Nederlandse Molendatabase  
Haarlem-Vijfhuizen, Noord-Holland
Database nr. 734
Inventaris nr. NH142
Naam Vijfhuizer Molen
Bouwjaar 1874
Type Grondzeiler
Kenmerken Achtkante molen
Functie Poldermolen
Ligging Vijfhuizen 9
2037 GZ Haarlem
Rijksdriehoek X: 106570 Y: 485612
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Haarlem
Kadaster Gemeente Haarlem, sectie X, nr. 216
Monumentennummer 19873
Landsch. waarde Groot
Eigenaar Gemeente Haarlem
Bedrijfsvaardigheid Draaivaardig
Bestemming Vh. bemalen van de Vijfhuizer polder, thans buiten bedrijf
Molenaar Peter van Liempt
Bezoekmogelijkheid
Als de molen draait en op afspraak

Foto: Willem Jans (8-10-2005).   
Constructie
Romp Grenen achtkant, gedekt met riet, op lage voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geverfde gepotdekselde planken.
Kap Gedekt met riet
Vlucht 20,20 m.
Wiekenvorm Oudhollands
Wiekverbeteringen Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0094binnen19731974aanw.20.20 m.
klik voor meer info Derckx0095buiten19731974aanw.20.20 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info De Prins van Oranje091218741874aanw.-
Kruiwerk 43 ijzeren rollen; kruirad
Vang Vaste Vlaamse blokvang uit vijf stukken; vangbalk met haak; vangstok; pal; kneppel
Inrichting Stalen vijzel Ø 1,00 m. met twee gangen
Woning in de molen (1924)
Overbrengingen Bovenwiel 51 kammen
Bovenbonkelaar 27 kammen, steek 14 cm.
Het onderwiel (niet meer aanwezig) had 33 kammen
Het vijzelwiel had volgens het bestek van 1873 32 kammen; het huidige wiel heeft dat ook en is vermoedelijk origineel.
Overbrengingsverhouding 1 : 1,94
Molenmaker Jan Stam, Ursem (1874)
Versiering
Zeer eenvoudige baard, wit geverfd, zonder opschrift.

