|
|
| Romp | Eiken achtkant, gedekt met riet, op lage gemetselde voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geverfde gepotdekselde planken | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,70 / 25,76 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauel met steekborden op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Het waarschijnlijk al rond het jaar 1200 ontgonnen en in cultuur gebrachte Loener Veen, was door inklinking in 1652 zover gedaald, dat natuurlijke lozing op de Vecht niet meer mogelijk was en het gebied grotendeels een drassig moeras was geworden.
Amsterdamse kooplieden kochten deze waardeloze gronden op en bouwden in 1653 een forse schepradmolen, een binnenkruier, waarmee zij het moeras droog maalden en vervolgens de weer waardevol geworden landbouwgronden wederom verkochten. In 1902 vond er een groot werk aan de molen plaats: de kap met wiekenkruis en gangwerk werd verwijderd en het achtkant met riet en al zo'n 30 meter verrold, waarna de fundering en achtkantsmuren in metselwerk compleet vernieuwd werd. Dit alles werd degelijk en uit een ruime beurs verricht. In 1930 werd de waterhuishouding van Loenerveen (met daarbij de molen) door de gemeente Amsterdam voor de winning van drinkwater overgenomen. Het onderhoud van de nieuwe eigenaar aan de molen werd tamelijk goed verzorgd, maar de molen zelf werd niet op echt deskundige wijze bemalen. Zo stonden onderwiel en -schijfloop veel te strak in elkaar, waardoor de molen onnodig zwaar liep. Pas toen Jan den Besten zich met deze molen ging bemoeien, werd het allengs beter. In februari 1990 kwam de molen in bezit van de Stichting De Utrechtse Molens. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen wordt vernoemd naar de polder die hij kan bemalen. Uniek aan deze molen:
De steek van onderschijfloop en -wiel is de grootste/grofste voorzover bekend. Draag zelf bij
|