bouwjaar
verdwenen
23-04-1936 verbrand
molenaars
geschiedenis

In “De Molenaar” van 2 maart 1904 vroeg molenaar V.H. Willems allerhande onderdelen te koop, zoals een ijzeren bovenas, bovenwiel, bonkelaar, vang, spoorwiel, oude molenstenen met ijzerwerk, een koning, een draagbalk, zolderbalken en een gehele kap (of onderdelen daarvan) en uiteraard ook ijzeren roeden, 80 voet.

Uit welke onderdelen die molen uiteindelijk is samengesteld zullen wij vermoedelijk niet echt meer aan de weet komen, want op 23 april 1936 brandde de molen uit. De oorzaak zou een heetgelopen pokhouten lager zijn. 
(Wat wij, dankzij een advertentie vanwege een voorgenomen verkoop in 1933, wél weten is dat de molen vóór de brand twee koppel maalstenen en een stel Potroeden had). 

 

24-04-1936: Provinciale Noordbrabantsche en 's Hertogenbossche courant

MOLEN AFGEBRAND. Geen brandweer! Men meldt ons uit Eindhoventl.d. 23 April:

In den korenmolen aan de tusschen de dorpen Aalst en Waalre loopende stationsstraat werd hedenmiddag omstreeks half één door voorbijgangers brand ontdekt. De molen werd bewoond door den molenaar en graanhandelaar W. Manders. De sterke wind joeg het vuur, dat, naar voorbijgangers verklaarden, op den middelsten graanzolder was ontstaan, met groote kracht door het houtwerk van zolders en drijfwerk, zoodat spoedig de geheele molen was uitgebrand. Het bleek bovendien, dat het omliggende twaalftal woningen ernstig gevaar liep en op enkele punten reeds had vlam gevat. De bewoners moesten zich haasten om met emmers water het vuur te bestrijden. Daar de gemeente Waalre, waartoe het dorp Aalst behoort, nog steeds geen brandweer bezit, moest men lijdelijk toezien, dat van den molen nog slechts de geblakerde muren overeind bleven staan. Het vuur, dat de omliggende huizen had aangetast, was inmiddels met succes bestreden. De politie handhaafde een strenge afzetting. De oorzaak van den brand is tot nu toe nog niet bekend. De molen en een groote voorraad graan, die den heer Manders toebehoorde, waren verzekerd.