Nederlandse Molendatabase  
Schiedam, Zuid-Holland
Database nr. 1109
Inventaris nr. ZH120
Naam De Walvisch
Bouwjaar 1794 / 1998
Type Stellingmolen
Kenmerken Ronde stenen molen
Functie Korenmolen
Ligging Westvest 229
3111 BT Schiedam
Rijksdriehoek X: 86750 Y: 436820
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Schiedam
Kadaster Gemeente Schiedam, sectie C, nr. 532
Monumentennummer 33289
Landsch. waarde Zeer belangrijk, de molen is goed zichtbaar vanuit het oude centrum; dichterbij wordt de waarde verminderd door bomen
Eigenaar Gemeente Schiedam sinds 1982; daarvoor Ver. De Hollandsche Molen sinds 1929
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Omwentelingen
2010: 408.688
2011: 326.202
2012: 381.855
2013: 267.962
Bestemming Het malen van graan op professionele basis
Molenaar Theo de Rooij / Robert van 't Geloof
Bezoekmogelijkheid Alleen op Nationale Molendag en Open Monumentendag.
Molenwinkel wel toegankelijk. Meelverkoop

© Op de achtergrond De Drie Koornbloemen. Foto: Rob Pols (15-1-2005).   
Constructie
Romp Ronde stenen molen; muurwerk beneden 60 cm., tot de maalzolder ca. 42 cm. en daarboven 33 cm. dik.
Kap Gedekt met gepotdekselde planken
Vlucht 26,95 / 26,90 m.
Wiekenvorm Oud-Hollands
Wiekverbeteringen In 1943 kreeg deze molen op beide roeden het systeem-Van Bussel.
In 1960 kreeg de buitenroede het systeem-Fauël (fokwieken) met steekborden; de binnenroede werd weer Oud-Hollands opgehekt.
Bij de forse restauratie van 1972 zijn beide roeden Oud-Hollands opgehekt en dat bleef zo bij het herstel na de zware brandschade van 1998.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0886binnen19981998aanw.26.95 m.
klik voor meer info Derckx0781binnen19941994199627.05 m.
klik voor meer info Derckx0075buiten19711972aanw.26.70 m.
klik voor meer info Pot1877binnen19001900?199426.70 m.
klik voor meer info Pot1634buiten18911891?197126.80 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Gieterij Hardinxveld008019981999aanw.04.05 m.
klik voor meer info Noletg.n.184.1845c199604.05 m.
Kruiwerk Engels met 40 rollen; kruirad met hoge bank
Vang Vlaamse blokvang; vangbalk met haak; vangstok; kneppel
Inrichting Eén koppel 17der blauwe, één koppel 17der kunst- en één koppel 16der Franse stenen op maalstoelen; regulateur; sleepluiwerk
Overbrengingen Bovenwiel 85 kammen
Bovenschijfloop 45 staven
Spoorwiel 117 kammen, steek 8,8 cm.
Steenschijflopen 33, 34 en 40 staven
Overbrengingsverhouding resp. 1 : 6,70, 1 : 6,50 en 1 : 5,53
Hoogte van de stelling: 16,95 m.
Molenmaker ?? (1794)
Stichting Restauratiewerkplaats Schiedam (1998)
Versiering
Eenvoudige baard met het opschrift 'ANNO 1794' en in kleinere cijfers daaronder '1998' (het jaar waarin de nieuwe kap werd gemaakt).

