|
© Foto: Donald Vandenbulcke (02-08-2003). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Ronde stenen molen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met houten schaliën | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 22,74 / 22,84 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De Belgische molenmakers De Moor uit Sint Niklaas bouwden deze molen in opdracht van J. van Jole. De derde generatie van deze molenaarsfamilie was tot voor kort eigenaar van de molen.
De molen met drie zolders is opgetrokken uit rode baksteen. De stenen raam- en deurboogjes zijn sierlijk rood geverfd met witte voegen. De molen heeft ook nog een hijsinrichting. Dit handluiwerk met gaffelwiel komt voornamelijk ten zuiden van de grote rivieren voor. Op de begane grond stond voorheen een haverpletter. In een naburig pakhuis was een dubbele maalstoel met een koppel 15er blauwe en kunststenen, die in gang werden gezet door een 20 PK elektromotor, ondergebracht. Voorheen deed een dieselmotor als vertraagd tussendrijfwerk dienst. Opmerkelijk, en tegenwoordig eigenlijk uniek, is het smalspoor dat tussen molen en maalderij aanwezig is en in principe nog steeds kan functioneren. Tot 1957/58 werd gemalen met twee koppel 16der kunststenen. Deze werden in 1970 verwijderd, waarna een nieuw koppel 16er kunststenen is geplaatst. De restauratie van 1970 was niet alleen voor het maalwerk zeer ingrijpend: staart, kap, zolders en het complete kruiwerk werden vernieuwd. De kruilier maakte plaats voor een rad (in Vlaamse stijl maar niet helemaal nauwkeurig gedaan) en de zwaar werkende ijzeren rollen op ijzeren vloer vervangen door een Engels kruiwerk. Tot begin jaren tachtig werd wederom gemalen door molenaar/eigenaar A.M.T. 'Wies' van Jole, maar een groot succes werd dit niet meer. De stand van de hekkens en borden op de roeden (in Zeeuws-Vlaanderen meestal zeer vlak) spoorde niet met de overbrenging; de molen kwam moeizaam op gang en was, eenmaal op snelheid, niet goed meer te vangen. Overigens is niet alles in deze te wijten aan deze minder nauwkeurige restauratie: de molen draaide al jaren met tweedehands poldermolenroeden, wat geen goede invloed op het functioneren kan hebben gehad. Het gevolg: afnemende bedrijvigheid en tenslotte stilstand en verval. Omstreeks 1990 was de molen niet maalvaardig meer te noemen. Uit voorzorg werd medio 2000 het hekwerk van de wieken verwijderd. Probleem was ook dat de familie Van Jole, vanaf de bouw eigenaar, niet zomaar afstand kon en wilde doen van dit bezit. Uiteindelijk werd er speciaal voor deze molen een stichting opgericht; een stichting, waarin ook de familie vertegenwoordigd is. Hierna volgde een restauratie in fasen, uitgevoerd door molenmaker Johan Hoefkens. Zeer verheugend is, dat de kap, die nogal 'verrestaureerd' was, zijn kenmerkende, over de korte spruit getimmerde, achterkeuvelens terugkreeg; ook het Vlaamse kruirad is volgens oude proporties gereconstrueerd en de tuigage van de nieuwe roeden sluit veel beter dan vóór 2000 aan op de overbrengingsverhouding. Op 4 september 2004 werd de molen feestelijk in gebruik genomen; de vang werd gelicht door de loco-burgemeester van de gemeente Hulst en oud-molenaar/eigenaar Wies van Jole.
©
Foto: A.J. Wisse (02-09-2006).
©
Foto: ? (verzameling Rob Pols).
Laatst bijgewerkt: woensdag 1 september 2010 |