|
© Foto: Rob Pols (24-5-2012). |
| Romp | Houten achtkant, gedekt met dakleer, op stenen onderbouw | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met gepotdekselde delen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 19.10 / 18.98 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem van Bussel op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Gebouwd in 1873 (niet in 1863, zoals vaak is aangenomen) als koren- en pelmolen door molenmaker Hunse (Assen), als opvolger van een op 26 augustus 1872 afgebrande koren- en pelmolen.
Eigenaren van de voorganger en de huidige molen waren achtereenvolgens: Smit, Koops, Joh. Rijkens (1875), J. Schuiling (1892), Gebr. Schuiling (1944) en gemeente Rolde sinds 1968. Van de periode van voor 1939 is niet zo heel veel bekend. Pas in dat laatste jaar kwam de molen weer in de belangstelling: Vereniging de Hollandsche Molen attendeerde de gemeente op de zeer matige staat. Omdat de molen toen nog slechts vier bakkers tot klant had, wilde molenaar Schuiling de molen wel laten staan, maar was hij niet genegen er nog kosten voor te maken. De oorlog verhinderde dat er op korte termijn iets kon gebeuren. In 1946 kwam de financiering rond voor een herstel dat geraamd werd op ƒ 2047,-. Bijdragen leverden de eigenaren G. en H. Schuiling, het Rijk, de gemeente Rolde, de vereniging de Hollandsche Molen, de ANWB en de Bond Heemschut. Restauratie vond plaats in 1948. Omdat het moeilijk was een passende roede (ter vervanging van de in oktober 1928 weggeslagen houten binnenroede) te vinden of maken, werd deze restauratie uitgesteld. In 1955 was langer wachten echter niet meer verantwoord, zodat opnieuw geld bij elkaar moest worden gebracht. Bijdragen tot een totaal van ƒ 4125,- werden geleverd door dezelfde personen en instellingen als in 1948. Ditmaal aangevuld met de provincie Drenthe en de Coöperatieve stoomzuivelfabriek en korenmalerij te Rolde. In december 1959 werd de roede vervangen. Hoewel de molen er verder keurig uitzag en als maalwerktuig volkomen intact was, bleek in 1961 dat de staartbalk vernieuwd moest worden. Dat gebeurde in 1963. Het verhaal wordt eentonig, maar in 1967 moest weer het nodige vernieuwd worden tot een begroot bedrag van ƒ 3125,-. Dit leidde er tenslotte toe, dat de gemeenteraad op 11 april 1968 besloot de molen aan te kopen voor een bedrag van ƒ 4900,-. In het najaar van 2008 werd de molen voorlopig stilgezet en zijn bovenas en roeden grondig onderzocht op mogelijke gebreken. Inmiddels is besloten, de bovenas te vernieuwen; de roeden (de binnenroede is, met zijn 55 jaar, één van de oudste nog bestaande gelaste roeden van Nederland) worden gerepareerd en blijven gehandhaafd. De Sallandia-as is waarschijnlijk in 1911 gestoken: in het vakblad ‘De Molenaar’ van 16 april 1911 vraagt molenaar Schuiling een ijzeren as te koop. Over de herkomst van de as is vooralsnog niets bekend. Noot van de redactie: Aangezien zich in deze molen één van de oudst bewaard gebleven Bremer-roeden bevindt (de nr. 3 uit 1953) zal bovengenoemd verhaal niet helemaal kloppen. Aan te nemen is, dat de in 1953 gemaakte roede ook in dat jaar, of mogelijk in 1954, is gestoken en niet pas in 1959. De geschiedenis van deze molen staat vermoedelijk nog niet helemaal vast. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen heeft, voorzover bekend, nooit een naam gehad. Wel heeft de aanduiding 'molen van Schuiling' bestaan. Overige wetenswaardigheden:
Hoewel de molen op een berg gelegen is, is dit, door het ontbreken van een inrijpoort, geen beltmolen, maar een grondzeiler.
©
Foto: n.b. (verzameling Rob Pols).
De molen op de achtergrond is mogelijk de zeskante stellingmolen van Berends die in 1919 werd afgebroken.
©
Foto's: Henk Hilbrands (2009?)
Draag zelf bij
|