Fraaie gevelsteen in klassicistische stijl, van boven begrensd door een tympaan met daarin een gebeeldhouwde, roodgeverfde walvis, met de tekst:
Op den 16 Junij 1794
Is door
Anthonius Nolet
de Eerste Steen
Van desen Molen gelegd
Verwijzingen
Eigen website De Walvisch
Ten-Bruggencatenr. 01171
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
In december 1793 werd door een groep korenwijnbranders bij de Vroedschap een verzoek ingediend tot het bouwen van een nieuwe stenen molen. Nog voordat dit in behandeling werd genomen kwam er al een klacht van Fop van der Tak, eigenaar van molen De Meyboom. Hij verzocht de Vroedschap 'als plaats voor de nieuw te bouwen molen niet in aanmerking te doen komen de stadsgrond tusschen zijn molen en molen De Eendragt (Broersvest), noch zodanige grond, welke hem voor deszelfs molen tot hinder zoude kunnen verstrekken'. Van der Tak had vernomen dat dit stuk grond mogelijk zou kunnen worden aangewezen als plaats voor de nieuw te bouwen molen. Omdat De Meyboom al hinder had ondervonden door de bouw van De Hoop en later De Eendragt, was Van der Tak bang voor wéér een hoge molen in de nabijheid van De Meyboom. Het zou hem namelijk veel windbelemmering opleveren.
Gelukkig voor Van der Tak kwam als meest geschikte locatie een stuk grond aan de Westvest, in het verlengde van de Walvischsteeg, in aanmerking.
Wèl werden enige strikte voorwaarden gesteld:
1. Dat de molen aan den grond of straat niet wijder dan 40 voeten buitenwerks en het muurwerk niet hoger dan 87 voeten uit gemelde straat zal mogen worden gemaakt;
2. Dat gemelde molen buitenwerks gelijk met den buitenkant van de keistraat zal moeten gesteld worden en onder dezelve een steene heul met een houten vloer, wijd omtrent acht voeten en twintig diep en hoog als bij het maken nader zal worden bepaald en respectieve eigenaars der molen dezelve ten allen tijde ordentelijk zullen moeten schoonhouden;
3. Dat ter wederzijde van de molen zal moeten worden gemaakt worden steene vleugels op zoodanige raaying lengte en hoogt als nader zal bepaald worden en dezelve ten allen tijden ten koste van den molen zullen moeten onderhouden worden;
Het aanleggen van de vermelde heul verliep niet zonder slag of stoot. Het bestuur van de op te richten molen diende een verzoek in deze te laten vervallen, maar dat werd afgewezen. Zo werd De Walvisch, die een eind ín het water werd gebouwd, van dit - nog altijd aanwezige - poortje voorzien. Doel was, de doorstroming van het water te waarborgen. De waterkwaliteit was in die tijd vanwege de vele branderijen zorgelijk; ook was er een getijdemolen midden in de stad, de Waterkoornmolen (welke pas in 1964 zou worden gesloopt...).

Vaak in zijn bestaan is De Walvisch getroffen geweest door natuurgeweld: in september 1826 raakte de molen, evenals De West, De Drie Koornbloemen, De Vrijheid en De Hoop beschadigd door ‘een hevigen rukwind uit het zuid-zuidwesten’. In oktober 1863 verloor de molen een deel van de ophekking door storm, mogelijk veroorzaakt door het door de vang lopen. Op 22 augustus 1892 sloeg de bliksem in, maar dit had geen serieuze gevolgen: molenbaas A. Stolk bleef, hoewel de bliksem hem op een haar na miste, ongedeerd.
In april 1900 werd een roede door storm beschadigd; nog datzelfde jaar werd een nieuwe binnenroede gestoken.

In augustus 1928 werd de molen - die op dat moment in zeer matige staat verkeerde - door De Hollandsche Molen overgenomen. Molenvriend J.R. Sjoer, later bouwmaterialenhandelaar in Schiedam, trad op als tussenpersoon en wist de molen voor een bedrag van ƒ 3500,- aan te kopen. De molen is hierna gerestaureerd door molenmakerij Ottevanger uit Moerkapelle.

Kort na dit herstel, in 1929, huurde L. Diepenhorst uit ‘s-Gravendeel de molen en hij vestigde er een malerij. De eigenaar stelde als voorwaarde, dat er ook op windkracht moest worden gemalen. Op 16 september 1929 bericht de Schiedamsche Courant dat de molen voor het eerst sinds jaren weer (witte) zeilen draagt. Diepenhorst maalde zowel met de wind als met een gasmotor en hij had binnen vrij korte tijd een klantenkring, vooral bestaande uit boeren in de omgeving. Helaas: Diepenhorst ging in 1937 failliet en moest de huur opzeggen.

Op 9 december 1938 ontstond brand, waardoor de onderste vier zolders uitbrandden. De brandweer kon voorkomen dat het vuur door de gehele molen heen brak. Luttele dagen later werd vastgesteld dat de toenmalige huurder de brand zelf had gesticht. De niet onaanzienlijke schade werd hersteld door molenmakerij A. de Graaf & Zn. uit Gouda. 
Na herstel kwam er een nieuwe huurder: de N.V. Melkproductenfabriek Casea. De firma ging caseïne malen, een stof die werd gebruikt door verffabrieken.

