Nederlandse Molendatabase
Schellinkhout, Noord-Holland
Database nr. 709
Inventaris nr. NH037
Naam De Grote Molen
Bouwjaar 1630 / 1979
Type Grondzeiler
Kenmerken Achtkante binnenkruier
Functie Poldermolen
Ligging Zuiderdijk 58
1697 KL Schellinkhout
Rijksdriehoek X: 136226 Y: 516549
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Drechterland
Kadaster Gemeente Venhuizen, sectie T, nr. 471
Monumentennummer 37145
Landsch. waarde Zeer groot
Eigenaar Stichting De Westfriese Molens
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Bestemming Bemalen van de polder Schellinkhout, thans op vrijwillige basis; woning
Molenaar Jan Beers
Telefoon 0229-503151
Bezoekmogelijkheid Op afspraak

© Foto: H. Noot.
Constructie
Romp Eiken achtkant, gedekt met riet, op lage voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geteerde gepotdekselde planken.
Kap Gedekt met riet
Vlucht 21,80 / 22.00 m.
Wiekenvorm Oudhollands
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Derckx0345buiten1980--22.00 m.
klik voor meer info Derckx0346binnen1980--21.80 m.
klik voor meer info Pot1675binnen18931893193022.00 m.
klik voor meer info Pot1676buiten18931893193022.00 m.
klik voor meer info Pot0605binnen18701870?189322.00 m.
klik voor meer info Pot0606buiten1870187?189322.00 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info De Prins van Oranje042018661866?aanw.-
Kruiwerk 50 houten rollen; binnenkruirad
Vang Vaste Vlaamse blokvang uit vijf stukken; vangbalk met klos; vangstok; pal
Inrichting Stalen vijzel, Ø 1,78 m.
Woning in de molen
Overbrengingen Bovenwiel 58 kammen
Bovenschijfloop 27 staven, steek 13,0 cm.
Onderbonkelaar 23 / 35 kammen
Vijzelwiel 36 kammen, steek ?? cm.
Overbrengingsverhouding 1 : 1,37 / 2,09
Molenmaker ?? (1630)
Fa. Poland, Heerhugowaard (1979)
Versiering
Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, wit afgebiesd, met het opschrift 'Anno 1855'

Gevelsteen in een veldmuur met de tekst:
"BIJ HET AANBRENGEN VAN EEN VIJZEL IN DEZEN MOLEN TER
VERVANGING VAN HET SCHEPRAD ZIJN DE VIER EERSTE STEENEN GELEGD DOOR C. STELLING VOORZR. P. BOL K. BRONKHORST LEDEN VAN HET COLLEGIE VAN DAGELIJKSCH BESTUUR JB. HOUTER SECRETARIS PENNINGMEESTER DEN 12 JULIJ 1861".

Een tweede gevelsteen met de tekst:
"BIJ HET AANBRENGEN VAN EEN VIJZEL IN DEZEN MOLEN TER VERVANGING VAN HET SCHEPRAD ZIJN DE DRIE EERSTE STEENEN GELEGD DOOR JACOB HOUTER SECR. PENNINGM., CORNELIS HAM, TEUNIS BLOKDIJK, HOOFDINGELAN. DES POLDERS. OP DEN 10 JULIJ 1862"
Deze steen is afkomstig van de in 1915 gesloopte 'Kleine Molen', buurmolen van deze molen. Deze werd in 1980 bij de Grote Molen ingemetseld.
Verwijzingen
Eigen website De Grote Molen
Ten-Bruggencatenr. 01469 i
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis

