bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Johannes Biemans (Breda 1764 – 1819) werkte in de grutterij in de Ginnekenstraat.

Na zijn overlijden zette zijn echtgenote Maria Cornelia Verhoeven (Baarle-Nassau 1763 -Breda 1831) het bedrijf voort. In 1823 was zij grutter met 1 paard, en tevens winkelierster en tabakkerfster met twee werklieden.

In haar testament (April 1826) gaf zijn haar neef Johannes Petrus Verhoeven de optie tot overname van huis en grutterij voor fl.4000.-,

 

Johannes Petrus Verhoeven (Baarle-Hertog 1795 – Breda 1873) nam de grutterij en tabakskerverij over. Zijn broer Jacobus (Baarle Hertog 1807 – Breda 1886) werkte mee als tabakskerver.

 

Leonardus Mathijs Verhoeven (Breda 1839 – Roosendaal 1909) volgde zijn vader op. Rond 1900 sloot hij de grutterij en concentreerde zich op de tabakshandel.

In De Tijd van 23 juli 1899 adverteerde hij: “De Nieuwe Prijscourant is verschenen. Rookt steeds de gerenommeerde Merken, hierop vermeld, van de alom bekende Firma L. M. VERHOEVEN, Groothandel in Tabak en Sigaren, „Het Wit Kruis," Breda”.

In 1902 vroeg hij een hinderwetvergunning aan voor een gasmotor van 2 pk voor de tabakskerverij.

In augustus 1906 werd hij in Breda failliet verklaard. Hij verhuisde met zijn gezin in december 1906 naar Roosendaal.

Het faillisement werd beeindigd in juli 1907.

 

Informatie van Anton Bom, 13-06-2026