|
© Foto: Donald Vandenbulcke (23-3-2012). |
| Romp | Houten achtkant, gedekt met riet, op lage gemetselde voet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 23,80 m. / 24,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | In 1961 werd deze molen op beide roeden voorzien van het systeem-Fauël (fokwieken) met remkleppen. Dit is, nadat de molen buiten bedrijf kwam, vrij snel weer teruggewijzigd in Oud-Hollands. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Eén van de eerste aanwijzingen voor een korenmolen te Oterleek dateert van 1633. In dat jaar werd aan Claes Gerritszoon vergunning verleend om in plaats van een klein watermolentje een korenmolentje te mogen zetten in het noordeind van Oterleek. Daar stond een molen die waarschijnlijk het zuidelijk deel van de polder Oterleek bemaalde op de Heerhugowaard. Door de droogmaking van het meer veranderde de waterstaatkundige situatie, waardoor de molen zijn bemalingsfunctie verloor.
Mogelijk is hij daarna door Claes Gerritszoon tot korenmolen verbouwd. Omstreeks 1646 zal op de huidige plaats een korenmolen zijn gebouwd. Op 30 maart 1646 werd daarvoor een windbrief gegeven aan Jan Wyerse te Ursem. Op een in 1680 uitgegeven kaart staat op deze plaats een korenmolen aangegeven. In 1831 stond hier een achtkante, met riet gedekte molen met een vlucht van 82 voet en twee koppels stenen. Het zal deze molen zijn geweest die op 2 december 1899 afbrandde. In 'De Molenaar' staat naar aanleiding hiervan de volgende advertentie: "wegens gevorderden leeftijd van den eigenaar en gemis van een opvolger, het huis, erf en molenerf aan het vaarwater te OTERLEEK bij ALKMAAR, op welk erf de op 2 december 1899 verbrande korenmolen "de Otter" welke een flink bestaan heeft opgeleverd, heeft gestaan, met de overblijfselen van den molen en de verordening wegens brandschade ten laste van de Brandwaarborgmaatschappij onder verplichting om de molen op te bouwen. Te bevragen bij den heer P. KALIS te OTERLEEK, bij wien nadere inlichtingwen te bekomen zijn." In 1900 werd door Jan Levendig, timmerman en molenmaker te Dirkshorn, op deze plaats een nieuwe molen gebouwd. Hij kocht op 21 september van dat jaar van Pieter Kalis het erfpachtrecht van de molenwerf ten behoeve van zijn zoon Pieter Levendig, toen molenaar te Oterleek, maar daarvoor te Dirkshorn. In 1919 ging de molen in eigendom over naar ene Gardenbroek die afkomstig was van een graanmaalderij te Apeldoorn. De molen die op zeker moment van een hulpmotor werd voorzien bleef tot 1963 als windmaalwerktuig in bedrijf. In 1963 werd het maalbedrijf beëindigd en werd de molen verkocht aan de gemeente Oterleek, die hem op haar beurt in 1974 overdroeg aan de Stichting De Schermer Molens. De molen draait vaak en maalt geregeld. In de schuur naast de molen is een bakkerij met winkel ondergebracht. Het molenbedrijf wordt gerund door De Raphaelstichting. Deze stichting heeft ook nog een zelfde soort bedrijf in Het Roode Hert in Oudorp. Constructie Bij de herbouw van deze molen is grotendeels gebruik gemaakt van molenonderdelen die van afbraak elders afkomstig waren. Het achtkant is gemaakt van tamelijk ruw bewerkt eikehout. Aan de plaats van vroegere houtverbindingen is duidelijk te zien dat het achtkant voorheen wijder is geweest. Bij de herbouw is de onderste bintlaag verplaatst en de gehele constructie van nieuwe veldkruisen en regels voorzien. Vermoedelijk is ook het boventafelement bij die gelegenheid vernieuwd. Aan de beide voeghouten van de kap zijn de sporen van een vroegere hangelier te zien, zodat mag worden aangenomen dat ze ooit een binnenkruier afkomstig zijn. Het wiekenkruis bestaat uit twee ingekorte ijzeren roeden. De binnenroe is in 1894 gemaakt voor rekening van C. Coppens te Chaam. Bovenwiel en bonkelaar zijn ongetwijfeld van Zaanse herkomst evenals waarschijnlijk de bovenas. Bij de restauratie in 1961 is onder andere de koningspil vernieuwd en zijn het spoorwiel met de beide steenschijven vervangen door de huidige wielen, afkomstig uit de in 1958 afgebroken korenmolen te Vragender (Gelderland). Dat gaandewerk uit Gelderland in deze molen terechtkwam, had ongetwijfeld te maken met de intensieve contacten tussen de molenaarsfamilies Berkhout (Oudorp) en Gunnewick (Vragender). Op de begane grond liggen op een maalstoel twee koppel stenen. Voorheen was een elektromotor aanwezig als hulpkracht. Deze dreef via een drijfriem de koningspil, en daarmee het hele gangwerk, aan. Ook was er een door de molen aangedreven koekenbreker en een elektrische haverpletter. Vanaf 1961 was de molen uitgerust met fokken en remkleppen; later is dit weer teruggebracht naar Oudhollands. Aanvullingen
Over de naam:
De naam "De Otter" is al zeer lang in gebruik, in ieder geval ook bij de in 1899 verbrande voorganger. Aan te nemen is dat dit tevens bedoeld is als woordspeling op de dorpsnaam 'Oterleek'. Draag zelf bij
|