bouwjaar
verdwenen
molenaars
geschiedenis

Jurfaas van Rietschoten (Dordrecht 1715 – 1781) werkte in deze grutterij.

Zijn zoon Cornelis van Rietschoten (Dordrecht 1741 – 1822) volgde hem op. Bij zijn overlijden was hij houtkoper. Zijn zoon Jurfaas Corneliszoon van Rietschoten (Dordrecht 1766 - 1834) was vloten-stuurman en werkte niet in de grutterij, maar zijn kleinzoon Hendrik Johannes van Rietschoten (Dordrecht 1801 - Zwijndrecht 1867) werkte mee als gruttersknecht bij zijn huwelijk in 1821.

Zijn oudere broer, Cornelis van Rietschoten (Dordrecht 1793 – 1855) besloot de grutterij te koop te zetten in de Dordrechtsche Courant van 16 juli 1831:

PUBLIEKE VRIJWILLIGE VERKOOPING. De Notaris BLUSSÉ zal op Dingsdag negentien Julij 1831, ‘s namiddags half drie ure, voor na te melden Panden, veilen, en Zaturdag drie en twintig Julij 1831, ‘s avonds acht ure, bij C. Baggerman, in het logement de Paauw op de Wijnbrug te Dordrecht, finaal bij afslag verkoopen:

No 1. Een ongemeen groot, hecht, sterk en bijzonder welgelegen HUIS en ERF, staande en gelegen te Dordrecht, in de Voorstraat, tusschen de Nieuw- en Kolkstraten, geteekend C nr 1336, voorzien van ongemeen ruime Winkel en daarin zijnde Kantoor, zeer goede en ruime Vertrekken, uitgestrekte Zolders en Bergplaatsen, Binnenplaats, Keuken met Bakoven en Fornuis, grooten verwulfden Kelder, Pompen, en hetgeen verder tot eene aangename en gemakkelijke Woning wordt vereischt; voorts achter, van een hecht, sterk en binnen weinig jaren aanmerkelijk vernieuwd gebouw met Stalling, en drie zeer groote Zolders tot berging van Granen en Hooi, alsmede een Tuin; wijers een hecht, sterk en ruim Wagenhuis, uitgang hebbende in de Steenstraat en eindelijk van een Gang, met eene Poort uitkomende in de Steenstraat; al hetwelk is approprieerd tot eene GRUTTERIJ, en alzoo ook voorzien van het noodige Grutterswerk, Eest enz,. welke Affaire aldaar sedert onheugelijke jaren met goed success is geëxcerceerd en nog wordt gecontinueerd. In de verponding 1831 aangeslagen tot fl.29.08. Te aanvaarden op 1 November 1831.

No 2. Een hecht en sterk HUIS en ERF en open ERF daar achter, staande en gelegen in Dordrecht, in de Steenstraat, geteekend C no 1318. In de Verponding over 1831 angeslagen tot fl.10.72. Verhuurd in twee gedeelten te zamen à fl.1.75 per week.

Nader onderrigt is te become ten kantore van gemelde Notaris BLUSSÉ.

 

Op 13 januari 1832 verkocht Cornelis van Rietschoten twee panden in Wijk C nrs 1318 en 1336 gelegen in de Voorstraat en Steenstraat aan Hendrik Bremekamp (Dordrecht 1799 – 1875).

 

In een advertentie in de Dordrechtsche Courant van 30 december 1843 adverteerde hij het volgende:

“Extra Beste Gepelde Spleet Erwten, eigen fabrikaat, In de DORDRECHTSE GRUTTERIJ EN CHOCOLAADFABRIEK, bij H. Bremekamp, Voorstraat, Wijk C, nr 1336”.

 

In 1868 namen zijn zoons Cornelis Bremekamp (Dordrecht 1836 – 1912) en Hendrik Adrianus Bremekamp (Dordrecht 1845 – Dubbeldam 1907) het bedrijf over van hun vader, zoals blijkt uit deze advertentie in de Nederlandsche Staatscourant van 11 juni 1868.

 

“Bij Acte, den 9den 1868 voor den Notaris Mr. G.P.A. Struijk te Dordrecht verleden, hebben de Heeren Cornelis Bremekamp en Hendrik Adrianus Bremekamp, beiden wonende te Dordrecht, voor den tijd van 3 jaren en 8 maanden, aangevangen 1 Mei 1868 en zullende eindigen 31 December 1872, aangegaan eene Vennootschap tot uitoefening van de Grutterij en Kruideniers-affaire en den Handel in de daartoe betrekkelijke Waren, zijnde de voortzetting der zaken zoo als die tot 1 Mei 1868 door hunnen Vader, den Heer H. Bremekamp te Dordrecht zijn gegeven”.

 

In een advertentie in de Dordrechtsche Courant van 10 februari 1885 werd gemeld dat de venootschap tussen de tween broers werd opgeheven:

“Blijkens acte, den 6 Februari 1885 voor den Notaris Mr. JACOBUS DE KONING te Dordrecht verleden, is de tusschen de Heeren CORNELIS BREMEKAMP EN HENDRIK ADRIANUS BREMEKAMP te Dordrecht bestaan hebbende Vennootschap tot het uitoefenen van de Grutterij en de Kruideniers-Affaire, benevens van den Handel in de daartoe betrekkelijke Waren, onder de firma GEBRODERS BREMEKAMP, te rekenen sedert 1 Januari 1800 vijf en tachtig voor ontbonden verklaard. Zullende de liquidatie van de nog loopende zaken dier ontbonden Vennootschap geschieden door den Heer HENDRIK ADRIANUS BREMEKAMP voornoemd, die gemelde zaken voor eigen rekening en op eigen naam, doch op denzelfden voet zal voortzetten. Geschiedende deze bekendemaking ingevolge Art. 31 van het Wetboek van Koophandel”.

 

Op 18 oktober 1892 meldde de Dordrechtsche Courant het volgende:

Hedenmorgen is in de grutterij van den heer H.A. Bremekamp alhier de machinedrijver H. Hol bij het nazien of de machine niet warm liep, met de hand er tusschen geraakt, tengevolge waarvan hem de wijsvinger van de rechterhand voor een gedeelte is verpletterd

En de midden- en ringvinger zijn afgesneden. In het gasthuis werd hem de vereischte heelkundige hulp verstrekt door Dr. Meilink, waarna de man huiswaarts is gegaan”.

 

Het bedrijf werd voortgezet tot het overlijden van de heer Bremekamp in 1907.

 

Onderzocht door Anton Bom, juli 2026