|
© Foto:Ton Koorevaar (3-7-2010). |
| Romp | Houten achtkant, gedekt met riet, op stenen voet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 27,50 / 27,70 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauel op beide roeden; op de buitenroede bovendien remkleppen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Het waterschap Westbroek kwam in 1863 tot stand door samenvoeging van de polderdelen: Te Veenwaard, Kerkeindsche Polder, de oostelijke delen van Het Zek en van het Binnenweg, benevens alle landen in het deel Buitenweg, plus de grootste, namelijk de Molenpolder.
De naam Molenpolder duidt op het bestaan in deze polder van een molen, waarvan nog rekeningen uit 1649 bewaard zijn gebleven. Van de Westbroekse Watermolen zijn vanaf 1663 rekeningen bewaard gebleven. In de jaren 1672-1674 (toen bezetten Franse troepen de huidige provincie Utrecht) zijn er nogal wat molens in de Vechtstreek door hun toedoen in vlammen opgegaan. In 1743 werd de oude Westbroekse Molen (mogelijk was dit een wipmolen), die vlak bij de Vecht stond, verplaatst naar de standplaats van de huidige molen. Het vermoeden is groot dat dit een achtkante binnenkruier is geweest, die in 1753 afbrandde. Besloten werd om voor Westbroek, nu zonder het gebied Buitenweg, één molen te herplaatsen. Tot 1830, toen de naburige wipwatermolen werd gebouwd, bleef de polder Buitenweg zonder bemaling. In 1890 werd het houten scheprad vervangen door een metalen exemplaar. In 1913 brandde de molen van de Molenpolder af en werd niet vervangen, maar de polder werd overgenomen door het Waterschap Westbroek. Wèl werd een hulpgemaal, voorzien van een Kromhout dieselmotor, in een nieuw gebouwtje geplaatst. In 1930 werd de molen totaal verdekkerd, hetgeen inhield: Dekkerwieken, dekkerlager, wijziging bovenwiel en rondsel door het plaatsen van een stalen voorvelg en stalen kroonwiel, de koningspil werd gedeeltelijk uitgevoerd in staal, het scheprad vervangen door één dekkerpomp type 90 en één type 60 (die aanduiding slaat op de diameter van de waaier in de pompen), het aanbrengen van een groot drijfwiel en een elektromotor voor de windstille dagen. In 1947 werd de molen voorzien van een snellopende dieselmotor uit een motortorpedoboot en werd de windenergie niet meer benut. Deze motor, op zich volstrekt ongeschikt voor een gemaal, heeft met vallen en opstaan gefunctioneerd totdat het nieuwe Van Eijk-gemaal in 1970-1971 de bemaling overnam. In 1963 onderging de molen nog een restauratie als stilstaand monument en kwam in 1974 in het bezit van de Stichting De Utrechtse Molens. In 1983 volgde een zeer ingrijpende restauratie waarbij de Dekkerpompen werden vervangen door een vijzel. Deze kan via tandwielkasten op windkracht worden aangedreven. Sindsdien is de molen officieel reservegemaal en op vrijwillige basis regelmatig in bedrijf. De vorige lange spruit was een bijzondere: gemaakt door Pot in 1899. Helaas moest deze in 2005 vervangen worden. Nog een opmerkelijk detail: tot 2009 zat in het buikstuk van de vang een kloostermop (oude grove baksteen) ingelaten met het doel: het schoonhouden van de voering! Sinds dit buikstuk is vernieuwd wordt dit onderdeel los bij de molen bewaard. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen is vernoemd naar de polder die hij kan bemalen.
©
Foto: Jacob Olie. De twee Oud-Zuilense molens in 1894 (verzameling Rob Pols).
©
Foto: Frits Kruishaar (5-5-2012).
Draag zelf bij
|