De Grote Molen van de polder Schellinkhout is een zeer waarschijnlijk tussen 1603 en 1638 gebouwde achtkante binnenkruier. Hij bemaalde de 650 ha grote polder door middel van een kolk en uitwateringssluis op de voormalige Zuiderzee.
Op een van 1603 daterende kaart is de molenkolk aangegeven met aan het eind daarvan een duidelijk als binnenkruier getekende molen. De in 1915 afgebroken achterste molen, die De Kleine Molen werd genoemd, moet dus de eerste molen van de polder zijn geweest. De vrij kleine vlucht van 19,8 m en de gedrongen vorm die deze molen had bevestigen dit en maken het zelfs zeer waarschijnlijk dat hij nog van de 16de eeuw dateerde.
Al in het begin van de 17de eeuw moet zijn gebleken dat één molen voor bemaling van deze polder niet meer voldoende was. Op een van 1638 daterende kaart staat de nu nog bestaande molen in elk geval al aangegeven. Ter onderscheiding van de andere werd hij De Grote Molen genoemd. Ongetwijfeld heeft de bouw ervan verband gehouden met de verminderde uitmalingscapaciteit van De Kleine Molen als gevolg van de steeds hoger wordende waterstanden op de Zuiderzee.
De oorspronkelijk met een scheprad uitgeruste molens zijn in de vorige eeuw vervijzeld. De nu nog bestaande Grote Molen in 1861 en de verdwenen Kleine Molen in 1862.
In 1900 is naast De Grote Molen een hulpgemaaltje geplaatst, bestaande uit een door een petroleummoter gedreven centrifugaalpomp. De capaciteit van dit gemaal werd in 1914 zodanig vergroot dat de beide windmolens buiten bedrijf konden worden gesteld.
De Kleine Molen is hierna in 1915 voor f 310,- voor afbraak verkocht. De Grote Molen heeft nog jaren met het wiekenkruis in overhekstand gestaan.
Omstreeks 1930 zijn de roeden verwijderd en in de korenmolen te Oude Niedorp gestoken, waar ze nu nog aanwezig zijn. De romp, die nadien als woning heeft gediend en waaruit het gaandewerk inmiddels al was verwijderd, werd in 1958 overgedragen aan de gemeente Schellinkhout. Omdat deze niet aan haar verplichting tot restauratie kon voldoen, is de molen in 1974 weer in bezit gekomen van het door polderconcentratie ontstane waterschap West-Friesland. Dit heeft de molen op haar beurt in 1979 overgedragen aan de Stichting De Westfriese Molen.
In 1979 werd opdracht verleend tot algeheel herstel van de in vervallen staat verkerende molen. De molen werd geheel hersteld en maalvaardig gemaakt.

Constructie
Het eiken achtkant staat niet op penanten maar op lage veldmuurtjes. Te zien aan het metselwerk dateren deze muurtjes pas van de 19e eeuw.
Het vermoeden bestaat dat de molen oorspronkelijk geen ondertafelement heeft gehad, maar dat dit eerst later is aangebracht en dat bij die gelegenheid ook de stenen voet is vernieuwd.
In het verleden is het verband in de achtkantconstructie al eens vergroot door middel van zware extra veldregels. In ieder veld is er een aangebracht ter hoogte van de middelzolder. Boventafelement, rolvloer, kuip en kap zijn al eens vernieuwd, waarschijnlijk in 1855.
Het bovenschijfloop is afkomstig uit de molen te Waarland en de koningspil uit de voormalige molen van de Hooglandspolder te Barsingerhorn. Beide onderdelen zijn bij de restauratie van 1979/1980 aangebracht.
Onder de molen zijn nog de vroegere krimpmuren van een scheprad aanwezig. Merkwaardigerwijs stond dit in de lengterichting van de kolk gesteld, welke stand correspondeert met de plaatsing van de gebinten van het achtkant. Het vermoeden bestaat dat de molen ooit ook als bovenmolen heeft gediend om de door de achterste molen volgemalen kolk bij hoge buitenwaterstanden op zee te kunnen afmalen. Misschien had hij een dubbelfunctie en is hij ooit zo ingericht geweest dat al naar gelang de zeestand zowel de polder als de kolk kon worden bemalen. Zulke molens waren tot in de eerste helft van de 19e eeuw onder andere aanwezig in de naburige polders Het Grootslag en De Vier Noorder Koggen. Om af en toe als bovenmolen te kunnen dienen moest de kolk door middel van een sluisje in twee compartimenten verdeeld kunnen worden. Op de kadastrale kaart van 1824 is naast de molen duidelijk een vernauwing te zien die een aanwijzing zou kunnen zijn dat daar inderdaad een sluisje heeft gelegen.

Aanvullingen
Overige wetenswaardigheden:
Na de ruilverkaveling midden jaren negentig is het peil van de polder Schellinkhout verlaagd zodat de molen de polder niet meer direct kan bemalen. De molen bemaalt nu een langs de molen lopende sloot die dient als inlaatsloot voor het meer noordelijker gelegen poldergebied bij Blokker. Het peil van deze inlaatsloot is het voormalige peil van de polder Schellinkhout. De inlaat bevindt zich tussen molen en dijk, en laat het IJsselmeerwater in vanuit de molenkolk. Ondanks deze nieuwe situatie wordt er zo nu en dan bij voldoende water toch nog wel met de vijzel gemalen, want met het bijhorende achterland omvat de inlaatsloot een behoorlijke hoeveelheid water. Het echte bemalen van de polder is helaas over, maar desondanks is de molen altijd nog zeer vaak draaiend (en soms dus malend) te zien.
De molen maalt het water niet over de vm. zeedijk, maar via een duiker onder de dijk door.

© Foto: Wilbert Bijzitter (juli 2005).

© Foto: Rob Pols (28-02-2008).
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: woensdag 1 september 2010

bovenzijde Gebruiksvoorwaarden en auteursrechten    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen De Grote Molen, Schellinkhout home vorige pagina