- fabrikant
- Schretlen & Co, D.A., Leiden
- asnummer
- 204
- fabricagejaar
- 1886
- lengte
- 06,00
- type
- bovenas
- materiaal
- gietijzer
- verbijzondering
- opschriften
- op askop: D.A. Schretlen & Co. Leiden 1886 No. 204
- bron
- S. v. Kampen
- over
Het asnummer is 204, maar dat getal past echt niet bij het jaartal 1886. Als het '240' was, klopte het perfect!
Wie weet is er het volgende gebeurd:
"Het is al laat als Johannes in de avondschemering aan de overkant van de singel langzaam op huis aan sjokt . Hij is moe, oud, en alles doet hem pijn van het werken in die warme, hete ijzergieterij van Schretlen. Toen hij de mal klaarmaakte die morgenvroeg in de zandvorm gedrukt zal worden bleven zijn gedachten hangen bij dat jaartal. Hij zag in spiegelschrift cijfers gedrukt in de vorm. Hij zag het opeens, het jaartal 1886 en 40. Niks bijzonders 1886, toch sprongen zijn gedachten opeens 40 jaar terug, mei 1846 toen waren ze getrouwd, zijn Neeltje en hij. Ze heette eigenlijk Cornelia, ze hadden elkaar voor het eerst ontmoet op de Leidse meikermis. Wat waren ze vrolijk en blij geweest. In het jaar 1846 waren er zeven kometen geweest, een christelijk mens tilt daar niet zo aan, maar het moest wel een teken van voorspoed en geluk zijn geweest.Wat is daar nu nog van over? Het wilde zwieren van de kermis is verdwenen, och misschien niet helemaal, het is overgegaan op zijn kleinzoon kleine Pieter. Die wil als hij zondags op zijn schoot zit nog wel eens wild uithalen, kijken of hij opa uit die luie schommelstoel kan krijgen.
Veertig jaar, wat hebben ze gebracht? Tien kinderen waarvan er maar vier overgebleven zijn. Neeltje die door jaren heen zich steeds langzamer en moeilijker ging bewegen. Wel zijn de schitteringen in haar ogen gebleven. Af en toe komen die terug, als ze net als vroeger, plezier heeft.
De volgende dag, het is al laat in de middag ziet Johannes tot zijn schrik dat er iets niet klopt. Bij het afkloppen van het zand, gemengd met paardenmest ziet hij de cijfers. Het mengsel kleeft nog een beetje aan de warme molenas.
Hij gaat een praatje maken met de gietbaas of hij morgen met het ontbramen van de as zal helpen. De kleine knecht Jacobus heeft immers zijn voet verbrand en kan amper lopen. Het is een smoesje, hij wil op de lijst kijken die bij de gietbaas aan het schot hangt. De lijst met productie nummers.
Het was bijna goed, het nummer 204. Met slim werken zou niemand het zien. Bij het ontbramen ligt de loodzware as op een lage lorrie. Johannes zorgt ervoor dat de as zoveel mogelijk met de tekst naar beneden blijft. Kleine Jacobus heeft veel pijn en kan amper bewegen, hij vindt alles goed. Normaal gesproken zou Jacobus het nummer moeten controleren maar laat dit graag over aan zijn grote gezonde collega. Door ook zelf de as met lorrie naar de opslag te brengen komt daar een as te liggen waarvan het nummer toevallig niet leesbaar zich aan de onderkant bevindt."
Zo zou het gegaan kunnen zijn, toch?
(Deze bijdrage is van Luuk Vogelzang, een van de molenaars op de Besthmener molen, naar Shakespeare, wat is in een nummer?).