Gedenksteen (met pennen vastgezet in het ondertafelement) met de tekst:
De eerste steen gelegd door
H. Schoorl Jzn. oud 18 jaar.
Het bestuur van de Vijfhuizerpolder
J.R. van der Burch
N. van Eks
J. Schoorl
Verwijzingen
Eigen website Vijfhuizer Molen
Ten-Bruggencatenr. 01776
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Voorganger Vijfhuizerpolder, grote vijzelmolen, Haarlem (v/h Zuid-Schalkwijk)
Geschiedenis
De Vijfhuizer polder is ontstaan in 1649 door het samenvoegen van een aantal kleine polders. Het verzoek was afkomstig van de meeste en grootste ingelanden van de Vijfhuizen in de ban van Nieuwerkerk en van de eigenaars van enige landen gelegen in de ban van Haarlemmerliede, tezamen groot omstreeks 170 morgen. Men wilde deze gronden in ŽŽn polder verenigen op de voorwaarde dat het gebied 's zomers zou worden bemalen en 's winters met het meerwater - Rijnlands boezem - gemeen zou liggen. Voor deze (zomer)bemaling zou dan een 'bequame molen' nodig zijn, die geplaatst zou moeten worden aan de Poel benoorden Vijfhuizen. Bij besluit van 17 augustus 1649 werd door Rijnland tot de uitvoering van deze plannen vergunning verleend. Uit een contract voor het onderhoud aan de polderwerken van 1816 blijkt duidelijk, dat er toen een geheel met hout gedekte wipmolen met scheprad stond.
Het is aannemelijk dat dit nog de omstreeks 1649-1650 gebouwde molen was die op 31 december 1859 door brand verloren ging. Teneinde in de bemaling te kunnen voorzien werd toen een klein vijzelmolentje gebouwd met een vlucht van 9,5 m. en een vijzeltje van 0,82 m. middellijn. Toch was dit niet voldoende, want er werd in ieder geval een plan gemaakt om op de plaats van de afgebrande molen een kleine wipmolen met vijzel met een vlucht van 12,6 m te bouwen. Uiteindelijk is hij wel gebouwd, maar niet op de eerst gedachte plaats, terwijl de molen ook iets groter werd uitgevoerd, zodat in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw de polder door twee molentjes werd bemalen.
Blijkens de waterstaatskaart van 1865 was de polder toen verdeeld in twee peilafdelingen. Een westelijk gedeelte, groot 105 ha en een oostelijk, langs de ringvaart van de Haarlemmermeer gelegen lager deel, groot 25 ha.
Het grootste deel werd ongetwijfeld bemalen door de grootste molen die ca. 200 m. ten noord-noordwesten van de huidige molen stond en die via een korte voorboezem op de ringvaart uitmaalde. Het laagste en kleinste deel zal bemalen zijn door de kleinste molen, welke aan de Ringvaart stond recht tegenover de Vijfhuizerweg in de Haarlemmermeer. Op 30 november 1860 wordt Jacob Haster, landbouwer te Haarlem,aangesteld als molenaar op de twee molens van de polder. Het polderbestuur, dat in die tijd bestaat uit drie poldermeesters en de burgemeester van de gemeente Zuid-Schalkwijk, constateerde dat de molenaar op 4 en 5 maart 1861 "de molens niet heeft laten malen ondanks gunstige wind". Op grond van artikel 2 van zijn akte van aanstelling wordt hij ontslagen met ingang van 7 maart 1861.
De bemaling met deze twee molentjes is niet voldoende geweest, zodat besloten werd om ze te vervangen door een nieuwe grote vijzelmolen. De bouw hiervan werd op 22 december 1873 aangenomen voor een totaalbedrag van f 10.150,- door molenmaker Jan Stam te Ursem. Blijkbaar was hij in de zomer van het volgende jaar gereed, want de beide kleine molens werden althans op 18 september hieropvolgend voor afbraak verkocht.
In april 1924 is vergunning verleend voor het bouwen van woonruimte in de molen. Op 10 mei 1924 werd Wilhelmus Hendrikus Bulters aangesteld als molenaar/bode voor een loon van f 10,- per jaar. Op 1 maart 1932 kreeg hij oneervol ontslag: hij had naast zijn betrekking als molenaar een extra werk nodig om zijn gezin te kunnen onderhouden. Daarom werkte hij in als turfsteker in het gebied tegenover de molen, aan de Haarlemmermeerse zijde van de Ringvaart. Zijn vrouw bediende dan de molen, maar had moeite met het kruien en het opzeilen. De ingelanden van de polder hebben zich op een gegeven moment beklaagd en dit heeft geleid tot het oneervol ontslag. Vanaf 1 april 1932 krijgt Franciscus Godefridus Hendriks een tijdelijke aanstelling als molenaar/bode; een jaar later krijgt hij een vaste aanstelling. Op 1 november 1948 wordt hem eervol ontslag verleend.
In 1938 werd in opdracht van het polderbestuur door molenmaker Moejes uit Oudorp een stalen vijzel met elektromotor aangebracht. Deze Heemaf-elektromotor met een vermogen van 12 pk is verschuifbaar op een slee door middel van een draaispindel. Door middel van een vertragingskast wordt een stalen vijzel aangedreven, die volgens berekeningen 15 m3 per minuut zou kunnen uitslaan. Het geheel is geleverd door de firma Hubert uit Sneek. Een identieke installatie was aanwezig op de Veermolen te Penningsveer (vóór de restauratie van 1980/82). Uit archiefonderzoek is gebleken dat de Vijfhuizerpolder en de Veerpolder in die tijd hetzelfde bestuur hadden. Voor zover bekend is een dergelijke installatie niet meer in Nederland aanwezig. (Aardig detail is dat Moejes ook een nieuw keukenblok en een kastje boven dit blok heeft aangebracht. Dit kastje is nog steeds aanwezig).
Het polderbestuur had ook nog een optie voor de plaatsing van een Kromhout dieselmotor voor de aandrijving van de bestaande houten vijzel. Met deze installatie zou de molen onbruikbaar worden als woning. Er bestond ook geen mogelijkheid meer om op wind te malen. Deze optie is nooit uitgevoerd; het zou uiteindelijk geleid hebben tot afbraak of verbouw tot stomp. De beslissing om in 1938 de windkracht in principe te handhaven, betaalde zich uit: tijdens de Tweede Wereldoorlog heeft de molen deze polder en de aangrenzende Poelpolder op windkracht bemalen.
Vanaf 1 november 1952 krijgt Hermanus Bartholomeus Kersten een tijdelijke aanstelling als waterschapsambtenaar. Zijn functie staat beschreven als molenaar/motordrijver/bode. Hij krijgt een vaste aanstelling op 1 november 1953 voor een jaarsalaris van f 356,17 per jaar. Er wordt duidelijk gesteld dat deze functie een nevenbetrekking is. Op 1 augustus 1968 krijgt hij eervol ontslag vanwege opheffing van de polder, maar mag in de molen blijven wonen.
Tussen 1955 en 1959 wordt een restauratie aan de molen uitgevoerd met subsidie van de provincie Noord-Holland en de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude (90%). De polder zelf betaalt 10%. Niet duidelijk is, wat toen aan de molen is uitgevoerd; wél is er in die periode ook intern verbouwd: zo werd een elektrische verwarming aangebracht en een nieuwe trapopgang gemaakt bij de entree aan de Ringvaartzijde.
In de jaren zestig en zeventig is een groot deel van deze polder en de aangrenzende Poelpolder vanwege stadsuitbreiding van Haarlem bebouwd en is het resterende gebied ontpolderd, waarna de molen in eigendom is overgegaan naar de gemeente Haarlem. Het overgebleven deel van de beide polders werd door de in de molen gelegen vijzel en een later hierbij geplaatste kleine pomp bemalen.
De in verval geraakte molen werd in 1973 draaivaardig gerestaureerd en was daarna zo nu en dan in werking; helaas traden na ca. 10 jaar zoveel problemen op, dat de molen weer tot stilstand kwam. De restauratie was gewoon niet goed genoeg geweest. 
Na een tweede mislukte restauratie in de jaren '90 kregen vrijwilligers van de Stichting Molens Zuid-Kennemerland de molen onder beheer. Hierna werden stukje bij beetje allerlei werkzaamheden verricht; voor bepaalde zaken wordt de molenmaker ingeschakeld. Belangrijk was het egaliseren van de uitgezakte molenwerf en - zeer belangrijk - het maken van een nieuwe toegangsweg; vanwege problemen rond het recht van overpad was het daarvoor niet mogelijk, de molen open te stellen voor bezoek.

