aangeboden in Het Nieuws van den Dag van 28 augustus:
“Zaterdag den 2en September 1876, des voormiddags te elf uren, in het Huis Hoek aldaar: het huis geteekend B nr 43 met Pakhuizen, Grond en Erve, ingericht to Grutterij, aan de IJselzijde, in het dorp Haastrecht. Breeder bij biljetten omschreven; terwijl de Notaris MAHLSTEDE, te Bergambacht, alle nadere inlichtingen op aanvraag zal geven”.
In 1895 verhuist het gezin naar Gouda, waar Jacob Willemse een jaar later als graanhandelaar overleed.