|
© Foto: Marijn Kaufman (28-3-2007). |
| Romp | Ronde stenen molen, gedeeltelijk gepleisterd en gewit | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 25,08 / 25,12 m. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
De voorganger van de huidige molen, een standerdmolen, werd in 1584 elders in Willemstad gebouwd en vóór 1589 naar deze plaats gebracht. De huidige molen werd in 1734 gebouwd in opdracht van de Nassause Domeinraad ter vervanging van de standerdmolen en op 14 juli 1734 aanbesteed voor ƒ 8000,-.
In 1584 ontving Willem van Oranje als schenking de provisorische sterkte in de schorrenpolder Ruygenhil, welke later uitgebouwd werd tot het klassieke Hollandse vestingtype. De Heren van Oranje-Nassau oefenden in deze stad de heerlijkheidsrechten uit. Oorspronkelijk waren er drie koppel maalstenen aanwezig. Twee zijn nog compleet; van het derde koppel zijn nog onderdelen aanwezig o.a. ringhout, steenkuip en steenbus (los opgeslagen op de steenzolder), ijzerbalk en vonderbalk. Over het functioneren van de molen is weinig bekend. Aan oude afleveringen van 'De Molenaar' is wel meer te ontlenen: na ongeveer vijf jaar stilstand kreeg d'Orangemolen in 1940 een grondige opknapbeurt, waarbij ook allerlei zaken werden verbeterd: zo waren allereerst de voeghouten en windpeluw mooi watervrij gemonteerd. Het achterkeuvelens liet men achteroverhellen, zodat de korte spruit niet kon inwateren. De kap werd met het fraaie rode Icopal gedekt, zodat het jaarlijkse teren niet meer hoefde gebeuren. De stelling werd voor de helft vernieuwd en de molen kreeg een nieuw Engels kruiwerk. Ook kwam er een mengketel op windkracht. Tenslotte waren de roeden gestroomlijnd met het systeem Van Bussel. Vereniging De Hollandsche Molen had reeds vele jaren de eigenaar B. van der Linden hiervan trachten te overtuigen, maar had toen pas resultaat. Op 7 september 1940 werd de molen in aanwezigheid van talrijke belangstellenden officieel in gebruik genomen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor de molen as en roeden, vermoedelijk in 1944. In 1951 volgde herstel door molenmakerij fa. Wed. H. Dirkse uit Mijnsheerenland (ZH). Op 9 november 1951 werd de molen in bedrijf gesteld door de weduwe van de in 1950 overleden molenaar Van der Linden. De zoon van Van der Linden maalde nog enkele jaren op windkracht. Bij de restauratie in 1951 was het systeem Van Bussel overigens niet meer aangebracht. In 1964 volgde een nieuwe restauratie waarbij de molen werd bepleisterd en gewit. Ook de stelling werd vernieuwd. De molen wordt al jaren permanent bewoond, de staat van onderhoud is uitstekend en wordt er sinds enige jaren ook weer vaak gedraaid. In november 2004 is voor het eerst sinds vermoedelijk 50 jaar weer gemalen: één van de koppels stenen verkeerde, ondanks jaren van onbruik, in maalvaardige staat. Het malen met deze molen stuit overigens op praktische problemen vanwege het gebruik als woning. Aanvullingen
Over de naam:
De molen is vernoemd naar de familie van Oranje-Nassau, die vanouds een sterke band met Willemstad had en heeft. Literatuurverwijzingen:
Ton Meesters, 'Wiekverbeteringen in West-Brabant', in: Meule 67 (2010) 34 - 35
©
Foto: Marijn Kaufman (27-3-2012).
©
Foto: Rob Pols (7-7-2004).
©
Foto: Marijn Kaufman (april 2006).
©
Foto: Ton Koorevaar (20-5-2011).
©
Foto: Ton Koorevaar (20-5-2011).
Draag zelf bij
|