Medio 2007 waren de problemen nog niet echt opgelost: al sinds de jaren '70 kruiden de lange schoren op sommige plaatsen in het riet; uiteindelijk is een voorlopige oplossing gevonden door plaatsing van een 'galghout' aan de onderzijde van de staartbalk, dat de schoren uitzet. Vervolgens bleken er steeds weer rollen te knappen en moest de kap gefixeerd worden op ZW. Inmiddels zijn er ijzeren rollen aangebracht.
Inmiddels is een schuurtje naast de molen gebouwd, zodat de ruimte in de molen beter kan worden ingericht voor het ontvangen van bezoek.
In de zomer van 2010 zijn staart en lange spruit verwijderd. De molen zal een lange spruit van voldoende lengte krijgen; ook zal de staartbalk geheel worden vervangen.

Een opmerkelijk detail: de eiken vangbalk heeft een uitsparing aan de onderzijde waaruit afgeleid kan worden dat deze ooit voor een vangsysteem met klos is gebruikt. Maar in het bouwbestek staat expliciet de vanghaak omschreven! Vermoed wordt dat molenmaker Stam bij de bouw een oude, gebruikte vangbalk heeft aangebracht. De molens in zijn regio van herkomst hadden immers vrijwel allemaal een vang met klos!
Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen wordt vernoemd naar de polder die hij kan bemalen.
Bouwbestek:
Noord-Hollands Archief Haarlem nr. 3028:
Vijfhuizerpolder onder Haarlem en Haarlemmerliede en Spaarnwoude, Toegangsnummer 88: Ondershandse akte van aanbesteding door het bestuur van het bouwen van een vijzelwatermol

© Foto's: Frits Kruishaar (7-5-2011).

© Conisch bovenwiel.
Foto: H.D. van Hoorn (25-8-2011)..

© Foto: Piet Glasbergen (14-1-2013).

© Foto: Piet Glasbergen (14-1-2013).

© Foto: Piet Glasbergen (14-1-2013).

© Foto: Piet Glasbergen (22-10-2013).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: dinsdag 19 november 2013 | Foto

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen Vijfhuizer Molen, Haarlem-Vijfhuizen home vorige pagina