Versiering
Zeer aardige baard, donkerblauw geverfd, wit afgebiesd, met de opschriften
'Anno 1869' en 'Den Arend'
Aan de noordzijde een gevelsteen met het opschrift:
DE EERSTE STEENEN ZIJN
GELEGEN DOOR
Jan Cornelis. Jacob
GERRIT SPRUYTENBURG Jz
6 NOV. 1868
Geschiedenis
Den Arend werd gebouwd in 1869 ter vervanging van een wipkorenmolen. Timmerman Van der Straaten en de metselaar Van den Oever kregen de bouwopdracht. De fundering kwam te rusten op 66 heipalen van ruim 14 meter lang, aan elkaar gehecht met dubbele kruigen of kloosterhouten.
In de molen werden vijf hele en twee halve zolders aangebracht met nog een zolder in de kap. Er waren twee maalzolders, met in totaal 4 koppels maalstenen, waarop verschillende granen gemalen konden worden.
De molen was tot kort voor de Tweede Wereldoorlog in gebruik. In 1954 werd hij aangekocht door de gemeente Bergambacht; in 1957/58 vond een volledige restauratie plaats, maar de molen kwam niet meer in bedrijf.
Opmerkelijk is, dat de gemeente Bergambacht de molen jaren in eigendom had, maar uiteindelijk verkocht aan een particulier. Eigenaar is thans een in Bergambacht gevestigd bouw- en aannemingsbedrijf, dat ook het hotel-restaurant naast de molen in eigendom heeft en exploiteert.
Het binnenwerk is afkomstig uit de voorganger, een wipkorenmolen en dat is goed te zien: het spoorwiel is zeer klein; de staakijzers zijn buitengewoon lang. Zeer curieus is de maalstoel: de basis wordt gevormd door een paar draagbalken, gemaakt van oude houten roeden van diezelfde voorganger!
De ijzerbalk in de kap is de voormalige staartbalk; de vangbalk is een hoekstijl van het bovenhuis en de penbalk is een oude burriebalk (de 'afdruk' van de zetel is aan de onderzijde nog steeds te zien).
Kortom: een molen met een eigen verhaal en sfeer!
In april 2007 is de molen stilgezet vanwege een flinke restauratie: boktor- en houtwormbehandeling, nieuwe staartbalk, nieuw riet op de kap, ijzeren platen op kruivloer, onder- en overring en een grote schilderbeurt.
Er waren enige tegenvallesr: tempelbalk en voeghouten aan de voorzijde moesten worden aangestort met kunsthars, meer delen van de kuip dan voorzien worden vernieuwd, evenals beide spruiten.
In maart 2008 kon er weer worden gemalen.
In 1935 voerde Pieter Fauel hier zijn eerste experimenten uit met fokzeilen, afkomstig van een kleine zeilboot. Dit resulteerde vlak na de Tweede Wereldoorlog in het fokwieksysteem, dat op zeer veel molens zou worden toegepast.
De molen had tot de restauratie in 1957 houten roeden. Dat is opmerkelijk voor een in 1869 gebouwde molen van deze grootte in dit deel van het land. De tamelijk nabijgelegen fa. Pot maakte destijds immers al stalen roeden. Het is aannemelijk dat de in 1957 vervangen - en overigens zeer fraai gemaakte - houten roeden de originele uit 1869 waren. Een tussentijdse vervanging door andermaal houten roeden ligt immers niet voor de hand.