|
|
| Romp | Houten achtkant, gedekt met riet, op achtkante houten onderbouw met aangebouwde schuur | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 23,25 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De windbrief voor deze molen was uitgereikt aan Cornelis Abrabamsz Relk en Dirk Claasz. Groot en gedateerd 6 februari 1722. Op 4 september daaropvolgend werd de molen opgenomen in een assurantiecontract ten name van Cornelis Relk in compagnie, zodat de molen in of kort voor 1722 zal zijn gebouwd.
In 1781 kwam de molen in bezit van de familie Trip die hem in 1878 in eigendom overdeed aan Jan Dekker Azn., die hem op zijn beurt in 1889 weer verkocht aan ene De Vries. Hij zou toen al niet meer als pelmolen in gebruik zijn geweest; volgens de Zaanse molenkenner Boorsma is de molen echter pas in 1899 tot doppenmolen verbouwd. Het vermalen van doppen vond plaats tot 1918, in welk jaar werd overgegaan op het vermalen van zaagsel tot houtmeel. Dat product werd destijds als grondstof gebruikt voor de fabricage van linoleum. Dit zeer brandgevaarlijke werk heeft de molen overleefd, dankzij het vakmanschap van de twee molenaars De Vries. In augustus 1954 hielden zij met het werk op. G. de Vries was daar toen 55 jaar molenaar geweest. In 1955 werd Het Prinsenhof gekocht door de Gebr. Laan te Wormerveer, eigenaars van de pellerij Mercurius aldaar, met de bedoeling er weer een pelmolen van te maken. De reconstructie tot pelmolen was een succes; de belangstelling daarna evenwel gering. In 1961 werd de molen voor ƒ 6000,- verkocht aan Vereniging De Zaansche Molen. Deze liet Het Prinsenhof nadien weer min of meer regelmatig in werking stellen. Na een restauratie, uitgevoerd in 1970-1972, waarbij onder meer een roede werd vernieuwd, werden ook pogingen gedaan om de molen weer te laten pellen. Sinds 17 november 1978 is dit echt weer mogelijk. De molen draait regelmatig waarbij soms wordt gepeld. Ruim 35 jaar na een eerdere herstelbeurt, werd op 8 februari 2008 de buitenroede gestreken als aanzet tot een forse restauratie. Later werden windpeluw en middenbalk vervangen. De kap is veel meer in proportie tot de vroegere situatie gebracht: de spanten en gordingen zijn daartoe geheel gewijzigd. De roeden zijn inmiddels vervangen; de molen heeft weer een echt 'pelmolenkruis' gekregen, dus met een zeer diepe schoot en brede windborden. Hiertoe werd ook nog een oude Potroede, afkomstig van de Bijenkorf te Gemert (die tot 1908 als pelmolen 'De Veenboer' in Zaandijk stond) naar de Zaanstreek teruggehaald om als voorbeeld te dienen. Op 25 april 2009 werd de molen na deze grondige herstelbeurt feestelijk in bedrijf gesteld. Constructie De romp en de schuur van deze molen zijn nagenoeg geheel van grenenhout gemaakt. Het onderachtkant, dat een bintlaag heeft en in slechts drie velden een veldkruis, staat op vrij hoge penanten. De begane grondvloer ligt dan ook op ca 1,2 m. boven het maaiveld. Op het onderachtkant staat een bovenachtkant met twee bintlagen en een waarschijnlijk pas later ingebrachte tussenzolder. In elk veld van het bovenachtkant zijn drie veldkruisen aanwezig waaronder een ter plaatse van de kapzolder. Aan inkepingen in de achtkantstijlen is te zien dat er vroeger een andere verdeling met slechts twee kruisen per veld moet zijn geweest. Op de kapzolder is aan de binnenzijde tegen de stijlen nog een geheel rondgaande gording aangebracht, waarvan de functie niet duidelijk is. In de vloerconstructie ter hoogte van de stelling zijn twee koppel pelstenen aanwezig, die afkomstig zijn uit de pellerij Mercurius te Wormerveer en in 1956 zijn aangebracht. De waaierij wordt via een snaaraandrijving vanaf de bolspil van het noordelijke koppel stenen in beweging gebracht. De korenharp, tweebaksharp en warme schepperij worden met snaren via de 'dooieman' aangedreven, de koude schepperij vanaf de koningspil. Naast de molen bevindt zich de zogenaamde hut, een klein houten schuurtje met een stookplaats, dat als verblijfplaats diende voor het personeel wanneer dit niet aan de arbeid was, bijvoorbeeld tijdens het schaften of in geval van te weinig wind. Helaas werd op 2 januari 2008 de antieke hut getroffen door brand(stichting). Door snel optreden van de brandweer bleef de molen gespaard. De hut werd geheel verwoest maar is inmiddels herbouwd. Aanvullingen
Uniek aan deze molen:
De enige 'zuivere' pelmolen van Nederland. Alle andere nog bestaande molens met een pelwerk hebben daarnaast nog een ander werk, in de regel om graan te malen. Literatuurverwijzingen:
Wim Giebels, Bart Nieuwenhuis, Jan van der Werff: Het Prinsenhof - Een bijzondere restauratie van de enige pelmolen in de Zaanstreek. Westzaan 2009.
©
De restanten van de afgebrande hut. Foto: S.E. van der Meer (3-1-2008).
Draag zelf bij
|