|
© Foto: Eric van der Eijk (09-05-2009) |
| Romp | Eiken achtkant, gedekt met riet, op lage voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geteerde gepotdekselde planken. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 24,40 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | Deze molen heeft nooit een wiekverbetering ondergaan. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De geschiedenis van de strijkmolens van de Raaksmaatsboezem in kort bestek.
Opkomst. De strijkmolens van Oudorp en Rustenburg zijn tussen 1627 en 1632 gebouwd om het overtollige water van de Raaksmaatsboezem op de Schermerboezem te malen. De Raaksmaatsboezem bestond uit een verzameling boezems van o.a. het Geestmerambacht en de Heerhugowaard. Aangezien het peilverschil maar ongeveer 40 cm bedroeg, werden deze boezemmolens ook wel strijkmolens genoemd. Ze streken als het ware het water eraf. Oorspronkelijk waren alle molens uitgerust met een scheprad. In de 19e eeuw werd dit overal vervangen door een relatief korte maar brede vijzel. De Zes Wielen. Langs de Molenkade te Alkmaar-Oudorp hebben zes strijkmolens gestaan. Al in 1688 verbrandde de meest oostelijke van deze groep en werd niet meer herbouwd. De andere vijf, die later - van west naar oost - de aanduidingen A, B, C, D en E kregen, staan vanouds bekend als "De Zes Wielen". Volgens sommigen omdat er ooit zes wielen waren, om sluisjes te bedienen. Anderen stellen dat er destijds maar één (overloop)sluis was en de verlengde boezem daar bovendien niet bevaarbaar. Mogelijk is de aanduiding toch gebruikt omdat er ooit zes schepraderen bij elkaar waren. Oudorp. Iets oostelijker dan de Zes Wielen, bevonden zich vier strijkmolens. Twee waren eigendom van de polder Heerhugowaard, twee van de polder Geestermerambacht. De eerste twee hadden de aanduidingen F en G; de laatste hadden geen specifieke naam of aanduiding. Er bleef van deze laatste groep slechts één over. Tegenwoordig wordt deze de 'Ambachtsmolen' genoemd. Deze werd gebouwd voor rekening van de polder Geestmerambacht en die moest hem ook onderhouden. Rustenburg. Bij dit dorp, direct ten noorden van de Schermer, bevinden zich nog drie andere strijkmolens, de I, K en L. Oorspronkelijk waren dat er vier: één, molen H, verspeelde in 1919 wiekenkruis en delen van de kap en diende daarna alleen nog als woning. De romp werd in september 1936 gesloopt: de bevaarbaarheid van het kanaal werd verbeterd en de romp van strijkmolen H lag op het tracé. Ondergang. Tot 1941 hebben de strijkmolens dienst gedaan. In dat jaar werd de Raaksmaatsboezem gemeengelegd: op hetzelfde niveau gebracht en in verbinding gesteld met de Schermerboezem. Hierdoor verloren de molens hun functie. Molens, kaden, sluizen en molenkolken werden overgenomen door de provincie. Veel overbodig geworden waterwerken werden gesloopt of gedempt. Molen A, de westelijkste van de Zes Wielen, werd gedemonteerd met het plan, deze in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem weer op te bouwen. Helaas: de opgeslagen onderdelen verdwenen, toen de huizen in het NOM tijdens de Slag om Arnhem tijdelijk bewoond waren, daar in de kachel. Drie van de vier molens ten oosten van Oudorp werden na 1941 gesloopt. Enkele, zoals Strijkmolen L, werden tijdens de oorlog nog 'geplukt' om roeden te leveren voor poldermolens elders. Het was oorlog, onderdelen waren duur en schaars en de strijkmolens zouden toch nooit meer een functie krijgen. Conservering. Eind jaren 50, begin jaren '60 werden de acht overgebleven strijkmolens in opdracht van de provincie Noord-Holland als statisch monument gerestaureerd. Voor alle molens betekende dit: nieuwe roeden met ophekking plus wat aanvullend herstel. Draaien was er niet bij en ook niet de bedoeling: de nieuwe roeden waren in veel gevallen één hek te kort en