Nederlandse Molendatabase  
Raamsdonksveer, Noord-Brabant
Database nr. 580
Inventaris nr. NB079
Naam De Onvermoeide
Bouwjaar 1890 / 1974
Type Stellingmolen
Kenmerken Ronde stenen molen
Functie Koren- en eekmolen
Ligging Hoevendijk 1
4941 LP Raamsdonksveer
Rijksdriehoek X: 119708 Y: 412390
toon op kaartje
toon in Google Streetview
Gemeente Geertruidenberg
Kadaster Gemeente Raamsdonk, sectie K, nr. 790
Monumentennummer 32295
Landsch. waarde Groot
Eigenaar Gemeente Geertruidenberg
Bedrijfsvaardigheid Maalvaardig
Bestemming Het malen van graan, thans op vrijwillige basis
Molenaar Jos van Hamont
Telefoon 0162-515565
Bezoekmogelijkheid Als de molen draait (er zijn nog geen vaste openingstijden).

© Foto: Tony Hop (1-9-2012).   
Constructie
Romp Ronde stenen molen
Kap Gedekt met dakleer
Vlucht 26,00 m.
Wiekenvorm Oud-Hollands
Wiekverbeteringen Deze molen had aan het begin van de 20ste eeuw enige tijd zelfzwichting.
Wiekenkruis
Fabrikaat Nummer Positie Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info Pot?binnen??194725.00 m.
klik voor meer info Pot?buiten??194725.00 m.
klik voor meer info Derckx0108buiten19731974aanw.25.00 m.
klik voor meer info Derckx0109binnen19731974aanw.25.00 m.
Bovenas
Fabrikaat Nummer Jaar Steek Verdw. Lengte
klik voor meer info ???1974aanw.05.26 m.
Kruiwerk Engels; kruilier
Inrichting Twee koppel maalstenen, één koppel schorsstenen (thans ingericht als normaal steenkoppel) en één koppel op elektrische kracht (motor niet meer aanwezig); sleepluiwerk; afschietwerk
Molenmaker ?? (1890)
Fa's Doornbosch, Adorp en Straver, Almkerk (1974)
Versiering
Eenvoudige baard, donkergroen geverfd, wit afgebiesd, met de opschriften:
'1890' '1974' en daaronder "De Onvermoeide"
Verwijzingen
Eigen website De Onvermoeide
Ten-Bruggencatenr. 02657
allemolens.nl zoek op Ten-Bruggencatenummer in allemolens.nl naar aanvullende informatie
Geschiedenis
Raamdonksveer kreeg pas laat enige omvang. Eerst in 1890 kwam bij de gemeente een tweetal aanvragen binnen voor de bouw van een koren- en schorsmolen. Er was al wel een rosmolen in het dorp. De ene aanvraag kwam van de weduwe Rombouts (een bekend Brabants molenaarsgeslacht), die voor haar zoon een molen wilde oprichten, de andere kwam van Willem Martens uit het nabijgelegen Waspik. Voor beide molens werd op 1 april 1890 een bouwvergunning verleend.

De molen van de familie Rombouts kreeg de naam Zeldenrust (een naam die veelvuldig voorkwam in de regio rond Breda) en die van Martens De Onvermoeide (beetje rivaliteit).
De Zeldenrust werd in de jaren dertig verkocht aan molenaar De Bruijn. In 1956 brandde deze kapitale stellingmolen helaas uit. Diverse malen zijn pogingen ondernomen om er weer een maalvaardige molen van te maken, maar in 1991 werd de ruim 20 meter hoge molenromp gesloopt. De Zeldenrust stond ongeveer 500 meter van d’Onvermoeide.

Molenaar Martens was blijkbaar een vooruitstrevend man, want al in 1900 plaatste hij een petroleummotor en toen het dorp in 1908 de beschikking over elektriciteit kreeg verving hij deze door een elektromotor. Zo'n 25 jaar later kende zijn bedrijf minder fraaie tijden, want in 1923 brandden enige bijgebouwen af en in 1925 werd het faillissement uitgesproken. Nieuwe eigenaar werd de Limburgse Hypotheekbank, die de molen verhuurde aan molenaar/graanhandelaar Van Erk. Blijkbaar was hij geen windmolenaar in hart en nieren, want hij maalde vrijwel altijd met de motor.
De zoon van Van Erk kocht de molen in 1942. Toen waren de wieken al enige jaren definitief tot rust gekomen (jaren later, van 1973 tot 1986, zou hij op De Onvermoeide actief zijn als vrijwillig molenaar).
In oktober 1944 volgde grote schade, toen er een granaat op de luizolder ontplofte. Het werd nogal krakkemikkig hersteld (namelijk als spouwmuur en de rest van het metselwerk in massief, hierdoor ontstaat op deze plaats behoorlijke vochtoverlast terwijl de rest van de romp zeldzaam droog is) en in 1947 werd de molen onttakeld.

