|
© Foto: Rob Pols (30-12-2008) |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Romp | Eiken achtkant, gedekt met riet, op lage voet. De onderste ca. 2 meter gedekt met geteerde gepotdekselde planken. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 21,20 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Systeem Fauel op beide roeden | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De windbemaling moet in dit gebied al in de eerste helft van de 16de eeuw zijn ingevoerd. Op een kaart uit omstreeks 1540 staat op ca. 0,4 km ten zuiden van de huidige molen een wipmolentje aangegeven. Het noordelijke deel van de huidige Sluispolder was toen naar het schijnt nog niet onder bemaling gebracht, hetgeen een verklaring zou kunnen zijn voor de oorspronkelijk zuidelijker gelegen standplaats. In deze situatie zal verandering zijn gekomen als gevolg van de droogmaking van de Egmonder- en Bergermeer rond 1565. Op een kaart uit het midden van de 17de eeuw staat de molen als binnenkruier aangegeven op de huidige noordelijker gelegen plaats.
Uit de constructie kan worden afgeleid dat de molen na te zijn gebouwd ooit weer een keer geheel gedemonteerd moet zijn geweest en daarna weer herbouwd. Verder vertoont hij kenmerken die op een vrij hoge ouderdom wijzen. Het is mogelijk dat de huidige molen nog op de zuidelijker gelegen plaats is gebouwd, maar later noordwaarts is verplaatst. Bij die gelegenheid moet dan de onderste bintlaag zijn aangebracht. De molen is tot 1926 in vol bedrijf geweest. In dat jaar werd een Ericsson-installatie (elektrische hulpaandrijving d.m.v. schijfloop op het scheprad) aangebracht, waarna van de windkracht weinig gebruik meer is gemaakt. Omdat in 1944 de stroomvoorziening dreigde uit te vallen is de molen toen weer maalvaardig gemaakt. Dit duurde evenwel maar kort: vanweg een onbetrouwbare roede werd de molen snel weer buiten bedrijf gesteld. In 1948 werd het scheprad vervangen door een elektrisch aangedreven vijzel. Jarenlang sleet de molen zijn dagen als weekendverblijf en statische molen. Slechts bij uitzondering ging het wiekenkruis even rond, als de molen nodig was als seinmolen voor de Schermerboezem. Pas in de loop van de jaren '80 werd de molen weer regelmatig in bedrijf gesteld door vrijwillige molenaars; evenwel in niet-maalvaardige staat; geleidelijkaan werd de molen in eigen beheer opgeknapt en raakte in steeds betere staat. In de nacht van 17/18 november 2001 ging het goed mis, toen de molen door brandstichting zwaar beschadigd werd. De eigenaar, het waterschap Het Lange Rond, nam de herbouw snel ter hand: iets meer dan een jaar later stond er een maalvaardige molen. Het achtkant kon na de brand nog worden gebruikt; de kap moest grotendeels worden vernieuwd; alleen penbalk en windpeluw zijn na de brand hergebruikt, evenals de maanijzers en de sabel van de vang. De bovenas was zwaar aangetast en brak, eenmaal gestreken, in drie stukken. Daarentegen hoefden de Bremer-roeden alleen maar te worden gerepareerd. Jammer genoeg werd de inmiddels antiek te noemen Ericsson-installatie uit 1926 bij de brand totaal vernield. Het was de allereerste (en dus oudste) in Nederland. De oude seinlamp, tot 1981 verplicht in de molen aanwezig, bleef wèl bewaard. Aanvullingen
Over de naam:
Deze molen wordt vernoemd naar de polder die hij kan bemalen.
©
Foto: Martijn Scholtens (02-05-2009)
©
Foto's: Martijn Scholtens (02-05-2009)
Laatst bijgewerkt: maandag 30 augustus 2010 |