|
© Foto: A.J.M. Janssen (14-09-2008). |
| Romp | Ronde stenen molen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Kap | Gedekt met dakleer | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Vlucht | 24,25 m. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenvorm | Oudhollands | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Wiekenkruis |
Bovenas |
Geschiedenis
In 1900 vroeg Hermanus Verbruggen, een telg uit de molenaarsfamilie Verbruggen uit Sint-Hubert, toestemming om in Rijkevoort aan de Brink een motormaalderij op te richten. Deze werd uitgerust met twee koppel maalstenen en een houtzagerij. In het volgende jaar bouwde Hermanus achter de maalderij een ronde stenen stellingkorenmolen met drie koppel stenen. Bij de bouw maakte hij gebruik van onderdelen van een houtzaagmolen.
Thans wordt verondersteld dat het gaat om de in 1872 gesloopte molen De Rietvink te Zwijndrecht, die in 1874 werd herbouwd te Klein-Tongelre (Eindhoven) en rond 1900 werd gesloopt. In de tijdbalk zitten echter enige niet zo logische aspecten dus of dit echt klopt....... Hoe dan ook: in de huidige molen is zeer veel hergebruikt materiaal te vinden: zo zijn 7 achtkantstijlen, twee losse bintbalken uit het krukgebint, twee vaste bintbalken uit het kapgebint en zeer vele kruizen en regels nu nog in gebruik als zolder- en/of vloerbalken. Op de steenzolder doet een stuk tussentafelement dienst als ondersteuning voor de koningspil, terwijl enkele tafelementstukken zijn verwerkt in de oude vloer van deze zolder. De plaats van de twee verwijderde koppels is nog steeds terug te vinden. De kap van de molen is in zijn geheel afkomstig uit het westen. Slechts de achterkeuvelensbalk, met de inkepingen voor de stijltjes naast de vangstok, is vervangen en ligt op de graanzolder. De kap is in zijn geheel bij de bouw iets vergroot - waarschijnlijk omdat men in Rijkevoort een grotere vlucht en dus meer vangkracht nodig had - waardoor veel verbindingen provisorisch zijn aangebracht. In 1908 bouwde Jan Verbruggen ten noordwesten van de molen een molenaarshuis. In 1912 bouwde zijn halfbroer Willem, die inmiddels de molen had overgenomen, een molenaarshuis op het oosten in Jugendstill. (Willem was het enige kind uit het tweede huwelijk van Hermanus Verbruggen). Nog twee jaar later bouwde de familie Verbruggen ten zuidwesten van de molen, aan de overzijde van de Brink, een nieuw gedeelte aan de bakkerij annex café en winkel in dezelfde stijl als het molenaarshuis uit 1912. Tragisch was, dat in 1916 een nichtje van molenaar Willem Verbruggen door een klap van de molen dodelijk werd getroffen. De drie gebouwen zijn nog steeds aanwezig en de bakkerij/winkel/café is nog steeds in eigendom van de familie. Het gebouw is inwendig nog geheel in zestiger jaren-stijl. Waarschijnlijk in de twintiger jaren zijn de schilderingen aangebracht op de het gaande werk op de steenzolder. De symboliek van de grote Brabantse vlag op de koningspil en de kleine Nederlandse vlag op de steenspil kan alleen in Brabant zijn aangebracht. Buiten deze schilderingen is de koningspil echter al een toonbeeld van vakmanschap. Met zijn vele overgangen van vierkant naar rond of naar achtkantig toont hij het kapitaal wat mocht worden ultgegeven bij de bouw van deze molen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de rivier de Maas de gehele winter van 44-45 een frontrivier. In de buurt van Rijkevoort stond Britse artillerie opgesteld. Vele militairen van de Royal Artillery hebben hun namen, hun woonplaats en een kerstwens geschreven in de blokjes van de Brabantse vlag op de koningspil. Tijdens de oorlog werd de molen ook uitgerust met het systeem-Van Bussel. Na 1945 veranderde er veel: in de vijftiger jaren werd het maalderijgebouw afgebroken en vervangen door een grotere tussen de molen en het molenaarshuis uit 1912. Ook werden twee steenkoppels verwijderd om meer ruimte te krijgen in de molen. In 1972 vond er een restauratie plaats, uitgevoerd door molenmaker Beijk uit Afferden. Het betrof hier vooral de buitenzijde, zodat het interieur nu nog bijna onaangetast is. Wel verdwenen de stroomlijnneuzen en een oude potroede vervangen. De molen is nu dan ook met drie fabrikaten roeden uitgerust: een Derckx, een Pot en een Fransen; die laatste als lange spruit. In 1989 werd de molen weer gerestaureerd. De gemeente Wanroij, die de molen in 1986 kocht van de weduwe van Marcel Verbruggen, liet hem restaureren door molenmaker Harry Beijk uit Afferden. Zo werden de kruivloer en de vang gedeeltelijk vervangen; uitwendig het kapbeschot, de stelling en de ophekking.
©
De molen in 1966. Foto: verzameling Ton Meesters.
Draag zelf bij
|