Eind jaren '60 rees bij de gemeente het plan om de molen te restaureren met gebruikmaking van onderdelen van de beltmolen te Rijen (die opgegeven was voor de sloop). Na wat meetwerk bleek dat deze onderdelen op De Onvermoeide het beste pasten, hetgeen in 1969 resulteerde in de aankoop van de molen. Doornbosch uit Adorp kreeg de opdracht om de molen te restaureren, een klus die - met assistentie van de fa. Straver te Almkerk, in 1974 geklaard werd.

Inwendig was De Onvermoeide ondertussen redelijk compleet gebleven en dat is goed, want het gangwerk is in Nederland enig in zijn soort: het spoorwiel drijft naast twee koppel stenen op de steenzolder nog een spil aan die gelagerd is op een draagbalk op de zolder op de stelling. Onderaan deze spil een klein spoorwiel bevestigd, die een navenant groot steenrondsel aandrijft (deze wielen zijn beide ongeveer even groot). Dit koppel draait dus linksom! Dit koppel is de voormalige schorsmolen. Hier werd eikenschors gemalen voor de leerlooi-industrie. De andere twee molens in Brabant met een dergelijk schorskoppel (Megen en Hilvarenbeek) hebben een steenspil die door de vloer van de steenzolder gaat en op de maalzolder de schorssteen aandrijft. Hier had men nogal last van torsie van deze lange spillen. Ook zorgde deze constructie voor onnodig zwaar lopen. Vele Langstraatse runmolens hadden het Raamsdonksveerse systeem, dat deze nadelen niet kent. Bij de restauratie heeft men helaas deze stenen vervangen door nieuwe kunststenen. De technische toestand van de lagering van de spil maakt het helaas onmogelijk om deze unieke aandrijving mee te laten lopen.

Bovenwiel, as, overring, kruivloer, Engels kruiwerk, vang, bovenschijfloop, penbalk, ijzerbalk, kapspanten en koningspil komen van de molen uit Rijen. Deze was aldaar pas in 1900 gebouwd, waarschijnlijk met gebruikmaking van onderdelen van een grote Hollandse poldermolen. Vele onderdelen zijn ook zwart beroet. Bovenwiel en -schijfloop zijn nogal fors van afmeting en erg robuust uitgevoerd. Het buikstuk van de vang heeft een wigvorm. Waarschijnlijk heeft men dit gemaakt om te trachten het buikstuk tijdens het vangen zo vloeiend mogelijk te laten pakken. Eveneens ongebruikelijk is dat de voorste ezel voorzien is van een schuif.
Het luiwerk is overduidelijk op gebouwd uit afvalmateriaal. Zo is de luitafel een oude bonkelaar en het luiwiel een oude rondselschijf. Het luiwiel is t.b.v. extra grip bekleed met een autoband.

Op de maalzolder zijn een stortkoker en een tweetal geleiderollen zichtbaar, restanten van de voormalige buil. Nog een opvallende zaak hier is, dat op een stuk muur naast een der maalbakken een tijdlang (in de dertiger jaren) de boekhouding is bijgehouden.
Voor de zolderbalken van de steenzolder heeft men oude voeghouten gebruikt en de zoldering van de tweede zolder zijn oude roeden gebruikt.
Op de eerste zolder (de maalzolder van de schorsmolen) zijn twee deuren aanwezig die tijdens het malen opengezet werden, omdat eikenschorsstof zeer stoffig is en irriterend voor de huid is).

In september 2009 werd de molen stilgezet: de stelling was onbetrouwbaar geworden en het gevlucht aan grondig herstel toe.

In de zomer van 2011 werd begonnen: om te beginnen zijn vele balkkoppen verwijderd en daarna in kunsthars aangegoten. Later werden beide roeden gestreken, gerepareerd en weer gestoken. In het late voorjaar van 2012 werd verder gegaan. Eind augustus 2012 zijn de werkzaamheden afgerond en kon er worden proefgedraaid. Op 1 september volgde de feestelijke heropening.

© Foto: W. Jans (20-3-2005).
Kruien met gebruik van electriciteit.

© Foto: Frits Kruishaar (1-9-2012).

©

© Foto: Ton Koorevaar (9-6-2011).

© De situatie in of rond 1905.
Foto: verzameling Ton Meesters.
Draag zelf bij

Laatst bijgewerkt: maandag 11 maart 2013 | Geschiedenis

bovenzijde Colofon en copyrights    

zoek in database zoek op provincie Stuur een e-mail over molen De Onvermoeide, Raamsdonksveer home vorige pagina