Begin jaren '50 verscheen de familie (Van Driel-)Kluit ten tonele. Zij was ook eigenaar van De Noord op het Oostplein in Rotterdam. Op deze laatste molen maalde men vooral tarwe; met De Walvisch wilde men voornamelijk bloem gaan produceren.
Nadat De Noord door brand was verwoest (28 juli 1954) werd De Walvisch intensiever gebruikt. Ook werd in die periode een installatie voor het opwekken van elektriciteit aangebracht. Deze installatie verdween echter weer snel: volgens Gerrit van Driel-Kluit ‘stootte en gierde het, maar leverde het haast niets op’. Een andere eigenaardigheid was het aanbrengen van een hoge kruibank, zoals bij Alblasserwaardse poldermolens.

In 1959 voerde de firma Van der Loo uit Kethel groot onderhoud uit. Zo was de molen in de jaren zestig af en toe draaiend te zien, maar er werd nog maar weinig gemalen.

In december 1970 begon Van der Loo met een nieuwe restauratie, waarbij onder andere kap, staart, stelling en het grootste deel van het wiekenkruis werden vernieuwd. Er kwam een nieuwe gelaste buitenroede; de Pot-binnenroede uit 1900 kon na reparatie weer gestoken worden. Vanaf december 1972 werd er weer regelmatig gedraaid en ook gemalen.

In 1982 nam de gemeente Schiedam De Walvisch voor het symbolische bedrag van ƒ 1,- over van De Hollandsche Molen. Op dat moment stond de molen zelf al een tijd stil vanwege een slecht bovenwiel. In juli 1983 werd dit vernieuwd door de fa. Verbij. Het oude wiel staat sindsdien los opgesteld in molen De Noord.

Rond 1986 verdween de molen volledig tussen de steigers voor grootscheeps herstel van het metselwerk: het voegwerk werd grotendeels vernieuwd, evenals een deel van de bakstenen.
In oktober 1994/1995 volgde herstel aan het wiekenkruis, waarbij onder andere de Potroede uit 1900 werd vervangen. Bovendien werd het wiekenkruis ‘origineel-Schiedams’ opgehekt, dus met scheerhouten aan de toppen en verlengde zwichtlatten.

Helaas bleek dit vele werk tevergeefs: op 14 februari 1996 ontstond - waarschijnlijk door kortsluiting op de tweede zolder - brand in de molen. Wat in 1938 uitbleef, gebeurde nu wel: een onvervalste backdraft, waardoor het vuur zich in één keer door de gehele molen verspreidde: De Walvisch brandde uit. Als door een wonder bleef het wiekenkruis op de bovenkant van de romp hangen.

De herbouw werd al in 1996 gestart met herstel van het op sommige plaatsen zwaar aangetaste metselwerk. Door de hitte van het vuur en het daaropvolgende blussen was dat namelijk op diverse plaatsen gebarsten. Ook werden overal nieuwe bintlagen aangebracht.

De Restauratiewerkplaats Schiedam is er daarna in geslaagd, de molen op prachtige wijze te herstellen. Het is niet eenvoudig te beoordelen, of een foto van voor of na de brand dateert! Alleen een heel kritische kijker ziet dat de huidige kap minder breed is dan de vorige, maar dat heeft een reden: die vroegere kap, die grotendeels uit 1972 dateerde, was in verhouding iets te groot.
De antieke Nolet-as (die tijdens de brand stand had gehouden) moest helaas worden afgekeurd. De nieuw gegoten as werd vervolgens geheel naar model van de voorganger vervaardigd. De originele Nolet-plaat met het nummer van de oude as kreeg een plaats op zijn opvolger.

Aanvankelijk werd de molen alleen draaivaardig opgeleverd. Enkele jaren later was De Walvisch inwendig ook weer geheel compleet en maalvaardig en sindsdien wordt er ook weer geregeld gemalen. 
Aanvullingen
Over de naam:
De molen dankt zijn naam aan de Walvischsteeg, die min of meer bij de molen eindigt. Dus de naam van dit straatje bepaalde de molennaam en niet andersom!

© De voor een Schiedamse molen nogal vreemde hoge kruibank. Foto: Rob Pols (2004).

© Foto: Fred Prins (15-7-2011).

© Foto: Rob Pols (april 2008).

© Foto: Julius Meijer (14-1-2012).

© Foto uit de tijd dat het wiekenkruis was verbusseld.
Foto n.n., collectie Rob Pols.
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: maandag 6 januari 2014 | Tellerstand

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen De Walvisch, Schiedam home vorige pagina