|
|
| Romp | Ondertoren gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Bovenhuis donkergroen geverfd; kap gedekt met gepotdekselde planken | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 27,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
In 1454 werd de eerste molen van het latere waterschap Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven (2000 ha.) in gebruik genomen. Vanaf de dinsdag na Pasen dat jaar waren de ingelanden verantwoordelijk voor het gebruik en onderhoud van die molen. In latere tijd is de bemaling uitgebreid tot drie parallel geplaatste wipmolens.
De huidige molen werd gebouwd na het afbranden van zijn voorganger op 29 oktober 1772. Anthony van Lith nam op 30 december 1772 de bouw aan; reeds in april 1773 was de molen maalvaardig. In 1933 werd de Voorste Molen gesloopt en op die plaats een diesel-schroefpompgemaal gebouwd. In de Tweede Wereldoorlog werd, vanwege gebrek aan dieselolie, voor de aandrijving op elektriciteit overgeschakeld. Gemaal en elektromotor zijn nog altijd aanwezig, maar buiten gebruik. Omstreeks 1950 was de Achterste Molen door gebrek aan onderhoud nauwelijks meer maalvaardig te noemen. Als gevolg kwam deze buiten bedrijf; in 1961 volgde de sloop. In 1962 werd de Middelste Molen door de plaatsing van een reserve-dieselgemaal overbodig en alleen nog voor noodgevallen in stand gehouden. In 1977 werd in de Lopikerwaard een groot ruilverkavelingsproject begonnen. Oude bemalingsinrichtingen, zoals de Middelste Molen, waren meestal niet meer nodig. In 1992 werd de molen van de boezem afgesneden; er kan alleen nog in (een zeer ruim) circuit worden gemalen. In 1993 werd het bovenhuis aangepakt en in 2004 volgde het metselwerk van de waterlopen. Door deze laatste ingreep kon het scheprad weer worden gebruikt. Op 5 juni 2004 werd voor het eerst in tijden weer water gegeven. In 2007 en 2008 vond een uitgebreide restauratie van de ondertoren plaats, waarbij het ondertafelement volledig werd hersteld; ook het voor een groot deel nog uit 1903 stammende rietdek werd vervangen. Een bijzonderheid is dat de molen nog steeds maalt met twee originele Potroeden. Deze verkeren nog in goede staat na een opknapbeurt door roedensmid Straathof in 1976. Een zeer oud maar vooral opmerkelijk constructiedetail is dat bovenwiel en -schijfloop hier 'zuiver' op elkaar draaien: 76 kammen tegen 38 staven. In de regel wordt het als nadelig beschouwd als aantallen kammen en/of staven in molenwielen op elkaar deelbaar zijn. Hier staat het echter al in het bestek! In 1991 werd het naast de molen staande, toen zeer bouwvallige, zomerhuisje gesloopt. Het bleef steeds de bedoeling, dat dit zou worden herbouwd. In het vroege najaar van 2012 is dit gebeurd en staat hier als vanouds weer een klein huisje. In de ondertoren is, compleet met bedstee, een kleine woonruimte aanwezig. Deze bleef, vooral door de bemoeienis van de huidige molenaar, bewust in ongerestaureerde toestand bewaard. Opmerkelijk is de wateras: deze is, gezien de opschriften, gegoten in 1897. De polder bestelde echter pas in 1901 een wateras voor deze molen! Duidelijk is te zien, dat de wateras is bewerkt en ingekort. Het hoe en waarom zijn vooralsnog niet helemaal duidelijk. Aanvullingen
Over de naam:
Vanouds werd deze polder bemalen door drie parallel malende wipmolens. Deze was daarvan inderdaad de middelste. De Voorste en Achterste molen verdwenen resp. in 1933 en 1961. Literatuurverwijzingen:
Rob Alkemade en Erik Stoop. De Middelste Molen bij Cabauw, vijfhonderdvijftig jaar molens in het waterschap Lopik, Lopikerkapel en Zevenhoven (Bussum 2004). Draag zelf bij
|