|
© Foto: Rein Arler (22-8-2002). |
| Romp | Grenen achtkant, gedekt met riet, op grotendeels grenen onderbouw, gedekt met riet. Het onderste gedeelte van de onderbouw (ca. 6 meter) is gemetseld | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met riet | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 26,60 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oud-Hollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekverbeteringen | In 1929 kreeg deze molen het systeem-Dekker op beide roeden. Bij de beruchte storm van 12/13 november 1972 ging het wiekenkruis, en daarmee het wieksysteem, verloren. Bij het herstel in 1976 werd weer Oud-Hollands aangebracht. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
Molen De Gooyer is een oorspronkelijk omstreeks 1725 gebouwde en als korenmolen ingerichte bovenkruier met stelling.
De vroegste geschiedenis met betrekking tot deze molen voert terug tot in de 16de eeuw. De molen bestond reeds bij het uitbreken van de 80-jarige oorlog en werd in 1572 door Lumey vernield, te samen met alle andere gebouwen rondom de muren van Amsterdam. Eerst ca 20 jaar later werd bij herbouwd door de zoon van de toenmalige eigenaar. In 1603 werd de ene helft en in 1609 de andere verkocht aan Claes en Jan Willemsz., gebroeders uit Gooiland. De naam De Gooyer stamt uit deze tijd. In 1620 wordt bij vermeld als De Goyermolen. Deze molen - een standerdmolen zoals vrijwel alle korenmolens uit die tijd - werd, mogelijk vanwege windbelemmering als gevolg van de stadsuitleg in 1613, rond 1640 verplaatst naar de oostzijde van de Amstel. De doortrekking van de vestinggordel van de stad leidde in 1662 of kort hierna nogmaals tot verplaatsing en wel naar het bolwerk Oosterbeer. In of omstreeks 1725 is de vermoedelijke standerdmolen vervangen door de huidige achtkante bovenkruier met stelling. In 1814 werd de molen, vanwege windbelemmering door een in 1811 gebouwde kazerne, op stadskosten verplaatst naar de stenen voet van een van de twee in 1812 afgebroken stadswatermolens, die in de nabijheid hadden gestaan. Deze stadswatermolens waren oorspronkelijk in 1688 gebouwd aan de Zeeburg voor de waterverversing van de stad, maar in 1759 verplaatst naar het Funen. In 1904 werd onder in De Gooyer, die in 1843 twee koppel stenen bezat, een gasmotor geplaatst. Omstreeks 1920 is de windmolen buiten bedrijf gekomen, maar het maalbedrijf werd tot het eind van de jaren twintig voortgezet met een op de begane grond geplaatste en door een zuiggasmotor aangedreven maalinrichting. In 1927 was de in slechte staat geraakte stelling al niet meer aanwezig. Nadat al omstreeks 1918 was overwogen de wieken te verwijderen, werd in 1928 de in verval verkerende molen door de gemeente aangekocht. In 1929-1930 vond algehele restauratie plaats en het bij die gelegenheid aangebrachte systeem-Dekker maakte De Gooyer tot de eerste verdekkerde korenmolen in ons land. Overigens is er bij deze restauratie heel veel gebeurd: de oorspronkelijke inrichting werd grotendeels verwijderd. Uit een rapport van 1927 blijkt dat de molen toen drie koppel stenen bezat en dat het spoorwiel zich op de luizolder, een zolder hoger dan de stenen, bevond. Zeer waarschijnlijk is al het oorspronkelijke gaandewerk bij de restauratie vervangen door wat nu aanwezig is. Vermoedelijk kwam dat uit de voorraad van molensloper De Boer. Maar ook het wiekenkruis en zelfs de bovenas werden gewisseld! De eerste gietijzeren as werd hier omstreeks 1868 aangebracht. Hij was naar alle waarschijnlijkheid afkomstig uit een in die tijd afgebroken molen van de Zuidpolder bij Dordrecht. Bij de restauratie in 1929 is deze vervangen door een exemplaar dat afkomstig is uit een van de twee voormalige molens van de Gemeenschapspolder bij Weesperkarspel. Het is deze as die in 1972 brak. Na in de Tweede Wereldoorlog veel voor particulieren te hebben gemalen, is de molen nog tot in het eind van de jaren veertig regelmatig in gebruik geweest. Steeds was de molen verhuurd aan de bekende korenmolenaarsfamilie Schuurman. In de jaren '60 van de 20ste eeuw werd er nog enige tijd bloedmeel, een zeer onwelriekende stikstofmeststof, gemalen. Daarna werd de molen alleen nog af en toe aan het draaien gebracht. Op 13 november 1972 sloeg de molen als gevolg van een zware storm op hol: as en wiekenkruis sloegen als gevolg naar beneden. Zware schade was het gevolg. Restauratie ondervond vertraging omdat er voor deze grote molen geen geschikte bovenas meer beschikbaar was. Er moest, voor het eerst in tientallen jaren, een nieuwe as worden gegoten. Na het gereedkomen van de herstelwerkzaamheden in 1976 wordt de molen nu weer met regelmaat in werking gesteld. Constructie Aanvullingen
Over de naam:
In 1603 werd de ene helft en in 1609 de andere verkocht aan Claes en Jan Willemsz., gebroeders uit Gooiland. De naam De Gooyer stamt uit deze tijd en heeft dus al aan de voorgangers behoord. Amsterdammers kennen deze naam doorgaans niet en spreken van "De molen aan het Funen" of simpelweg "De Funenmolen". Uniek aan deze molen:
De hoogste houten molen van Nederland Trivia:
Deze molen zou dé hoogste van Nederland zijn geweest (De Hoop te Breda uiteraard uitgezonderd), als men de roeden niet een vol hek te kort had gemaakt.
©
Foto: Julius Meijer (20-3-2012).
©
Foto: Willem Sterenberg (11-11-2005).
©
Foto: Piet Glasbergen (10-2-2013).
©
Ansichtkaart Editeur J.H. Schaefer,
Amsterdam Déposé A. 77. De Gooyer rond 1900 (verzameling Nico Jurgens). Draag zelf bij
|