|
© Foto: Dennis Bommeljé (21-10-2006). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Eiken achtkant, gedekt met riet, op stenen voet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 26,30 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauel op beide roeden | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Rond 1840 gingen er stemmen op om in Arkel een molen te laten verrijzen. Op 27 september 1840 werd Antonie Rekoert uit Groot-Ammers vergunning verleend een korenmolen te laten bouwen. Vanwege de hoge accijnzen, de zogenaamde ‘belasting op het gemaal’, zag hij hier bij nader inzien van af.
Korte tijd later, op 15 juli 1846, werd door het plaatselijk bestuur aan Willem van Tuil, korenmolenaar te Giessen-Nieuwkerk, vergunning verleend om in een boomgaard een korenmolen te bouwen. Van Tuil had de boomgaard voor dit doel inmiddels aangekocht. Het provinciaal bestuur weigerde echter een vergunning af te geven omdat naar zijn oordeel de molen te dicht bij de openbare weg was gepland. De minimale afstand tussen rijweg en molen moest vijftig el meten. Omdat het aangekochte perceel kennelijk te klein was het plan aan te passen, kon de bouw niet doorgaan. In het voorjaar van 1851 werd hetzelfde stuk boomgaard aangekocht door Johannes Westers, aannemer uit Utrecht. Westers had kort daarvoor in het Noord-Hollandse Schermerhorn de twee ondermolens A en B voor ƒ 1.085,- aangekocht die daar als ondermolens hadden gediend en door en experiment met vervijzeling overbodig waren geworden. Westers zag mogelijkheden beide ondermolens als korenmolens te herbouwen, te weten een in Soest, die ondertussen is verdwenen (zie de database van Verdwenen Molens) en de andere in Arkel. Om boven de omliggende bebouwing uit te komen, werd de achtkantige houten romp op een hoge gemetselde onderbouw geplaatst die werd voorzien van een zwichtstelling. Vanaf 1851 tot kort voor de Tweede Wereldoorlog was in de molen nog een koppel stenen aanwezig waarmee eikeschors werd vermalen tot run. Dit produkt werd afgezet aan in Gorinchem gevestigde leerlooierijen. In 1941 werd een houten roede vervangen door een gebruikt exemplaar dat al enige jaren bij de molen in reserve lag. Het jaar daarop werd het oudhollands opgehekte wiekenkruis gewijzigd in het systeem van Bussel. Vervolgens werd in 1943 het bovenwiel vervangen door het wiel van de in 1942 gesloopte beltkorenmolen van Heeze (N.B.); een eveneens uit die sloopmolen afkomstige schijfloop is onderweg vermoedelijk gestolen, want het werd bij aankomst van de trein niet aangetroffen! Toen de concurrentie van de grotere meelfabrieken steeds meer voelbaar werd, overwoog eigenaar C. Scherpenisse in 1946 de molen gedeeltelijk te laten slopen om in het stenen onderachtkant over te gaan op motorische bemaling. Toen dit burgemeester H. Scheffer van Arkel ter ore kwam, zette hij alle zeilen bij om de molen voor Arkel te bewaren. Door zijn grote persoonlijke inzet en mede dankzij donaties en leningen kon de molen op 30 december 1947 door de gemeente worden aangekocht. Het jaar daarop werd het kruirad vervangen door een kruilier die door de daarin aangebrachte tandwieloverbrenging bij het gebruik minder inspanning vergt. Van 1947 tot 1952 was de molen verhuurd aan een lid van de bekende korenmolenaarsfamilie Schuurman. In 1955 werd door molenaar Scherpenisse een koppel stenen aangekocht dat werd aangedreven door een Brons-dieselmotor, voor gebruik tijdens windstille perioden. Door de molen werden toen alleen nog granen tot veevoeder vermalen. Het malen ten behoeve van plaatselijke bakkerijen heeft na de oorlog niet meer plaatsgevonden. Vijf jaar later werd een belangrijke restauratie aan de molen uitgevoerd waarbij de stelling, de windpeluw, een steenrondsel, de staartbalk, de korte en lange spruit en vijf velden net werden vernieuwd. Bovendien werden de houten rollen van het kruiwerk vervangen door Engels kruiwerk. Toen in 1969 een roede vervangen moest worden, werd bij die gelegenheid het systeem Van Bussel verwijderd en op beide roeden het systeem Fauel aangebracht. Dit kon helaas niet verhinderen dat de molen al in 1970 definitief buiten gebruik kwam. In 1978-1979 werd de lange spruit in ijzer vervangen en werden de staartbalk, kapzolder en een steenkuip vernieuwd en reparaties aan het rietdek en de stelling uitgevoerd. De laatste werd overigens in 1982 geheel vernieuwd. Als gevolg van de gemeentelijke herindeling kwam de molen per 1 januari 1986 in eigendom van de gemeente Giessenlanden. Op 1 mei 1991 werd de molen overgedragen aan de Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden (SIMAV). Begin 2010 werd besloten, de molen tot nader order stil te zetten vanwege de slechte staat van de fokken. Aan de molen moet nog veel meer gebeuren; zo is de stenen onderbouw niet best meer en zal grondig moeten worden hersteld. Aanvullingen
Overige wetenswaardigheden:
De romp van deze molen is, zoals uit het onderdeel 'Geschiedenis' blijkt, óf afkomstig van de voormalige ondermolen A óf ondermolen B van de Schermer. Hier is de molen op iets hogere voet gezet, zodat de vlucht iets groter kon worden.
©
Foto: Jan Schuurman (10-05-2003).
©
Foto: Hans Viveen (2004).
©
Foto: n.b. (verzameling Rob Pols).
Laatst bijgewerkt: zondag 29 augustus 2010 |