Penn & Comp, F.J. | 0023 | 1850 | 1851 | - | 04.52 m. |
| Kruiwerk |
48 ijzeren rollen; kruirad |
| Vang |
Losse Vlaamse blokvang uit vijf stukken; vangbalk met haak; vangstok |
| Inrichting |
IJzeren scheprad in de molen, Ø 5,60 m.; breedte 0,55 m. Wateras fabr. D. Brussen Schoonhoven 1850 Woning in de molen |
| Overbrengingen |
Bovenwiel 66 kammen Bovenschijfloop 35 staven, steek 13,7 cm. Onderschijfloop 27 staven Onderwiel 91 kammen, steek 16,2 cm. Overbrengingsverhouding 1,79 : 1 |
| Molenmaker |
?? (1779) A. Timmers de Bie (1851) |
Versiering
Fraai baard, geel geverfd, rood afgebiesd, met daarop enige bloemmotieven, de wapens van de vm. gemeenten Noordeloos en Goudriaan en dat van het waterschap de Overwaard, en het opschrift 'ANNO 1779'
In de kruisarmen van het bovenwiel zijn de volgende namen uitgesneden
A. van Kersen – Architek
A. van Eyl – Molenmaker 1861
G. Gerdessen Timmermans
N. Groen – Polderschouts
A.Vonk
C.Stehouwer
A. van Kleef
G. de Jong
S V D B 1874
Verwijzingen
| Ten-Bruggencatenr. |
01484 |
| Voorganger |
|
Geschiedenis
Gebouwd in 1779 op de plaats van een wipmolen die, zoals staat beschreven: inreparabel was bevonden.
In 1851 werd, tegelijk met het aanbrengen van een gietijzeren bovenas, de molen 85 cm. verhoogd, zodat de vlucht aanzienlijk langer kon worden. Later moest, omdat de molen licht verzakt was, de vlucht aan alle enden weer iets worden ingekort. Dit zou pas ruim een eeuw later, toen de molen werd rechtgezet, ongedaan worden gemaakt.
Met een roedlengte van 29.15 meter is dit één van de grootste poldermolens van het land en, gezien de fokwieken, vermoedelijk de krachtigste.
De molen bemaalde de polder Oud-Goudriaan (polder Noordzijde) en was baak (=sein)molen van de Overwaard en kreeg het sein van de Achterlandse molen te Groot-Ammers.
Aanvullingen
Over de naam:
De molen is vernoemd naar de polder die hij kan bemalen.