- bouwjaar
- verdwenen
- molenaars
- geschiedenis
-
08-11-1821: De Rotterdamsche Courant van 8 november 1821 meld het volgende:
“De Ondergeteekende adverteert dat hij de GRUTTERIJ, op het Achter-Klooster, bevorens in werking geweest zijnde door de Heer Leendert Dijkgraaf, en nu eenigen tijd hebbende stil gestaan, wederom heeft in werking gebragt, en dat van heden af bij hem, in de Alkmaarsche Grutterij, zijn te bekomen beste Alkmaarsche GRUTTEN, benevens alle soorten van BOEKWEITE, GRUTTEN en MEEL; verzoekt een ieders gunst en recommandatie, kunnende verzekerd zijn van eene prompte en civiele bediening. Rotterdam den 3 November 1821 L. H. VAN DEN ENDE”.
De voorganger van Leendert Huibertse van den Ende (Rijswijk 1794 – Rotterdam 1868) was Leendert Dijkgraaf. In het kadasterregister werd Leendert Huibertse abusievelijk vermeld als Leendert Aalbert.
Bij zijn huwelijk in 1821 wordt Leendert Huibertse nog gruttersknecht genoemd, wonende achter het verbrande klooster. Tot 1860 komt zijn naam voor in Rotterdamse adresboeken, maar na die datum verschijnt de naam van zijn zoon Pieter van den Ende (Rotterdam 1836 - 1896). In 1868 vermeldde de Nieuwe Rotterdamsche Courant van 4 oktober dat er een ongeval had plaats gevonden in de grutterij:
“Laatsleden Dinsdag ochtend is in den molen van den heer van den Ende, in het Achterklooster alhier, een man tusschen het rad geraakt en medegesleurd, waardoor hij deerlijk gewond werd. Door spoedige hulp heeft men voorkomen, dat de man tusschen het rad verpletterd werd. In deerniswaardigen toestand is hij naar zijne woning vervoerd”.
In 1879 nam Pieter van den Ende de grutterij van de familie Hoekwater over:
“De ondergeteekenden hebben de eer UEd. te berichten, dat zij hunne Grutterszaak en daaraan verbonden Handel tegen 12 April a.s. hebben OVERGEDAAN aan den Heer P. VAN DEN ENDE, Stoomgrutter, Achterklooster 125, alhier.
Dankbaar voor het zoovele jaren aan hen geschonken vertrouwen, nemen zij de vrijheid hun opvolger beleefdelijk in UEd. gunst aan te bevelen. ■ Hoogachtend, UEd. dw. Dienaren,
De Erven J. D. HOEKWATER Jr., Stoomgrutters, Weste Wagenstraat 79. Rotterdam, Maart 1879”. (Rotterdamsche Courant, 19 maart 1879).
Vanaf 1889 werd het bedrijf de “stoomgrutterij P. van den Ende” genoemd
03-08-1895: Het Rotterdamsch Niewsblad van 3 augustus 1895 meldde het volgende:
“Stoomgrutterij “De Gekroonde Grutmolen”, P. van den Ende, Achterklooster 123, 127 en 131, Rotterdam. Ontvangen: Capucijner Erwten, gewas 1895”
02-12-1901: In 1901 werd het bedrijf te koop aangeboden in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 2 december 1901:
“Openbare Vrijwillige Verkooping, De Notarissen VAN DER HOEVEN en KRAMER te Rotterdam zullen in het Notarishuis op Donderdag 12 December 1901 veilen en op Donderdag 19 December 1901 verkoopen, beide dagen des namiddags te twee uur:
No. Een: Een hecht en sterk PAND en ERVE, bestaande in WINKELHUIS met BOVENWONINGEN, alsmede ACHTERHUIS, waarin Stoomgrutterij met ruime Zolders, Eest, Ketelhuis en Stoommachine van 8 paardekrachten, aan de Noordzijde van het Achterklooster te Rotterdam, tegenover de Oosterkerk en nabij de Goudsche Wagenstraat, gemerkt No. 125, terwijl de afzonderlijke Gang, welke toegang geeft tot de Stoomgrutterij, is gemerkt No. 123, bij het kadaster bekend in Sectie M, Nos. 150, 451 en 452, samen ter grootte, van 1 Are 73 Centiaren. Verhuurd als volgt: de Stoomgrutterij met annexen tot 1 Mei 1902 voor f 130.- per 3 maanden, het Winkelhuis tot 1 Maart 1902 voor ƒ26.- per maand, de eerste Bovenwoning met Zolder per week voor ƒ2.50 en de tweede Woning per week voor ƒ 1.10, makende ƒ1019.20 per jaar. Grondbelasting ƒ91.
No. Twee: Een hecht en sterk PAND en ERVE, bestaande in WINKEL- en WOONHUIS met ACHTERHUIS- en ZOLDERS, bevattende het Woonhuis diverse logeabele Vertrekken, vele vaste Kasten en verdere gemakken, aan de Noordzijde van het Achterklooster te Rotterdam, No. 127, naast en ten Westen van het vorige perceel, kadaster Sectie M, No. 449, ter grootte van 69 Centiaren. Verhuurd tot 1 Mei 1902 voor ƒ70.- per maand, makende ƒ840.— per jaar, Grondbelasting f 51.-.
Te aanvaarden bij de betaling der kooppenningen op den 1 Februari 1902. De perceelen worden bij den afslag eerst afzonderlijk en daarna gecombineerd aangeboden.
Te bezichtigen 9, 10 en, 11 December, van 11 — 3 uur, met een toegangbiljet door genoemde Notarissen af te geven, ten wier kantore aan den Oppert, nadere inlichtingen te bekomen zijn”.
In 1903 en 1904 werd de stoomgrutterij nog genoemd in advertenties.
Informatie van Anton Bom, 06-06-2026