|
© Draaiend met de nieuwe buitenroede. Foto: Simon van der Meer (1-7-2012). |
| Romp | Grenen achtkant, gedekt met riet, op gemetselde voet van 1,16 m. Tussen onderbouw en achtkant enkele gepotdekselde delen. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 22,85 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Op deze molen is nooit een wiekverbetering toegepast. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Molen De Koker is een in 1866 te Wormer herbouwde en als korenmolen ingerichte achtkante bovenkruier.
De opkomst van de Zaanse molens vond zijn oorsprong in het molencentrum Wormer, waar al in de 16de eeuw een aanzienlijk aantal korenmolens stond, die hoofdzakelijk maalden voor de scheepsbeschuitbakkerijen en de stijfselmakerijen. De Koker, ook wel De Zwarte Hengst genoemd, wordt voor het eerst vermeld in 1592 en daarna nog in 1654 en 1679. Op een van 1638 daterende kaart staat hij duidelijk als bovenkruier getekend. De molen verbrandde op 8 augustus 1840, maar werd als wipmolen herbouwd. Deze ging al op 31 juli 1866 door blikseminslag in vlammen op, waarna op zijn plaats de huidige, uit Graft afkomstige molen werd gebouwd. Deze achtkante molen was echter van Zaanse origine, want hij werd oorspronkelijk te Zaandijk gebouwd als de zesde papiermolen aldaar. Op 11 mei 1679 verklaarden vijf personen, verdeeld in twee partijen dat:Sij luijden met malcanderen jegenswoordig in sociteyt sijn aent stichten een opbouwen van een nieuw achtkante papier molentje dat sal draegen de naem van de Hoop int noort eynde van Saendijck binnendijcx int velt daer de volmolen de Koper heeft gestaen. De grauwpapiermolen De Hoop kwam in de zomer van dat zelfde jaar gereed en kreeg een windbrief die gedateerd was op 24 augustus 1679. Om duistere reden kreeg hij de bijnaam Arme Jacob een naam die eerst in 1758 is aangetroffen maar misschien al eerder in gebruik was. Tussen 1733 en 1739 is de molen ingericht voor de fabricage van witpapier en in 1848 werd er nog een nieuwe pakkamer bijgebouwd. Nog in dat zelfde jaar werd De Hoop verkocht, wat nog minder opbracht dan deze pakkamer had gekost. De tijd van de handfabricage van papier was inmiddels wel voorbij en de molen werd afgebroken en verkocht naar Graft om daar als korenmolen te worden herbouwd. Hier heeft hij echter niet lang gestaan, want al in 1866 werd hij naar zijn huidige standplaats te Wormer verplaatst. Na eerst nog doppen en veevoer te hebben gemalen, is hij omstreeks 1928 als gevolg van een defecte roede buiten bedrijf gekomen. In 1944 werd de toen al sterk vervallen molen eigendom van Vereniging De Zaansche Molen. In 1947 werd met herstel begonnen, maar vanwege de moeilijke financiële situatie van de vereniging moest dit over enige jaren worden uitgesmeerd. Op 5 oktober 1950 werd de herstelde molen officieel in gebruik genomen. Sindsdien wordt hij op geregelde tijden in werking gesteld, al werd er geen huurder meer voor deze molen gevonden; de molen heeft vanaf de jaren '50 altijd op vrijwillige basis gedraaid en gemalen. In oktober 1961 werd de molen slachtoffer van zware storm. De as dompte en één van de roeden sloeg tegen de romp aan. De schade was groot en het duurde wederom een paar jaar voordat de molen hersteld kon worden. Pas in 1965 was de molen weer maalvaardig. In 2008 stond De Koker enige maanden stil; de windpeluw bleek slecht en moest vervangen worden. In de zomer van 2011 bleek, bij het doorschuiven van de roeden, dat de buitenroede, op dat moment 48 jaar oud, zeer slecht was. Deze werd daarom kort daarop gestreken. Op 4 april 2012 kreeg de molen een nieuwe buitenroede. Constructie Het uit 1679 daterende grenen achtkant staat op vrij hoge penanten, op een ten opzichte van het omliggende maaiveld wat hoger gelegen molenwerf. De bovenas is afkomstig uit de in 1879 afgebroken cement- en trasmolen De Rietvink, die aan Wormerringdijk te Wormer stond. Vroeger lagen er op de eerste zolder twee koppel maalstenen. Naast het malen van graan kon er in het verleden ook nog met één steen worden gepeld. De pelkist met daarin een pelsteen is, evenals de koude schepperij en de waaierij nog aanwezig. De pelsteen is direct onder de eerste zolder aangebracht en rust op twee zware eiken binten, achtkantstijlen van een, waarschijnlijk 17de-eeuwse, indertijd bewoonde poldermolen. Vermoedelijk is de pellerij al bij de bouw in 1868 of spoedig hierna aangebracht. Bekend is echter dat zij al vanaf het begin van de 20ste eeuw niet meer in gebruik was. Ook zijn nog een buil en koekenbreker aanwezig. De buil wordt via een touwsnaaraandrijving op de luizolder rechtstreeks vanaf de koningspil aangedreven. Opmerkelijk is dat de bovenbonkelaar is voorzien van ijzeren kammen. Vroeger kon men vanuit de aan de oostzijde van de molen gelegen Kokersloot de molen binnenvaren, wat nog is te zien aan de vorm van de beide oostelijke penanten en het daar ontbreken van een veldmuur. De hogere ligging van de molen ten opzichte van het polderwater en de laag gelegen begane grondvloer houden eveneens hiermee verband. De toegang vanaf het water was al in het begin van de 20e eeuw niet meer aanwezig.
©
Foto: Hessel de Vries (8-2-2009).
©
Foto's: Hessel de Vries (8-2-2009).
©
Foto: Marcel Stroo (14-9-2008).
Draag zelf bij
|