|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Houten achtkant, gedekt met hout (geel geverfd), op acht teerlingen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met gepotdekselde planken | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 17,60 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De molen werd waarschijnlijk in 1724 gebouwd in opdracht van de ambachtsvrouwe van St. Philipsland ter vervanging van een standerdmolen. W. Meijer verkocht in 1853 de molen aan C. Meijer, die de molen in 1899 overdeed aan W. en J.L. Meijer. In 1907 werd de molen toebedeeld aan W. Meijer.
In 1929 werden de rechten op recognitiën - eigendom met recht van erfpacht - door de ambachtsvrouwe C.J.C. Weerts publiek verkocht aan E.D. v.d. Velde, notaris te Tholen. In 1933 is de molen toebedeeld aan erfpachter C.M. Meijer als vierde molenaar uit dit geslacht. Tot de watersnood in 1953 had deze elders ook een mechanische maalderij. Daarna was hij voor het malen van graan weer geheel afhankelijk van windkracht: dit duurde tot eind 1969. De gemeente nam de molen in 1971 over. De vroegere erfpacht van 36 gulden was toen teruggebracht tot jaarlijks 20 gulden. In 1966 werd de erfpacht voor 660 gulden bij de notaris afgekocht. Het achtkant heeft twee bintlagen en twee kruisen per veld. Eén van de achtkantstijlen is ooit met een deel van een oude houten roede aangelast. De rechte onderkant van de romp is opgebouwd uit geel geschilderde verticale planken en staat op acht gemetselde teerlingen van 0,5 m hoog. Het hogere rompgedeelte is voorzien van gele horizontaal gepotdekselde planken met daarin vier kleine vensters. De hoeken van de achtkant zijn afgedekt met witte aluminium strippen en bij de insnoering met lood. De kap is bedekt met gepotdekselde planken. In 1945 werd het Van Bussel stroomlijnsysteem (met uitneembare steekborden) aangebracht; dit is later weer vervangen door Oudhollands. In 1972 en 1988 werden herstelbeurten uitgevoerd. Vooral die laatste was bijzonder: nadat de dijk op Deltahoogte was gebracht, was de molen te laag en 'in een gat' komen te staan. Daarom is de molen in zijn geheel opgevijzeld en de grond eronder aangevuld, zodat de molen als vanouds de dijk kon domineren. Aan het begin van de 21ste eeuw werd de toestand minder goed: met name het staartwerk was aan vervanging toe; er kon niet meer worden gekruid en draaien was dus alleen mogelijk als de wind toevallig uit de goede hoek kwam. 8 maart 2007 werd, met de verwijdering van de kap, begonnen met een grondige restauratie. In de werkplaats van molenmaker Verbij werd vervolgens vastgesteld dat de kap erg slecht was en vrijwel geheel vernieuwd moet worden. Nogal wat eerder herstel aan de kap bleek 'met kunst- en vliegwerk' gedaan: zo bestond de ijzeren windpeluw uit een fragment van een oude Potroede. Deze tegenvaller leidde tot grote vertraging, omdat voor de onvoorziene uitgaven extra subsidie moest worden aangevraagd. Op 26 mei 2009, ruim twee jaar naar de onttakeling, kon de geheel vernieuwde kap worden teruggeplaatst. 29 januari 2010 is de molen officieel geopend Opmerkelijk is de kruilier, lang geleden gemaakt door molenmaker Willem de Groote uit Kloetinge. De enige overgebleven zonder rondgaande kruiketting: de ketting ligt hier naar twee kanten uit, naar iedere kant over een of twee kruipalen en aan de tweede of derde paal aan iedere zijde vast. Men kan aldus 120° kruien zonder een ketting te verleggen. Aanvullingen
Uniek aan deze molen:
De kleinste echte molen van de provincie Zeeland. Als een echt Zeeuws achtkant staat de molen op teerlingen en is het mogelijk, om onder de molen door te kijken of te kruipen.
Laatst bijgewerkt: maandag 30 augustus 2010 |