|
|
| Romp | Eiken achtkant, gedekt met riet, op lage voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geverfde gepotdekselde planken. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,00 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauel op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De Obdammermolen is een achtkante binnenkruier die waarschijnlijk in het laatste kwart van de 17de eeuw is gebouwd. Hij bemaalde te zamen met een gemaal de 905 ha. grote polder Obdam op de Vereenigde Raaksmaats- en Niedorperkoggeboezem.
Het gebied, dat de huidige polders Obdam, Hensbroek, De Wogmeer en Ursem omvat, vormde in vroeger tijd een watergemeenschap, met daarin gelegen het Wogmeer dat in open verbinding stond met het omliggende polderwater. Bekend is dat hier al in 1544 windbemaling aanwezig was. Vermoedelijk zijn de molens hier opgericht kort na de invoering van de bemaling in het Geestmerambacht in 1532. Als eerste scheidde Ursem zich van genoemde watergemeenschap af, naar aanleiding van de bedijking en droogmaking van de Wogmeer, welke plaatsvond volgens octrooi van 1608. Obdam volgde en scheidde zich in 1659 van Hensbroek en van de ringsloot van de Wogmeer af. Zo ontstond de polder Obdam, waarop als onderbemalingen uitmaalden de volgens octrooi van 1632 drooggemaakte braakjes onder Obdam. Vanwege deze droogmaking was de uitmaling van Obdam nog met een molen versterkt. Deze is omstreeks 1691 echter al weer afgebroken. Blijkens een in 1680 uitgegeven kaart had de polder Obdam in die tijd drie molens. In 1743 was in ieder geval één van de beide Obdammer molens al vervijzeld. Ter versterking van de bemaling werd in 1877, nagenoeg op de plaats van het huidige gemaal, een stoomvijzelgemaal gebouwd. In 1890 werd de zuidelijke molen, die ca. 150 m. ten zuiden van het gemaal stond en vermoedelijk het oudst was en het eerst vervijzeld, afgebroken. De nu nog bestaande molen werd in 1936 als eerste Noordhollandse poldermolen met Bilauwieken uitgerust. In 1956 werden deze vervangen door fokken. Omstreeks 1970 is hij buiten bedrijf gesteld. In 1975 werd de vijzel aan het tengevolge van een ruilverkaveling sterk verlaagde polderpeil aangepast en sindsdien wordt de molen weer regelmatig in werking gesteld. In 2001 ging de molen in eigendom over van het waterschap West-Friesland naar de huidige eigenaar. Constructie Het eiken achtkant is verstijfd met een extra veldkruis per veld en horizontale schoren in de bovenste bintlaag. Opmerkelijk is dat do onderste bintlaag is gemaakt van oude achtkantstijlen, die waarschijnlijk afkomstig zijn van een voorganger. Boventafelement, rolvloer, kuip en kap zijn aleens vernieuwd, vermoedelijk in de eerste helft van de 19de eeuw. De kap kruit op houten rollen. Oorspronkelijk was er een stutvang, maar deze is rond 1960 veranderd in een Vlaamse vang. In 1915 bleek bij het steken van een nieuwe roe, dat er scheuren in de as aanwezig waren. Hij is toen vervangen door de huidige, iets ingekorte haspelkruisas. Deze was afkomstig uit de molen van de polder Hensbroek, die in die tijd buiten bedrijf was (maar enkele jaren later weer in vol bedrijf zou komen). Tot 1936 heeft De Obdammermolen gemalen met een haspelkruis. In dat jaar zijn roeden uit één lengte, voorzien van Bilauwieken, aangebracht waarvoor de as toen is doorboord en de tussenschotten uit de askop zijn verwijderd. Deze roeden bestonden uit stalen kokers met hierin gestoken halve houten roeden, die echter onvoldoende stijf waren. Daardoor werd de werking van het Bilauwieksysteem regelmatig verstoord, zodat al in 1937 geheel nieuwe gelaste stalen roeden werden aangebracht, door Wijnveen zelf vervaardigd. Pas in april 2005 waren deze Wijnveen-roeden zodanig slecht geworden, dat zij werden vervangen. Gestoken in 1937, behoorden zij tot de oudste gelaste roeden van Nederland. Met ruim 67 jaar dienst voeren zij voorlopig het record wat levensduur van gelaste roeden betreft. De molen was al in of voor 1864 vervijzeld, en in 1894 is hij uitgerust met licht en zwaar werk zodat de vijzel met twee verschillende snelheden kan worden aangedreven. In 1954-1955 is de molen gereed gemaakt voor diepere bemaling vanwege ruilverkaveling en polderpeilverlaging die toen werd verwacht. Bij die gelegenheid is de achterwaterloop verdiept, de houten vijzel door een langere smallere stalen exemplaar vervangen en de hellingshoek ervan verkleind. De peilverlaging ten gevolge van de inmiddels uitgevoerde ruilverkaveling Obdam was echter zo groot, dat in 1975 nogmaals verdieping van de waterloop en verlenging van de vijzel moest plaatsvinden. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen wordt vernoemd naar de polder die hij kan bemalen.
©
Foto: Jeroen van Daal (30-12-2005).
©
De Obdammermolen met Bilau-wieken.
Foto n.n. (28-8-1936). Ingezonden door Arie Hoek. Draag zelf bij
|