|
© Foto: Rob Pols (13-8-2003). |
| Romp | Ronde stenen molen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 22,30 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Omstreeks 1550 stond er in Westkapelle vlakbij de kerk al een standerdmolen, die voor de helft eigendom was van de stad en voor de andere helft van de ambachtsheer van Westkapelle. Beide eigenaren lieten in 1773 een ronde stenen grondzeiler, de Dijkmolen (veel later "Prins Hendrik" genaamd) op de zeedijk bouwen.
In 1851 viel het besluit tot de bouw van een tweede molen in Westkapelle: deze kreeg de naam "De Noorman". Vroeger werd de molen ook wel 'fondsmolen' genoemd. Dit omdat de bouw plaatsvond op initiatief van het "Fonds tot Heil van Jongelingen". Dit was in 1825 op initiatief van drie vijftienjarige jongens opgericht, waarbij ieder per week tien cent bijdroeg en mee moest denken over de beste belegging ervan. Doel was om naast het verkrijgen van rente de werkgelegenbeid en daardoor de welvaart in Westkapelle te bevorderen. Zo kochten zij bijvoorbeeld biggen die zij, na vetmesting, weer verkochten voor de slacht. De jongelingen hadden verstand van zaken en bleken in 1851 in staat en bereid tot een grote investering: een koren- en pelmolen. In 1852, het jaar dat de molen gereed kwam, deed een andere inwoner van Westkapelle iets soortgelijks, met molen De Roos als resultaat. Drie koren- (en vermoedelijk ook pel-)molens tegelijk in één niet al te grote gemeenschap was mogelijk wat veel van het goede maar het heeft gefunctioneerd. N. Verhulst, één van de 'jongelingen', was vanaf de bouw tot 1894 eigenaar. Daarna waren dat H.P. Minderhoud (tot 1912), de weduwe J.P. Wayhaert (1912-1913), J. Roelse Izn. (tot 1947) en na 1947 Kees Roelse. In 1974 kocht de gemeente Westkapelle de molen aan. Eén gebeurtenis kan in Westkapelle nooit worden vergeten of ontkend: het bombardement. Op 3 oktober 1944 werd de Westkapelse zeedijk door Engelse vliegtuigen gebombardeerd, in een poging, Walcheren onder water te zetten en daarmee de Duitse bezetter te verdrijven. Juist rond Westkapelle waren, vanwege de 'Atlantikwall', door de Duitsers allerlei versterkingen aangebracht. Voor Westkapelle werd dit een drama zonder weerga: het dorp werd eind 1944/begin 1945 grotendeels met de grond gelijk gemaakt, deels door de Engelse bommen, deels door eb en vloed, die na de gedeeltelijke verwoesting van de dijk vrij spel hadden. Veel, maar niet alle bewoners waren in oktober 1944 geëvacueerd. In totaal verloren hier 175 mensen het leven. Op 3 oktober 1944 gingen door het oorlogsgeweld ook twee van de drie Westkapelse molens geheel verloren: in De Roos kwamen bovendien 47 in de molen gevluchte bewoners om; de Dijkmolen ging malend ten onder. De Noorman was als gevolg de enige overlevende Westkapelse molen na de Tweede Wereldoorlog, zij het dat ook deze molen behoorlijk beschadigd was. Begin 1945 was de molen alweer maalvaardig. Kees Roelse maalde tot 1951 op windkracht en ging vervolgens beneden in de molen met de motor verder. Hij beschikte over twee koppel 16der kunst- en blauwe stenen en een door een 1,5 PK elektromotor aangedreven buil op de eerste zolder. Op de begane grond stond een 30 PK elektromotor voor een koppel 16der kunst- en een koppel 17er blauwe stenen (welke laatste in 1968 naar de molen van Zoutelande verhuisde). De elevator van de begane grond naar de tweede zolder werd samen met het luiwerk aangedreven door een 2 PK elektromotor (in 1968 verwijderd). Beide grote en wit omlijste ramen wijzen op vroegere bewoning van de molen. Tot 1912 heeft op de tweede zolder een pelsteen gelegen, die toen door blikseminslag in stukken werd geslagen; op de eerste zolder zijn de sporen van de draagbalken onder de pelsteen nog aanwezig in de muur. Het huidige luiwiel, met 15 gaten voor staven, is waarschijnlijk één van de bladen van de voormalige pelschijfloop. De overbrenging heeft in dat geval 1 : 9,41 bedragen; zeer goed mogelijk voor een pelwerk. In 1963 werd de toen al 12 jaar stilstaande molen gerestaureerd. Hierbij werden beide Potroeden vervangen door nieuwe gelaste exemplaren; ook werd de stelling geheel nieuw (dat was zeker nodig, want die was op één plaats al ingestort!), evenals delen van de staart. In 1974 kocht de toenmalige gemeente Westkapelle de molen. Tussen 1983 en 1987 volgde een restauratie die circa ƒ 250.000,- kostte. Wederom werden beide roeden vervangen. Vanaf 1987 was de molen weer geregeld op vrijwillige basis in bedrijf en daar ook het Zeeuws Molenmuseum gevestigd. In 2011 werd duidelijk dat de molen flink herstel moet ondergaan: beide roeden bleken niet best meer en ook moesten reparaties aan kap en stelling worden uitgevoerd. De molen werd stilgezet. Herstel werd gepland voor 2012. In september 2012 werd inderdaad begonnen: beide roeden werden gestreken en het metselwerk grondig nagekeken. Een opmerkelijk constructiedetail: het neutenkruiwerk heeft hier een zeer apart middel tegen overkruien: in plaats van door een kuip wordt de kap gecentreerd door vier aan de voeghouten gemonteerde zware ijzeren 'stoelen' met daarin een keerrol. De kuip zelf, die vogels en regenwater buiten moet houden, is van blik. Aanvullingen
Over de naam:
De naam De Noorman houdt verband met de overlevering dat de inwoners van Westkapelle van de Noormannen afstammen. De molen werd vroeger ook wel aangeduid als de 'fondsmolen' (zie "Geschiedenis").
©
Foto: Rein Arler (11-8-2001).
©
De ijzeren stoel tegen overkruien met keerrol
Foto: Dennis Bommeljé.
©
Deze luischijf was vermoedelijk ooit deel van de pelschijf
Foto: Dennis Bommeljé.
©
Foto: Leo Middelkoop (8-7-2012).
Draag zelf bij
|