|
© Foto: Harmannus Noot (09-05-2009). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Houten achtkant, gedekt met riet, op stenen onderbouw | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 22,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem van Bussel op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De molen werd in 1818 gebouwd als koren- en pelmolen in opdracht van Gerrit Helmus Snel. In 1823 werd het (thans nog bestaande) molenaarshuis gebouwd.
Volgens overlevering zou de molen eerst elders hebben gestaan. Gezien de constructie van de molen zijn daar sterke aanwijzingen voor: het houten achtkant begint reeds enige meters boven het maaiveld, maar de stenen onderbouw loopt dan nog een bouwlaag door. Door huwelijk van Snels dochter met Jan Machiel Wentzel kwam de molen in bezit van deze familie. Dit duurde tot 1947. In 1842 werd de molen uitgebreid met een oliewerk. Begin 20e eeuw werd het pelwerk verwijderd. Van ca. 1890 tot 1926 stond er naast de molen nog een houtzaagwerk dat op windkracht werd aangedreven. In 1947 deed Wentzel de molen over aan J.B. Makkinga, die eerder als molenaar bij de plaatselijke coöperatie werkte. Het reeds geruime tijd buiten gebruik zijnde oliewerk werd toen verwijderd. Enkele onderhoudsbeurten konden niet voorkomen dat de molen wegens roedebreuk tussen 1951 en 1956 stil heeft gestaan. In 1956 vond aan de molen een grote restauratie plaats. In 1962 volgde wéér stilstand vanwege mankementen aan de kap. Een nieuwe restauratie in 1969 zorgde ervoor dat de molen weer in gebruik genomen kon worden, maar dit duurde andermaal niet lang: door de novemberstorm van 1972 werd het wiekenkruis beschadigd en kwam de molen weer stil te staan. Herstel volgde in 1974. Veel draaide de molen helaas niet meer. Door veranderingen in de veevoederfabricage was de molen niet meer nodig voor het maalbedrijf. Een periode van verval en onzekerheid over het voortbestaan van de molen brak toen aan, welke tot 1987 duurde. In dat jaar kocht de gemeente Dalfsen de molen aan en liet hem in de jaren 1988/1989 restaureren. De exploitatie van de molen wordt momenteel verzorgd door de Stichting Westermolen Dalfsen. Eigenaren van de molen waren: G.H. Snel (1818-1846) Geesje Snel-van Ankum (1846-1873) Hendrikje Wentzel-Snel (1873-1879) Erven Hendrikje Wentzel-Snel (1879-1884) G.H. Wentzel (1884-1919) J.M. Wentzel (1919-1946) Jeltje Wentzel-Kleis (1946-1947) J.B. Makkinga (1947-1982) F.J. Makkinga (1982-1987) Gemeente Dalfsen (1987-heden). Aanvullingen
Over de naam:
De naam van de molen is niet alleen aan de geografische ligging t.o.v. Dalfsen, maar ook omdat er een Oostermolen in Dalfsen is geweest. Deze stond de Brinkweg, waar het gerestaureerde molenaarshuis Mulderboers nog aan deze molen herinnert. Uniek aan deze molen:
Deze molen had een tijdlang (van ca. 1890 tot 1926) vier volwaardige functies (koren-, pel, olie- en houtzaagwerk) die alle op windkracht werden aangedreven.
Laatst bijgewerkt: woensdag 1 september 2010 |