nauwelijks voorzien van zeeg. De molens stonden stil en waren verhuurd voor bewoning. Omstreeks 1975 werd een eerste poging gedaan, de molens weer te laten draaien. Alleen met Strijkmolen B lukte dit enigszins; bij de andere molens was dit moeilijker vanwege de staat van onderhoud en het feit, dat de molens niet door vrijwillige molenaars werden bewoond. Bovendien ging bij De Zes Wielen een openbaar fietspad dusdanig dicht langs de molens, dat draaien hier problematisch was. De drie molens van Rustenburg ondertussen waren sterk ingegroeid geraakt en vielen nauwelijks meer op in het landschap. Grote opleving. Echte verandering in de situatie kwam pas in de 21ste eeuw: op 10 maart 2000 nam de Molenstichting Alkmaar en omstreken de vijf strijkmolens onder Alkmaar-Oudorp over van de provincie. Diezelfde dag nam de Stichting Schermermolens de drie strijkmolens van Rustenburg over. Meer dan een jaar hadden beide stichtingen met de provincie onderhandeld. Uiteindelijk kreeg de Molenstichting Alkmaar ongeveer 1,4 miljoen gulden, plus de uitkering van de verzekeringspenningen van de verbrande molen C (ongeveer 0,6 miljoen). Al dit geld moet genoeg zijn om de molens te restaureren en 15 jaar lang in goede staat te houden. Nu al is duidelijk dat deze bedragen daarvoor onvoldoende zijn, maar een grotere 'bruidsschat' zat er, politiek gezien, gewoon niet in bij de provincie. Inmiddels heeft de Molenstichting Alkmaar en omgeving haar restauratieprogramma voltooid: de strijkmolens B, D en de Ambachtsmolen zijn draaivaardig; de C, binnen een paar jaar twee keer door brand getroffen, is zelfs maalvaardig gemaakt en ook de E is klaar. Nabij de Schermer werd ook een groot succes geboekt: de drie molens van Rustenburg, die op zich in behoorlijke staat verkeerden, werden in 2002 draaivaardig gemaakt en kwamen weer in het zicht, nadat vrijwilligers honderden bomen en struiken rond de molens hadden gekapt en gesnoeid. Van de molens van de Zes Wielen heeft Strijkmolen E het langst moeten wachten op herstel. Enige jaren stond deze met kaalgezette roeden te wachten op betere tijden. Maar ook met deze molen kwam het goed: 4 februari 2008 werd via een gat in de kap een nieuwe koningspil geplaatst; vervolgens werden de gerepareerde roeden weer gestoken; inmiddels zijn die opgehekt en kan de molen weer draaien. In de molen werd een geheel nieuwe woning (in oude stijl) getimmerd. Het riet op de kap werd, mede als gevolg dat er, om de nieuwe koningspil te laten passeren, een gat in was gemaakt, geheel vernieuwd. In tegenstelling tot de andere strijkmolens hoefden de roeden niet te worden verlengd; wèl zijn de hekkengaten bijgehakt voor een betere zeeg. Op 29 november 2008 kon de molen voor het eerst sinds mensenheugenis echt weer rondgaan. Bij de vervijzeling van deze molen, die plaatsvond in de tweede helft van de 19e eeuw, is de bestaande schepradwaterloop deels gebruikt. De vijzel zat dan ook onder een hoek in de molen en de waterloop maakt een knik. Deze waterloop is, zonder vijzel, in behoorlijke staat onder de molen aanwezig. Al zeer lang geleden werd de stutvang gewijzigd in een Vlaamse vang, maar in het linkervoeghout is de stutkast is nog altijd te zien. Aanvullingen
Over de naam:
De molen wordt, ter onderscheiding van zijn buurmolens, aangeduid met een letter. Literatuurverwijzingen:
J.S. Bakker, Strijkmolen E Raaksmaatsboezem geeft geheimen prijs, in: Molenwereld 115 (2008), pp. 190-191. Andreas de Vos, Restauratie interieur. Molen E van de Zes WIelen bij Alkmaar, in: Molenwereld 136 (2010), pp. 150-162.
©
Foto's: Jan de Goede (20-03-2011)
©
Foto: Harry van Hoorn (20-07-2008). De vijzelkom is schuin op de originele schepradwaterloop aangelegd.
©
Links: Woonkamer met bedstee, rechts: Achterhos met gang. Foto's: Saskia van Hoorn (12-08-2009)
Draag zelf bij
|